Raja Ampat

Dos Winkel* (Klik hier voor de gallery)Katrien Vandevelde**

De Raja Ampat is een van de weinige plaatsen op aarde waar nog een aantal gezonde koraalriffen te vinden is, ook al is dit gebied door vervuiling, verzuring, overbevissing, dynamietvissen en het ontvinnen van haaien in de afgelopen 10 jaar achteruit gegaan. Voor wie echter nog koraalriffen en mangrovebossen wil zien zoals die eigenlijk behoren te zijn, is de Raja Ampat, of te wel de Vier Koningseilanden, een must, het laatste paradijs.

Voordat ik (Dos) op reis ga, vertel ik zoveel mogelijk aan mijn vrienden en relaties dat ik langere tijd noch telefonisch, noch per email bereikbaar ben. Velen vragen dan waar de reis naar toe gaat? “Raja Ampat! “ “Ratje wat?” is dan steevast de reactie. “Waar ligt dat dan?” “In Papoea”. “Ah, Papoea-Nieuw-Guinea”. “Nee, Papoea, het voormalige Irian Jaya. Nog vroeger heette het Nederlands Nieuw-Guinea; het is de westelijke helft van het eiland Nieuw-Guinea. Nu is het officieel de provincie West-Papua van Indonesie”. Duikers reageren echter heel anders: “Raja Ampat! Geweldig! Nog iemand nodig om je koffers te dragen?”

De lange reis is afzien, maar de beloning is groot. Dit keer hebben we gekozen voor een klein resort, dat nog maar net open is: Raja4Divers. Eigenaar is de Zwitserse Maya Hadorn, die ik al kende van een eerder bezoek aan de Raja Ampat, waar zij gedurende drie jaar een ander resort leidde.

Nu heeft zij de grote stap naar zelfstandigheid gezet en samen met mijn vriend Nikson, de meest ervaren lokale Papoea duikgids die al meer dan twintigduizend duiken in dit gebied maakte en de wateren kent als zijn broekzak, hebben zij een paradijselijke plek gevonden op het onbewoonde Pulau (eiland) Pef. Het idee om zelfstandig een duikresort(je) in de Raja Ampat te beginnen ontstond in 2009. Nu, anno november 2011 is het luxueuze en paradijselijk gelegen Raja4Divers een feit***.

Na de landing in Sorong, op de Vogelkop van West-Papua, worden we (mijn mededuikers Katrien, de co-auteur van dit artikel, en haar man Jan Wouters) opgehaald door een delegatie van het resort en naar de smerige haven gebracht. Hier wacht tussen de vele al tientallen jaren op de sloop wachtende grotere en kleinere schepen, het snelle bootje dat ons in een kleine vijf uur naar Pulau Pef zal brengen. De zee is gelukkig redelijk kalm – altijd prettig als je al ruim twee dagen onderweg bent.

Wanneer we de uit duizenden grote, kleine en mini-eilandjes bestaande Raja Ampat bereiken, worden we meteen getroffen door de immense schoonheid van dit gebied. De paddenstoelvormige kalkstenen eilandjes zijn één voor één bijzondere ecosystemen. Net als op de Galapagos Eilanden hebben zich ook hier op de verderaf gelegen eilanden nieuwe diersoorten ontwikkeld, die nu endemisch zijn. Het betreft vooral reptielen zoals allerlei soorten hagedissen, die hier ooit op de eilandjes aankwamen als verstekelingen op omgevallen bomen die na de stormen – die hier behoorlijk hevig kunnen zijn – in zee terechtkwamen om elders weer land te vinden. Ook is er een bonte vogelwereld met verschillende soorten papegaaien, parkieten, neushoornvogels (hornbills) en paradijsvogels. Je hoort ze van zonsopgang tot zonsondergang. Zodra de duisternis invalt nemen de boomkikkers, de gekko’s in de bamboebungalows en de krekels de vocale honneurs waar.

Bij aankomst op de pier van Raja4Divers worden we verwelkomd door gezang en muziek van gitaar en verschillende zelfgemaakte instrumenten onder aanvoering van de muzikaal zeer getalenteerde en altijd vrolijke Danci (spreek uit: Dantsji): grote rode zonnebril die zijn pretogen bedekt en een klein sikje onder de kin. Al kokosmelk drinkend uit grote verse kokosnoten, worden we naar onze bungalow begeleid.

Het is onvoorstelbaar wat Maya en haar inmiddels 60 vrouw-en-man grote team hier in korte tijd bereikt hebben. Behalve de zeer stabiele jetty (pier) en de werk- en woonruimtes voor Maya en het personeel, zijn er zes schitterende van hout en bamboe gemaakte,  op palen staande bungalows met supergrote bedden en een adembenemend uitzicht. Op de zeer ruime veranda waaronder het kristalheldere water zijn eindpunt vindt op het onder het huis liggende strand werk ik tussen de duiken door aan dit artikel.

 

Verzuring en klimaatverandering

Het is alweer de vierde keer dat ik de Raja Ampat bezoek; de eerste keer met een live-aboard, daarna twee keer in de resorts op Kri Eiland. De zeer lange reis is nog steeds de moeite waard, al kan ook dit unieke gebied niet ontsnappen aan de mondiale steeds maar toenemende CO2-emissies en de gevolgen daarvan voor de koraalriffen. Wetenschappers voorspellen dat als we doorgaan met zoveel broeikasgas te produceren, alle koraalriffen ter wereld tegen 2050 verdwenen zullen zijn. Meer pessimistische (waarschijnlijk realistische)   wetenschappers zeggen dat het veel minder lang zal duren…! CO2 en andere broeikasgassen zoals die uit de intensieve veehouderij (de vleesindustrie is verantwoordelijk voor bijna 20% van alle broeikasgasemissies op aarde. Dat is meer dan van al het gemotoriseerde verkeer bij elkaar, dus inclusief vlieg- en scheepvaartverkeer) zorgen voor verzuring van het zeewater. Koralen zijn zeer gevoelig voor verzuring omdat hun structuur volledig uit kalk bestaat. De huidige concentratie van opgelost CO2 is 383 ppm (parts per million). Dit ligt al ver boven de “veilige grens” voor koralen van 320 ppm (oplossing van kalk begint bij koralen bij 360 ppm). Op dit moment worden wereldwijd koralen al aangetast door de verzuring. Koralen kunnen uiteindelijk hun hele skelet verliezen als zij in zuur water terechtkomen. De koraalpoliepen komen hierdoor bloot te liggen en sterven af.

 

Uniek

De wateren van Raja Ampat in West-Papua, Indonesië, zijn uniek in die zin dat ze het grootste aantal verschillende soorten marine leven in de wereld bevatten. Met  zijn 1400 vissoorten en wel 600 soorten koraal (70% van alle bekende koraalsoorten), waarvan een aantal uitsluitend in dit gebied voorkomt, overstijgt de biodiversiteit hier die van welk ander gebied van binnen de koraaldriehoek tussen Indonesië, Maleisië, Papoea-Nieuw-Guinea en de Filippijnen. Deze eilandenarchipel wordt dan ook terecht de bakermat van de mariene biodiversiteit genoemd. Bovendien is gebleken dat de koralen hier sterker zijn en minder snel sterven aan “bleaching”, het bleken en afsterven van koralen door de opwarming van het zeewater, en daarnaast ook minder gevoelig zijn voor de toenemende verzuring. Dit heeft mogelijk te maken met de algemene vervuiling van zeewater die in deze regio minder uitgesproken is dan elders, waardoor de weerstand van de koraaldiertjes nog vrij goed is.

Op duikplaatsen met fraaie namen als Wasrer, Rep Yembraimuk, Melissa´s Garden en Nikson´s Garden (genoemd naar deze nu al legendarische duikgids) zijn beschrijvingen van de koraaltuinen alleen mogelijk in superlatieven en door middel van foto´s. Vooral de uitgestrekte velden met hertshoornkoraal (staghorn coral) tonen de gezondheid van dit gebied. Vrijwel overal in de rest van de wereld zijn de hertshoornkoralen verdwenen, of in zeer slechte conditie, zoals bijvoorbeeld in de Caraïben.

Ook de zeer artistieke lederkoralen zijn perfect gezond en een ideaal foto-object. Heerlijk als tegenlichtopname met invulflits, of als macrofoto van slechts enkele van de piepkleine op palmboompjes lijkende poliepen.

Uniek is het gebied ook vanwege de grote soortenrijkdom aan waaierkoralen, waarvan bij Mike´s Point een collectie aanwezig is met alle kleuren van een schilderspalet.

Voor de fotografen is het erg belangrijk dat zij een grote vrijheid hebben en rustig van de groep van maximaal acht duikers kunnen “afdwalen” voor het nemen van foto’s, omdat met elke twee gasten een extra duikgids meegaat op alle duiken.

Voor na het duiken is er een ruime geacclimatiseerde fotostudio, waar je op je gemak je camera kunt prepareren en je foto´s kunt bekijken. `s Avonds kunnen dan in het restaurant de foto´s geprojecteerd worden en – indien gewenst – van commentaar voorzien worden.

 

Bescherming

Conservation International (CI) in Indonesië, onder leiding van Mark Erdmann, erkent al heel lang het belang van dit gebied en doet er al jarenlang onderzoek. In 2003 kon CI zij de gouverneur van Raja Ampat overtuigen zeven verschillende regio’s tot Marine Park uit te roepen. Hoewel de arme provincie West-Papua niet de middelen had om in deze gebieden te patrouilleren, werd hierdoor toch het zaad van conservatie geplant. De onderwaterrijkdom van Raja Ampat bleef immers niet onopgemerkt en trok vissers aan van andere provincies en andere landen, die na het uitputten van eigen visgronden hier vaak met zeer destructieve vismethoden zoals dynamietvissen, nieuwe rijkdommen kwamen zoeken.

De grootste overwinning voor natuurbeschermers kwam er echter in november 2010, toen na een gezamenlijke actie van Shark Savers en het plaatselijke resort Misool Eco Resort, waarbij de ecologische en economische voordelen van duurzame visserij werden benadrukt, alle 24000 vierkante kilometer van het Raja Ampat gebied werd uitgeroepen tot Marine Reservaat. Het vissen op haaien, schildpadden, zeekoeien, mantaroggen en hun kleinere familieleden de mobulas, werd volledig verboden, net als destructieve vismethoden zoals het vissen met dynamiet, cyanide en het vissen op zeldzame vissoorten voor de aquariumhandel.

Ook dit keer is controle van het naleven van de reservaatregels moeilijk, niet in het minst door de enorme oppervlakte van het gebied. De geslaagde samenwerking tussen de verschillende conservatie-organisaties  die in dit gebied actief zijn, zorgt er echter voor dat de West-Papoea’s bewust gemaakt worden van het grote belang van de zorg voor hun zeeën. Zo vaart bijvoorbeeld het conservatie-schip MV Kalabia van CI reeds een jaar lang van dorp naar dorp om de kinderen (en via de kinderen ook de ouders)  kennis over de zee en duurzame visserij bij te brengen.

Het dorpje Kabui (spreek uit: Kaboe-i)

Dat de West-Papoea’s zich bewust zijn van het grote belang van conservatie voor de Raja Ampat wateren, bleek duidelijk wanneer we Danci, de duikgids en entertainer-muzikant in hart en nieren, volgden naar zijn ouderlijk huis in het dorp Kabui op het eiland Waigeo. In dit armoedige plaatsje spraken we in de kale en hete hut met zijn vader, die jaren geleden de visserij inruilde voor het verbouwen van groente op het land.

Niemand zou deze eenvoudige mensen kwalijk kunnen nemen dat zij alle middelen, zelfs destructieve, zouden gebruiken om hun familie te voeden. Maar de ervaring heeft hen geleerd dat dit niet de oplossing is. Zelfs bij het suggereren dat buitenlanders niets te zoeken zouden hebben in West-Papua en dat alles veel beter zou blijven zoals het voorheen was, zonder resorts en live-aboards van buitenlanders, gaf hij aan wat inderdaad belangrijk is: met of zonder westerlingen en resorts: het belangrijkste volgens hem is dat iedereen in het gebied samenwerkt om de zee te beschermen.

Deze oudere generatie herinnert zich immers zeer goed de tijd waarbij een half uurtje vissen voldoende was om hun kano met vis te vullen. Zij weten wat de gevolgen zijn van destructief vissen, want zij hebben deze zelf ondervonden. Het is belangrijk nu ook de jongere generatie en kinderen bewust te maken en hen te begeleiden naar het herstellen van hun erfgoed. Wanneer de kans gegeven, toont de natuur immers zijn grote veerkracht en herstelt zij zich snel, zoals wij tijdens het duiken op vele voorheen door dynamiet beschadigde riffen van Raja Ampat kunnen zien en bewonderen.

 

Waar het koraal de mangroves ontmoet

Opvallend is ook de goede staat waarin de meeste mangrovebossen, die hier in grote hoeveelheden te zien zijn, verkeren. Wereldwijd worden mangrovebossen gekapt voor het maken van kweekvijvers voor garnalen en vissen. Er is nog slechts een fractie van de oorspronkelijke mangrovebossen op aarde over. Hiermee zijn deze unieke natuurgebieden en kraamkamers van honderden vissoorten vrijwel verdwenen. Tel daarbij op de overbevissing, bijvangst en visvangst voor visvoer, varkensvoer en kippenvoer, dan is het duidelijk dat er sprake is van een echte crisis. Door deze vernieling van een van de meest boeiende ecosystemen op aarde sterven ook veel diersoorten uit die specifiek in mangrovegebieden voorkomen.

Op dit moment is ongeveer 50% van alle garnalen wereldwijd uit zulke kweekvijvers afkomstig. Waar garnalen gekweekt worden is de omgeving zo zwaar vervuild dat de mensen die er werken en een hongerloon verdienen ziek worden en datzelfde geldt voor de mensen die voor water van het grondwater afhankelijk zijn. Tot in de wijde omtrek is het grondwater vervuild. Dit kan een radius van 100 km bereiken! Zelfs de garnalen kunnen door de vervuiling na vier á vijf jaar niet meer overleven en dus wordt een volgend stuk mangrovebos gekapt voor een nieuwe kweekvijver.

Het verdwijnen van deze fragiele ecosystemen is dan ook een regelrechte bedreiging voor de lokale kustgemeenschappen, die meestal leven van de kleinschalige visvangst. Omdat de vissers de mangroven niet meer in kunnen, verliezen ze een belangrijk deel van hun inkomsten. Ook hun toekomstige vangsten zijn in gevaar, aangezien de geboortegrond van vele vissoorten verdwijnt. Door de kweekvijvers in de mangroven te plaatsen neemt de garnalenindustrie bezit van de natuur.

In de Raja Ampat lijken deze spectaculaire kraamkamers voor het grootste deel intact. Dit tot groot genoegen van deze onderwaterfotograaf, want je mag mij gerust een week in zo´n prachtige mangrovebaai “parkeren” om te genieten van dit bijzondere ecosysteem, waar de koralen tot in zeer ondiep water zelfs tussen de wortels van de mangroves doorgroeien. De mangroves gaan dan op hun beurt weer naadloos over in het daaraan grenzende regenwoud, waarmee de meeste eilanden bedekt zijn. Voor de niet-duikende natuurliefhebber is in de Raja Ampat dan ook heel wat te beleven: snorkelen, de mangroves, orchideeën en bijzondere vleesetende planten, vogels, reptielen en veelkleurige insecten.

 

Tanjung Dos

Er moeten in dit grote gebied nog heel wat riffen ontdekt worden. Dat er in de buurt van Au Ma Aya nog een ander rif moest zijn wist Nikson wel, maar nog nooit had iemand er gedoken. De een na laatste dag gaan we dan een exploratieduik maken. Er zijn sporen van vroegere dynamietvisserij, maar het rif heeft zich in de loop der jaren prima hersteld: schitterende steenkoralen, afgewisseld door enorme waaierkoralen en mijn favoriete lederkoralen, evenals een uitbundig visleven, waaronder een grote groep barracuda´s. Nu draagt dit rif voor altijd mijn naam: Tanjung Dos, of te wel het rif van Dos.

Ons vertrek uit Raja4divers gaat gepaard met een langdurig optreden van de “huisband” onder vocale en instrumentale leiding van Danci. Oepps, tranen dreigen te vloeien, maar we beheersen ons en zwaaien tot het resort als een stipje aan de horizon verdwijnt.

 

Beste periode: het hele jaar door, maar van midden september tot midden januari en maart tot en met juni een meestal spiegelgladde zee. Het regent frequent en soms supertropisch!

Temperatuur lucht: 30 – 36 ˚ C; zeewater: 28 – 30 ˚ C.

Voorzorgen: malaria profylaxe (Malarone®). Lange mouwen en lange broek tussen 17.00 en 19.00 uur. Insmeren met goede antimuggen lotion. In het resort aanwezig.

Kosten: zie de aanbiedingen bij de duikreisburo’s of surf naar: www.raja4divers.com

Nitrox is gratis beschikbaar.

Hoe te bereiken: Amsterdam – Singapore – Manado – Sorong – boot naar Pulau Pef

Alternatief: Amsterdam – Jakarta – Sorong – boot naar Pulau Pef

*Dos Winkel, medeoprichter Sea First Foundation (www.seafirst.nl), auteur van talrijke foto- en tekstboeken over de onderwaterwereld (zie shop), oceaanbeschermer

** Katrien Vandevelde, haaienspecialist, oceaanbeschermer en co-auteur van dit artikel van de hoofdstukken “Uniek”, “Bescherming” en “Het dorpje Kabui”.

*** www.raja4divers.com

Onze nacht met Savannah

Alles lijkt rustig in de Namibische woestijn, totdat ik in de vroege ochtend plotseling besprongen word door een leeuwin! Met haar volle 180 kilo stort zij zich op me en begint mijn slaapzak met haar klauwen te bewerken. Bertie word wakker en rent weg. Nota bene niet om hulp te halen, maar om haar camera te pakken en foto’s te maken…! Ondertussen probeer ik zo goed mogelijk mijn gezicht te beschermen. Dat lukt niet helemaal, want de leeuwin was net iets sterker dan ik…! Een paar flinke krassen naast mijn neus en oog zijn het resultaat.

Wie denkt dat er in de Namibische woestijn weinig te beleven valt heeft het mis. Er leven allerlei dieren, zelfs grote dieren zoals olifanten! Deze dieren hebben speciaal aan het lopen op het zachte zand aangepaste brede voetzolen, waardoor ze niet te diep in het zand wegzakken en sneller kunnen vluchten als er gevaar dreigt. Een mooi voorbeeld van hoe dieren zich aan hun omgeving kunnen aanpassen. Het is nodig ook, want gevaar loert er uit alle hoeken, of beter, vanachter alle zandbergen…! In deze woestijn leven namelijk ook leeuwen, die niet vies zijn van een mals jong olifantje. Het lijkt wreed, maar ook leeuwen zijn prachtige dieren en hebben het recht hier te leven. Toch denken vele Namibische boeren daar anders over, want doodsoorzaak nummer één bij hun koeien die het spaarzame gras aan de rand van de woestijn eten, is de leeuw. Zo gebeurt het regelmatig dat een boer een moederleeuw doodschiet en dat de welpen waarvoor de leeuw eten zocht van honger omkomen. Soms worden zulke jonge dieren nog net op tijd gevonden en naar een speciaal opvangcentrum voor roofdieren gebracht. Dat centrum heet Harnas en ligt in het zuidoosten van Namibië vlak aan de grens met Botswana.

Als wij Harnas bezoeken, worden we luid knorrend begroet door twee volwassen jachtluipaarden. Ook hún moeder werd doodgeschoten en zij groeiden op in Harnas, maar werden uiteindelijk de “huisdieren” van de familie die Harnas runt. Hun geknor lijkt enigszins op het geluid van een bromfiets… Ze vinden het heerlijk geaaid en gekroeld te worden. Ook Savannah, een vier jaar jonge leeuwin is zo’n wees, die liefdevol in Harnas werd grootgebracht. De meeste roofdieren worden echter “zo wild mogelijk” gehouden om uiteindelijk terug te keren naar de natuur, waar dus de mens hun grootste gevaar vormt!

In Harnas ontmoeten we een Duitse piloot, Jürgen, die regelmatig een Jumbo van Frankfort naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië vliegt. Hij heeft Savannah “geadopteerd” en vannacht gaat hij in de bush slapen en mag Savannah meenemen. Hij vraagt of wij geen zin hebben met hem mee te gaan; slapen op een veldbed in de open lucht. Uiteraard laten we ons dat geen twee keer zeggen. Op onze vraag of het niet gevaarlijk is met zo’n 180 kilo wegende leeuw, antwoord hij laconiek dat zij eerst nog een hele geit mag verorberen en dus wel geen honger meer zal hebben…!

Savannah gaat in een speciale kooi achterop een open truck. Op de plaats van bestemming mag zij meteen uit haar kooi om de omgeving te verkennen. Terwijl we thee drinken voel ik plotseling een gigantisch gewicht op mijn schouders en zie twee enorme klauwen met angstwekkend grote nagels aan weerszijden van mijn hoofd…! De mok met thee kan ik nog juist vasthouden, terwijl ik ongeveer dubbel klap…! Jürgen zegt laconiek “Savannah wil spelen”. Ik kom echter niet veel verder dan wat kroelen en op haar flanken kloppen, want een robbertje stoeien zie ik niet direct zitten.

Als wij gaan slapen onder de met ontelbare sterren bezaaide hemel, gaat ze braaf op een paar meter van onze veldbedden liggen.


Nachtdier

Dan gebeurt midden in de nacht het onvermijdelijke! Zoals een nachtdier betaamt, wordt Savannah wakker en besluit dat Bertie haar speelkameraadje moet zijn. Zij springt boven op Bertie, en het veldbed bezwijkt direct. Om zich te beschermen, trekt Bertie meteen de slaapzak over haar hoofd. Maar Savannah denkt dat zij zich wil verstoppen en probeert met haar giganagels de slaapzak van haar hoofd te trekken. Ik grijp in en Savannah denkt dat ik nu echt wil spelen… Het wordt een niet ongevaarlijk robbertje stoeien, maar dat is niet mis met een leeuw van 180 kilo! Gelukkig redt Jürgen de situatie want Savannah luistert naar hem. Ze gaat braaf liggen en we slapen allemaal verder, totdat Savannah er om zes uur ’s morgens genoeg van heeft en nu mij bespringt! Bertie redt het vege lijf en rent naar de auto om mijn laatste minuten op de gevoelige plaat vast te leggen…!Ik probeer in ieder geval zijn speelse klauwen met die nagels van mijn gezicht weg te houden. Dat lukt niet helemaal, want ze is net even sterker dan ik en zo komen er toch een paar bloederige krassen net naast mijn neus en oog. Eigenlijk maar een miniprobleem, want wie kan er nu vertellen dat hij met een leeuw gestoeid heeft en dat allemaal nog betrekkelijk ongeschonden doorstaan heeft!

Lac, Bonaire – Kraamkamer tussen zeegras en mangroves

Tekst en fotografie (klik hier om de gallery te bekijken) Dos WinkelMangroves, zeegrasweiden en koraalrif vertonen een uniek natuurlijk evenwicht en zijn complex met elkaar verweven. Een van de weinige plaatsen op aarde waar dit fijnmazige netwerk als uit een leerboek te bestuderen is, is de lagune en het mangrovegebied van Lac op het eiland Bonaire. Sinds 1979 maakt Lac deel uit van het Bonaire Marine Park, doch in 1999 werden speciale voorzieningen gerealiseerd en werd het de facto een Nationaal Park. 

De zon brandt en het is een van die zeldzame dagen op Bonaire dat er nauwelijks wind staat. De temperatuur is ver boven de 30° en ik smelt onder de 3 mm neopreen; dit beschermende laagje is nodig, omdat legers van steekgrage muskieten zich bij voorbaat verlustigen op een bloederig maaltje! Toch ben ik hier, in dit wonderbaarlijke watergebied, want dit is het moment om te fotograferen. Het is 12.00 uur en precies tussen de getijden in, waardoor het water rustig is. Als de zon op zijn hoogst staat is het in de mangroven onder water het meest ideaal voor fotografie. Normaal staat hier een flinke wind, de noordoostpassaat en is het water altijd enigszins troebel. Het mangrovegebied en de zeegrasvelden van Lac, zijn al enkele jaren mijn favoriete plek om te fotograferen; dit ondanks het feit dat heel Bonaire omgeven is met schitterende koraalriffen. Maar de mangroves hebben iets wat je in geen enkel ander ecosysteem ter wereld tegenkomt. Het is niet alleen dat unieke samenspel tussen koraalrif, zeegrasvelden en mangroves dat mij trekt, maar vooral de stilte, het geheimzinnige en de bijzondere pastelkleuren; het is mijn sprookjesbos…!

 

Ik snorkel tussen de wortels van de rode mangrove (Rhizophora mangle). Op de bodem ligt een dikke laag sediment, gevormd door de langzaam rottende mangrovebladeren. Hier en daar stijgen gasbellen op. Zelden had ik zo veel zicht onder water; overal zie ik juveniele visjes tussen de met algen begroeide wortels, die van boven water met sierlijke bogen hun weg naar de onderwaterwereld zoeken. Deze baby-rifvissen zoeken en vinden bescherming in dit weelderige labyrint. Een enkele keer zie ik ook slakjes op de wortels – juist boven de waterlijn. Op veel plaatsen zijn de mangrovewortels zwaar met roodwieren begroeid, op andere plaatsen uitsluitend met groene algen en wieren; nooit is er een gemengde begroeiing. Ook zijn er plaatsen – vooral waar veel getijdestroming is –  waar sponzen vechten om een plaats op de wortels, terwijl elders de platte mangrovemossels de strijd gewonnen hebben.

Ik moet enorm oppassen dat ik met mijn vinnen niet de bodem beroer, want dat veroorzaakt direct een soort zandstorm, die heel lang kan aanhouden. Plotseling zie ik een grijze snapper die goed gecamoufleerd tussen de welig begroeide wortels “hangt”; ik adem juist diep genoeg uit om, dankzij mijn loodgordel met vier kilo, langzaam onder water te verdwijnen. Van te voren heb ik mijn camera (Nikon F5) al ingesteld en zwem dan vrijwel bewegingloos op het dier toe. Op ongeveer 30 cm afstand druk ik op de ontspanknop van mijn onderwaterhuis. Flitsers gebruik ik niet in mijn sprookjesbos, alleen als ik macro fotografeer. Langzaam keer ik terug naar de oppervlakte.

In het open gedeelte is de bodem bezaaid met de op hun kop liggende kwallen, de “upside-down jellyfish” of Cassiopeia. Het is een adembenemend gezicht, al deze kwallen die op hun paraplu liggen met hun tentakels omhoog. Ze bestaan in vele pastelkleuren: allerlei tinten geel tot groen, blauw en wit. Constant pulseren ze, water met voedsel door hun lichaam pompend. Net als bij koralen, hebben de tentakels van de kwallen hun kleur te danken aan hierin (in symbiose) levende algen – zooxantellae. Deze zooxantellae hebben zonlicht nodig om te overleven, vandaar dat de kwallen plaatsen opzoeken waar het water het kalmst en het minst diep is. Slechts zelden ziet men de kwallen zwemmen; alleen wanneer ze verstoord worden zwemmen ze weg. Op dat moment laten ze ook een prikkelende vloeistof los uit hun netelcellen. Dat kan bij sommige mensen vervelende huidirritaties veroorzaken.

 

Voor de jonge visjes bestaat er geen betere kraamkamer en peuterspeelzaal dan het mangrovewoud; goede bescherming en volop te eten van en tussen de algen. Al gauw komt de tijd dat zij groot genoeg zijn om hun voedsel in de meer open zeegrasweiden te gaan zoeken en uiteindelijk zullen zij als zij uitgegroeid zijn, definitief naar het koraalrif emigreren! In de zeegrasvelden loert al heel wat meer gevaar dan tussen de wortels van de mangroves. Hier wachten de meestal ook nog onvolwassen roofbaarzen, de barracuda’s en de zeesnoeken op de onervaren kleuters. De barracuda heeft zijn naar achteren gerichte tanden als wapen, terwijl de zeesnoek zijn prooi met grote kracht naar binnen zuigt.

 

Op een oppervlakte van nauwelijks acht vierkante kilometer demonstreert de lagune Lac met zijn zeegrasvelden en het achter het barrièrerif gelegen koraalrif, het geniale samenspel van deze ecosystemen. Hier groeien de telgen van ontelbare vissoorten, waardoor het belang van de mangroves voor het leven op het koraalrif veel groter is dan men altijd gedacht heeft.

Door hun aanpassing aan zout- èn brakwater, kunnen deze bijzondere bomen leven en overleven op plaatsen waar normale planten geen schijn van kans hebben. Tropische kusten, lagunen en binnenzeeën zijn hun verspreidingsgebied. Vaak ook riviermondingen die als opvangbekken voor zoetwater en sedimenten fungeren. De belangrijkste voorwaarde voor een gezonde mangrovepopulatie is een ondiep kustgebied met duidelijke getijden. Van de acht soorten mangroves die in het Caribisch gebied voorkomen, zijn er vier in Lac te vinden: de rode, de witte en zwarte mangrove en de grijze mangel, die eigenlijk geen echte mangrove is omdat de karakteristieke adem- of luchtwortels ontbreken. De rode mangrove is gemakkelijk aan zijn bruinrode elegant gebogen, uit de stam groeiende wortels te herkennen. Hieruit groeien steeds weer nieuwe wortels, zodat het mangrovegebied zich geleidelijk uitbreidt  en zo een wirwar van wortels vormt die de getijdestromen vertragen en het vasthouden van slik en bladafval bevorderen. Bacteriën zorgen voor de vertering van de op de bodem vallende bladeren en het dode hout en gebruiken daarbij een groot deel van de zuurstof die in de modderlaag doordringt. Hierdoor is de modder anaëroob, waardoor de mangrovewortels het zonder de levensbelangrijke zuurstof moeten stellen. Om niet te stikken, hebben de wortels aan hun oppervlakte speciale cellen die als sluizen functioneren; zij laten lucht de wortels binnendringen, maar blokkeren bij vloed de toestroom van zoutwater. Op deze manier worden de wortels uitstekend van lucht voorzien. Zelfs de fijne uiteinden van de steltwortels die voor de verankering zorgen en tevens voedingsstoffen en water opnemen, bevatten nog een luchtvolume van 40%, waarvan het zuurstofaandeel 16% bedraagt!

 

De witte mangrove (in het Engels Black Mangrove) (Avicennia germinans) lost het zuurstofprobleem anders op; vanaf de hoofdstam vertrekken horizontale wortels die dunne wortels verticaal de grond in sturen, maar tegelijk ontspringen ook dunne zogenaamde pneumatoforen  die loodrecht omhoog groeien. Deze 30-40 cm hoge wortels verzorgen de horizontale wortels met lucht. De omvang van dit “snorkelsysteem” is enorm: één boom van 2 tot 3 meter hoog, heeft meer dan 10.000 pneumatoforen! Bij veel mangrovesoorten hangt het van de zuurstofconcentratie in de modderige bodem af, hoeveel luchtkanaaltjes zich in de wortels ontwikkelen: bevat de bodem toch nog wat zuurstof, dan is er minder noodzaak om extra veel zuurstofvoorzieningen te treffen.

Ook de manier waarop mangroven het probleem van het zeezout aanpakken is uniek. Normaal gesproken bevat zeewater een concentratie van 30 tot 33 promille; dat wil zeggen, dat in 1 liter zeewater 30 – 33 gram zout opgelost is. In de mangrovebossen is het zoutgehalte echter nog veel hoger en kan 80 promille of zelfs hoger zijn! Dit komt door de sterke verdamping als gevolg van de intensieve zonnestraling en door de – door het sediment en de wortels – beperkte zeewatertoevoer. Voor de meeste soorten planten is zelfs een zeer geringe zoutconcentratie dodelijk, maar de mangrovewortels filteren het zout voor een groot deel uit het zeewater. Toch is dan de zoutconcentratie in de planten nog te hoog en moeten zij verschillende trucks toepassen om het zoutgehalte tot onder de 3 promille te reduceren. Afhankelijk van hoe dit doel bereikt wordt, onderscheidt men actieve uitscheiders en passieve accumuleerders. Tot deze laatste groep behoren de rode mangroven; zij verzamelen het zout in hun bladeren, die zij dan als de concentratie te hoog wordt afwerpen! Daarom zijn de bladeren vaak met een witte zoutlaag bedekt, als zij tenminste niet net door regen en wind schoongemaakt werden. Actieve uitscheiders zoals de witte mangroven, hebben een hogere zoutconcentratie in hun plantensap. Speciale kliertjes in de bladeren onttrekken het zout aan het sap en scheiden het aan het bladoppervlak uit. Afhankelijk van hoe goed de mangroven met het ongewenste zout kunnen omgaan, kiezen zij hun standplaats. De minder zouttolerante rode mangroven groeien in Lac direct aan de waterkant en langs de getijdekanalen. Daar is het zoutgehalte ongeveer even hoog als in de zee. Meer landinwaarts – meestal ook in ondieper water – domineren dan weer de witte mangroven, omdat daar het zoutgehalte hoger is.

Ook de groei van de mangroven is van het zoutgehalte afhankelijk. Hoe hoger het zoutgehalte, hoe kleiner de bomen blijven. Dwerggroei kan natuurlijk ook door voedselgebrek of bodemvervuiling optreden.

Tropisch zeewater bevat weinig stikstof- en fosfaatverbindingen, die voor de plantengroei nodig zijn; daarom spelen de in de mangrovegebieden aanwezige cyanobacteriën een zeer belangrijke rol. Deze bacteriën binden atmosferische stikstof met behulp van zonne-energie en scheiden deze dan uit! Hierdoor wordt het voedselaanbod belangrijk vergroot. Bacteriën zijn ook nog op een andere manier een belangrijk element aan de basis van de voedselketen van de samenspelende levensruimten van mangroven, zeegras en koraalrif. Zij verteren namelijk de mangrovebladeren die in de lagune vallen en vergroten zodoende hun voedingswaarde aanzienlijk. Dat komt dan weer de vele kleine organismen die van de bladeren leven ten goede. Zij verteren ook de op de bladeren levende bacteriën en dienen dan weer als voedsel voor grotere dieren. Ook de in grote hoeveelheden op de steltwortels van de rode mangroven levende algen en wieren, zijn een belangrijke voedselbron voor verschillende vissen en andere dieren. Die worden op hun beurt dan weer door de roofvissen gegeten en zo ontstaat een complex verweven voedselketen.

 

De zeegrasvelden spelen eveneens een belangrijke rol. Schildpadgras (Thalassia testudinum) is de meest voorkomende soort in Lac, gevolgd door de fijnere halmen van het manateegras en snavelruppia. De concentratie zeegras is het hoogst aan de west- en de noordwestkant. Dit zijn de onderwaterweiden voor de vissen en ook hier is sprake van een zeer complex samenspel tussen allerlei soorten. Zo is het schildpadgras een belangrijk substraat voor microscopisch kleine kiezelalgen en allerlei kleine wervelloze dieren, die als voedsel dienen voor schelpen en zeeëgels. Het totale voedselaanbod van de zeegrasweiden lokt vele gulzige monden uit de mangroven en van het koraalrif. Overdag zijn het vooral de jonge papegaaivissen , de doktersvissen en de babybarracuda’s die op de eettour zijn. Zij zijn in gezelschap van juveniele Franse grommers en blauwgestreepte grommers die eveneens naar hartelust aan de grashalmen knabbelen. Bij zonsondergang is het wisselen van de wacht. Dan rukt de hoofdmacht van de al wat grotere grommers en de snappers op uit de mangroven, terwijl de papegaai- en doktersvissen zich verbergen in de diepere regionen van de lagune. De roofzuchtige grommers en snappers eten hoofdzakelijk garnalen, kreeftjes, kleine schelpdieren, wormen, zeesterren en zeeëgels die op en tussen de zeegrashalmen leven. Daarnaast eten ze ook algen en het zeegras zelf. Kort voor zonsopgang trekken zij zich weer terug in de mangroven. Deze zogenaamde “feeding migrations” volgen meestal vaste routes en kunnen soms wel enkele honderden meters door onbeschermd open water voeren. Om daarbij voor de roofdieren geen al te makkelijke prooi te zijn vormen zij kleine scholen: “safety in numbers”.

Zeegrasweiden en mangroven zijn een perfecte kraamkamer voor een groot aantal soorten rifvissen. Beiden habitats bieden rijkelijk voedsel en vooral schuilplaatsen tegen aanvallen van roofvissen. Dat laatste is vooral belangrijk voor de koraalvissen, want op het rif is de jaagdruk van de roofvissen veel groter dan in de mangroves en op de zeegrasweiden. Door het grote voedselaanbod groeien de vissen in deze kraamkamers ook sneller dan op het rif. Dat heeft grote voordelen, want hoe kleiner een vis is, hoe groter het gevaar! Zijn de vissen eenmaal groot genoeg om de gevaarlijke onderwaterwereld van het koraalrif het hoofd te bieden, dan verhuizen zij naar het koraalrif. Daar veranderen de vissen hun levenswijze volledig, omdat het voedselaanbod op het rif geheel anders is dan in de mangroven en in de zeegrasvelden. De grommers en de snappers jagen nu op grotere schaaldieren en andere vissen; de papegaaivissen en doktersvissen eten weliswaar nog steeds algen, maar geen zeegras meer, dat op het rif immers niet groeit.

De cirkel sluit zich: de in de lagune Lac opgegroeide vissen zijn groot genoeg om op het koraalrif te overleven. Voor een deel worden ze zelf tot roofvis, waarvoor jonge rifvissen moeten vluchten. Maar de volgende generatie blijft weer in de zekere refuge van de lagune met zijn zeegrasweiden en mangroven.

 

Natuurlijk komen er in de mangroven ook nog veel andere dieren voor, met name vogels. De Caribische flamingo is de grote blikvanger, maar daarnaast leven er verschillende reigersoorten, pelikanen, diverse soorten waadvogels en de reusachtige fregatvogel.

In Lac kan men uitstekend kayakken en zo van veel schoons genieten. Duiken wordt niet aangemoedigd – het zou het ecosysteem te veel belasten. Men zou ook kunnen snorkelen, maar om dezelfde reden wordt ook dit afgeraden. Lopen door het zeegras en op de bodem van de mangroven is zeker verboden; hierdoor wordt ongelofelijk veel leven kapotgemaakt. Respecteer de natuur en geniet vanuit de kayak.

 

Geraadpleegde literatuur

 

Nagelkerken, I. (2000). Importance of shallow-water bay biotopes as nurseries for Caribbean reef fishes.

 

Ditzhuijzen van, J., Dos en Bertie Winkel (2003). Oog op Aruba Bonaire Curaçao – Geschiedenis, cultuur en natuur van de ABC-eilanden

Tien redenen om uw visconsumptie te overdenken

Sea First Foundation: www.seafirstfoundation.nl / www.seafirst.be
Maar al te vaak horen en lezen we dat we vooral vis moeten eten en visoliepillen moeten slikken, willen we gezond blijven. De voordelen van het eten van vis en visproducten zouden de nadelen ruim overschrijden…. Niets is minder waar, tenzij het over de voordelen voor de vissers, de visverwerkende industrie en de visverkopers gaat.
Het is een moeilijke boodschap, want nu veel mensen eindelijk beginnen te begrijpen waarom we de vleesconsumptie moeten minderen, of eigenlijk liever stoppen, komt nu ook vis zwaar onder vuur te liggen…
“De moderne visvangst is de meest destructieve en ondoordachte menselijke bezigheid ooit” David Takayoshi Suzuki, Canadees geneticus en milieuvoorvechter – houder van 22 eredoctoraten.

1. Overbevissing
Van de Europese visbestanden is 88% overbevist of al ingestort. In 2013 moet een belangrijk deel van de Europese vissersvloot geëlimineerd zijn. De eerste stemming in het Europees Parlement van 6 februari j.l (zie achteraan dit artikel voor het persbericht van Europarlementariër Bart Staes van Groen). Afwachten nu maar wat de reactie van de verschillende visserijministers zal zijn. Erg optimistisch hoeven we daar niet over te zijn, want voor 2012 zijn de door wetenschappers geadviseerde quota door de Europese visserijministers al met 40% overschreden. Er verandert dus ondanks het lobbywerk van zo´n 130 Europese NGO´s, waaronder de Sea First Foundation, voorlopig nog maar weinig, ook al doet Eurocommissaris Maria Damanaki werkelijk haar best. Uiteindelijk hebben de visserijministers het voor het zeggen.
Wetenschappers, (mariene en visserijbiologen) hebben met een computermodel aangetoond dat als er niets verandert, de zeeën tegen 2048 leeg zullen zijn. Een rapport van de Verenigde Naties (opgesteld door economen) heeft eind 2010 deze bevindingen bevestigd – zij kwamen uit op 2050 – en gesteld dat er drastische veranderingen moeten komen. Drastisch betekent: van de ruim 20 miljoen vissersboten 13 miljoen zo spoedig mogelijk uit de vaart nemen. Hieronder vallen in ieder geval alle grote fabrieksschepen. Verder is de 27 miljard Euro die jaarlijks door overheden wereldwijd aan subsidies gegeven wordt, meer dan genoeg om 20 miljoen van de 35 miljoen vissers om te scholen en aan alternatieve jobs te helpen – bijvoorbeeld in de zeewierkweek.

Lege zeeën tegen 2050, wil zeggen dat dan alle commerciële vissoorten verdwenen zullen zijn. Dit geldt voor alle zeeën. In de Atlantische Oceaan en in grote delen van de Pacific (Stille Oceaan) bestond gedurende eeuwen een duurzame visserij. In de laatste decennia heeft Europa ook hier verandering in gebracht. De Europese wateren zijn bijna leeg, dus dan maar het voedsel “stelen” van de mensen die vis nog als eiwitbron nodig hebben. We betalen wat geld aan de (veelal corrupte – met name – Afrikaanse) overheden – waarvan de lokale vissers geen cent in handen krijgen – en daarna vissen we gewoon al hun eten weg. Voor wie? Voor de Europese consument.

Een bijkomend ernstig probleem is dat er jaarlijks circa 40 miljard kilo vis gevangen wordt om verwerkt te worden tot voer voor kweekvis, varkens, kippen en pelsdieren. Zie verder punt 5.

2. Bijvangst
De mondiale jaarlijkse bijvangst, bestaande uit dieren die men niet mag, of wil vangen en die in 99% dood overboord gegooid worden, bedraagt ongeveer 45 MILJARD kilo. Het betreft miljoenen zeezoogdieren (met name dolfijnen en andere kleine walvisachtigen, zeeschildpadden, zeevogels en uiteraard vissen, omdat ze verstrikt raken in visnetten en vislijnen. Wetenschappers hebben via satellietbeelden berekend dat er zoveel ‘longlines’ in de zeeën hangen, dat de totale lengte gelijk staat aan 550 maal rond de aarde: ruim 22 miljoen kilometer! Vaak hebben deze longlines een lengte van meer dan 100 kilometer. De vissen en andere dieren die in de haken vast komen te zitten sterven een verschrikkelijke dood. Vaak vechten ze meer dan 24 uur voor hun leven. Deze longlines zijn vooral bedoeld om tonijn en zwaardvis te vangen. Van deze vissoorten zijn er steeds minder, dus moeten er nog langere lijnen komen.
Een belangrijke deel van de Nederlandse vloot en het grootste deel van de Belgische vloot (gedeeltelijk bestaande uit “ontsnapte” Nederlandse vissers) bestaat nog uit boomkorvisserij. Dat zijn netten die met zware kettingen de bodem omwoelen en alle dieren vangen die op de bodem leven, maar daarbij het volledige bodemecosysteem vernietigen. Tot 96% is bijvangst.

3. Duurzaamheidslabels
Het bekendste duurzaamheidslabel is MSC (Marine Stewardship Council). Dit label is in het leven geroepen door het Wereld Natuur Fonds en Unilever. Hun ideeën over duurzaamheid zijn wel een beetje verschillend van die van bijvoorbeeld de Sea First Foundation. Er zijn zelfs de allesverwoestende boomkorvisserijen en longline visserijen die een MSC-label hebben. Met dierenwelzijn wordt al helemaal geen rekening gehouden.
Met de meeste andere “duurzaamheidslabels” is het vaak nog erger gesteld.

4. Haaienmoord en tonijn
Een derde van alle haaiensoorten wordt met uitsterven bedreigd – naar schatting worden jaarlijks 70 miljoen (!) haaien gedood om hun vinnen. In 2006 was dat nog 120 miljoen; het wordt alleen maar minder omdat er minder haaien zijn. Niet China, maar de Europese vissers blijken de grootste leveranciers van haaienvinnen aan het Verre Oosten te zijn. Het zijn vooral de Spaanse vissers, maar ook de Nederlanders die zich hieraan schuldig maakten. De haaien worden levend van hun vinnen ontdaan en dan letterlijk weer overboord geschopt. Een gruwelijk einde. Haaienvinnensoep betekent aanzien in China en andere landen in het Verre Oosten. Winstbejag is het enige wat telt voor de vissers. Het haaienvinnen is een miljardenindustrie en voor vele visserijen een uiterst lucratieve “bijzaak”.
De meeste haaiensoorten zijn inmiddels met 90% of meer in aantallen afgenomen. Door roofdieren uit het ecosysteem te halen ontstaat er een enorme disbalans in de populatie van allerlei zeedieren. De haaienmoord draagt dus bij aan de niet-duurzaamheid van de visserij.
Gelukkig is er beweging in de Europese wetgeving en zijn enkele soorten inmiddels beschermd en is het levend ontvinnen van haaien nu officieel verboden. Een overwinning voor de milieubeweging, waaraan de Sea First Foundation een belangrijke bijdrage heeft geleverd.
Tonijn is ook een ernstig bedreigde vissoort. De blauwvintonijn is al zo goed als uitgestorven, waardoor de andere tonijnsoorten nu ernstig overbevist worden. U eet toch ook geen broodje panda of Bengaalse tijger?! Voor alle informatie over tonijn zie: www.tunafree.nl / www.tunafree.be Deze Tonijn-Vrije-Restaurant-Campagne is een actie van de Sea First Foundation.

5. Kweekvis en mangrovebossen
Mangrovebossen zijn zeer belangrijke kraamkamers voor vele vissoorten, terwijl er tevens verschillende endemische soorten leven. Mangroves zijn struiken en bomen die in zout water leven. Zij groeien in ondiep water en van vele soorten zijn de onderwaterwortels zwaar begroeid met algen, wieren, oesters, sponzen en zeeanemonen. Tussen deze wortels kunnen jonge vissen zich prima verschuilen wanneer er gevaar dreigt. Zo kunnen ze veilig opgroeien totdat zij groot genoeg zijn om naar open zee te gaan. Deze kraamkamers zijn onontbeerlijk voor honderden vissoorten. Over de hele wereld verdwijnen deze bossen om plaats te maken voor scampikwekerijen en viskwekerijen. In verreweg de meeste gevallen worden de dieren met veel te veel per kubieke meter gehouden. Dit is zeer dieronvriendelijk en zeker niet duurzaam, want omdat de dichtheid van de dieren te groot is, breken er constant ziektes uit en (dus) wordt de kwekerij overgoten met antibiotica en andere medicatie, zoals die tegen visluis. Op dit moment is ongeveer 50% van alle garnalen wereldwijd uit zulke kweekvijvers afkomstig. Waar garnalen gekweekt worden is de omgeving zo zwaar vervuild dat de mensen die er werken en een hongerloon verdienen, ziek worden. Datzelfde geldt voor de mensen die voor water van grondwater afhankelijk zijn. Tot in de wijde omtrek is het grondwater vervuild. Dit kan een radius van 100 km bereiken! Zelfs de garnalen kunnen na vier à vijf jaar niet meer overleven en dus wordt een volgend stuk mangrovebos gekapt voor een nieuwe kweekvijver.
Door het verdwijnen van de mangroven, verdwijnen ook veel vissoorten. In de Nederlandse Antillen bijvoorbeeld is het aantal grote vissen door overbevissing en het rooien van de mangrovebossen aan de noordkust van Zuid-Amerika, sterk afgenomen.
Vis kweken in open water, zoals zalm in Noorwegen en in Chili, veroorzaakt grote problemen. Op de bodem onder de kwekerijen en in de omgeving daarvan ontstaan zogeheten “Dead Zones”, dode gebieden waar helemaal niets meer leeft. Dit komt door de grote hoeveelheden uitwerpselen, die gecontamineerd zijn met medicijnen.
De meeste vissoorten die gekweekt worden zijn carnivoor. Dat betekent dat zij alleen kunnen leven wanneer zij dierlijke voeding krijgen. Meestal is dat wilde vis die daarvoor speciaal gevangen wordt (grote industrie in Peru en Chili). Voor kweekzalm is 2-6 kilo wilde vis nodig om 1 kilo zalm te krijgen. Verre van duurzaam dus, mede door de enorme afstanden die de gevangen (visvoer)vis moet afleggen tot de viskwekerijen in bijvoorbeeld Noorwegen. Vaak wordt door het kweken van vis overbevissing dus in de hand gewerkt.
Zie voor een uitgebreid overzicht: De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar

6. Vervuiling
Er zijn verschillende soorten vervuiling van ons milieu en van de zeeën. Er is vervuiling door chemicaliën, door niet- of nauwelijks verteerbare stoffen zoals plastic, door radioactiviteit, door viskweek, door lawaai, door radioactief afval en ook door CO2 (verzuring – zie PUNT 9).
Gifstoffen
De meest voorkomende chemicaliën zijn dioxines, dioxineachtige pcb’s, zware metalen zoals kwik en cadmium en brandvertragers. De meeste van deze stoffen produceert de mens zelf en sommige komen in mindere mate ook in de natuur voor. Er zijn inmiddels heel wat studies gedaan naar de gevolgen van deze gifstoffen op de menselijke gezondheid. Het probleem is dat er meestal alleen gekeken wordt naar één enkele stof, of één enkele groep van stoffen. Bilau (2008) onderzocht vooral dioxineachtige stoffen in voeding, maar beveelt aan om ook de effecten van combinaties van contaminanten (gifstoffen) op de gezondheid van de mens te gaan onderzoeken. Hier weten we eigenlijk nauwelijks iets van. De hoeveelheid dioxines in de Noordzee is in de afgelopen decennia aanzienlijk gedaald, maar vis uit de Noordzee bevat nog altijd veel meer dioxines dan bijvoorbeeld vis uit het zuiden van de Indische en de Atlantische Oceaan. Ondertussen zijn er weer andere stoffen die juist in steeds grotere hoeveelheden in het milieu, in zee en dus ook in vis – vooral vette vis – komen. Een voorbeeld hiervan is de groep van de toxische en kankerverwekkende brandvertragers.
De meeste Europese dioxines vinden hun oorsprong in industriële verbrandingsprocessen in een chlooromgeving: metaalgieten, bleken van papierpulp en de vervaardiging van bepaalde pesticiden of herbiciden. Andere grote dioxineveroorzakers zijn bijvoorbeeld vuilverbrandingsinstallaties.
Mensen nemen 95-98% van de dioxines (giftige stoffen) op door middel van consumptie van voedsel. De dioxines zitten vooral in dierlijke producten en daarvan vooral in vis. Het grootste probleem van dioxines is hun hoge chemische stabiliteit. Wanneer zij zich eenmaal in een levend organisme hebben genesteld, blijven de dioxines er heel lang zitten. Zij stapelen zich op in de voedselketen en hoe verder we ons dus in de voedselketen bevinden, hoe hoger de concentratie dioxines. De meest kwetsbare personen zijn zwangere vrouwen en pasgeborenen. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, zal men zwangere vrouwen moeten afraden om vette vis te eten – zie ook punt 7. In de huidige Europese richtlijn voor onder meer de maximale hoeveelheid dioxine die de mens mag consumeren, staat dat vooral vis veel giftige dioxine bevat: twintig keer meer dan vlees en melk, tien keer meer dan eieren.
Kwik zit in de vorm van methylkwik (giftiger dan kwik) vooral in roofvis. Niet alleen in het vetweefsel, maar ook in de huid, spieren en organen van de vis. Wie twee maal per week een portie sushi van tonijn eet, heeft een reële kans op gezondheidsproblemen. (Zie ook persbericht No. 2 aan het einde van dit artikel)
Het is onbegrijpelijk dat voedingscentra en overheden zo gemakkelijk omgaan met het feit dat er zoveel gif in vis en andere dierlijke vetten bevattende producten zit. Gif is gif en dat kan zelfs in de laagste concentraties schadelijke gevolgen voor de gezondheid hebben. Kennelijk prevaleert het in stand houden van de vis- en vleesindustrie boven de gezondheid van de mens.
Zie voor een zeer uitgebreid overzicht: De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar
Plastic
Midden op de Stille Oceaan, is een gebied dat minstens zo groot is als West-Europa en dat een enorme hoeveelheid plastic afval bevat: de “plastic soup”. Dit is waarschijnlijk nog conservatief geschat; sommigen schatten de omvang tweemaal zo groot als die van de Verenigde Staten. Het betreft een gigantische hoeveelheid drijvend plastic afval. De plastic massa ontstaat en wordt in stand gehouden door de maalstroom van de Stille Oceaan, die op zijn beurt ontstaat door de passaatwinden. De randen van de maalstroom zijn continu in beweging en hebben een hoger zeeniveau dan verder naar binnen, waardoor de plasticbrij steeds geconcentreerd in het centrum blijft drijven. In alle oceanen zijn inmiddels dit soort gebieden ontdekt. In 2006 bleek uit een studie van de UNEP (de United Nations Evironment Programme, het milieuprogramma van de VN), dat op elke anderhalve vierkante kilometer zee 46-duizend plastic deeltjes zwerven, variërend van verloren teenslippers tot minuscule deeltjes. Veel vogels, kreeftachtigen en zeehonden raken verstrikt in de plastic ringen van een sixpack, een plastic zak of een nylon koord. Stormvogels zijn, net als veel zeeschildpadden, echte alleseters. Soms sterven de vogels doordat een groot object als een plastic zak, de keel en het maagdarmstelsel afsluit, maar veel dieren verzwakken doordat kleinere stukjes plastic afval in de maag het hongergevoel van de vogel wegnemen. De hersenen krijgen daardoor geen seintje meer van “nu eten!”, waardoor veel vogels verhongeren. Van de onderzochte vogels heeft 98% plastic in de maag; gemiddeld gaat het om dertig stukjes.
Miljoenen vissen en zeezoogdieren zien de drijvende kunststofdeeltjes met de aangehechte chemische verontreiniging als een lekker hapje, omdat zich hierop algen afzetten. In de met plastic verontreinigde gebieden wordt veel vis gevangen en zo belandt uiteindelijk de vis op het bord. Zo vormt ook dit giftige plastic nog eens een extra bedreiging voor de gezondheid van de mens. In de verschillende soorten plastic heeft men inmiddels zo´n tachtigduizend (!) gifstoffen ontdekt.
Lawaai
Bij vervuiling van de oceanen denkt men niet zo snel aan lawaai. Toch is lawaai voor miljoenen dieren per jaar funest: olieboringen, heien in zee voor het plaatsen van windmolens en sonar. Zo zullen naar verwachting in de komende jaren miljoenen walvissen, dolfijnen en ander zeeleven gedood worden door de Amerikaanse marine. Het gaat hier met name om de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan en de Golf van Mexico. De schepen van de Amerikaanse marine gebruiken sonar onder meer om onderzeeërs op te sporen. Sonar is een groeiende bedreiging sinds president Bush in 2002 de Amerikaanse marine toestemming gaf sonar in 80% van de oceanen te gebruiken.
Actieve sonar bestaat onder andere uit zeer luide geluidspulsen in de oceaan die terugkaatsen via alle grote objecten in het bereik van deze pulsen. Walvissen raken hierdoor hun oriëntatiegevoel kwijt en zo ontstaan de bekende strandingen van dolfijnen en walvissen, maar voor de meeste dieren is het dodelijk omdat hun gehoor en hersenen worden “opgeblazen” wanneer zij te dicht bij deze sonarbronnen komen. Deze dieren zakken dan direct naar de zeebodem, waardoor men geen idee heeft hoeveel dieren door deze sonartests het leven laten.
In 2004 heeft de regering Bush een wet ondertekend voor het afzwakken van de Amerikaanse milieuwetten die gelden voor de Amerikaanse marine. Daarna, in 2008, tekende president Bush een ‘Executive Order’, waarin hij toestemde dat de Marine zou worden vrijgesteld van de milieuwetten ter bescherming van bedreigde diersoorten. De marine van de VS zal in de komende vijf jaar (2010 tot 2015), miljoenen zeezoogdieren en ander zeeleven in grote aantallen opofferen voor hun ‘Warfare Testing Range Complex Expansions’. Dat zijn reeds bestaande oorlogsvoering testprogramma’s en deze worden enorm uitgebreid in de wateren van de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan en de Golf van Mexico. De Nationale Marine Visserij Service heeft al toestemming gegeven om zeezoogdieren te doden in meer dan een dozijn Marine Oorlogvoering Test Programma’s en bereidt een nieuwe aanvraag voor waarbij als gevolg van het testen met sonar – zoals zij zelf aangeven – 11,7 miljoen… zeezoogdieren (32 verschillende soorten) het leven zullen laten. Met het groeiend aantal vergunningen dat wordt afgegeven voor sonar-testprogramma’s in meer dan 12 gebieden in de Grote Oceaan, de Golf van Mexico en de Atlantische regio’s van de Verenigde Staten, zijn de zeezoogdieren en veel van het andere zeeleven gedoemd om compleet te worden vernietigd.
Radioactiviteit
Tien jaar geleden waren radioactieve lozingen in zee nog een groot probleem. Deze vorm van vervuiling is in de afgelopen jaren echter sterk verminderd. Lozingen van radioactiviteit door met name Engelse nucleaire bedrijven in Sellafield is met zo’n 75% verminderd.
De huidige Europese lozingen vormen geen bedreiging meer voor zeeflora en fauna en zijn slechts een lichte belasting voor mensen die er van eten. Wat wel schadelijk voor het zeeleven is, is het enorme verbruik van koelwater door kerncentrales aan zee. Al het leven in het koelwater wordt gedood, dus ook de vislarven en -eitjes. Of dat alleen lokaal schadelijke gevolgen heeft voor het zeeleven, of voor de hele Noordzee, Ierse, Baltische en Japanse Zee, is bij gebrek aan onderzoek moeilijk te beoordelen. In landen als Japan, Engeland en Frankrijk staan veel kerncentrales aan zee. Wat daarvan het gevolg kan zijn hebben we recent (11 maart 2011) met de ramp in Fukushima kunnen beleven.

7. Gifstoffen in vis
Het niet eten van vis heeft nog andere grote voordelen. Vooral vette wilde vis bevat veel meer gifstoffen zoals pcb’s, dioxines, dioxineachtige pcb’s, zware metalen zoals kwik, en brandvertragers, die je maar beter niet binnen kunt krijgen. Dit zijn allemaal zeer carcinogene stoffen, die zelfs in de kleinste hoeveelheden kanker kunnen veroorzaken. Onderzoek aan de Universiteit van Gent toonde aan (2008) dat ongeveer 50% van alle pcb’s, dioxines en dioxineachtige pcb’s in ons lichaam afkomstig is van vis en andere zeedieren, terwijl maar 1-2% van al het voedsel dat we eten hieruit bestaat! Volgens het Nederlandse Voedingscentrum is het Belgische onderzoek niet correct en zou maar 12% van alle dioxines in het voedsel van de Nederlander via vis in het lichaam komen.
Hoewel voor de meeste gifstoffen geldt dat de gemeten hoeveelheden in vis onder de door Europa gestelde toegestane limiet zitten, is er nauwelijks onderzoek gedaan naar de effecten van de optelsom van de vaak tientallen gifstoffen in vis. Hoe vetter de vis, hoe meer gifstoffen de vis bevat. Dit komt omdat vele gifstoffen lipofiel zijn. Dit betekent dat zij zich in het vetweefsel nestelen. Ook de positie in de voedselketen bepaalt hoe giftig een vis is. Roofvissen, zoals tonijn, zwaardvis en haai, bevatten meer gifstoffen dan kleine visjes aan de basis van de voedselketen.
Toch wordt vaak gezegd dat het eten van vette vis belangrijk is vanwege de vetzuren die zij bevatten. Deze Omega-3 vetzuren maken de vissen echter niet zelf, maar krijgen zij binnen met hun voedsel en tijdens de ademhaling via hun kieuwen. Het betreft Omega-3 bevattende eencellige planktonalgen. Daar men op steeds grotere schaal deze algensoorten kweekt voor de Omega-3 derivaten (EPA en DHA) die daar in zitten, hoeft men dus geen vis te eten om Omega-3 binnen te krijgen. Overigens bevatten veel andere plantaardige producten ook de moedervorm van Omega-3, Alfalinoleenzuur (ALA), zoals postelein, walnoten, lijnzaad(olie) en koolzaad(olie).
Zie voor een uitgebreid overzicht: De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar

8. Voedselvergiftiging
Voedselvergiftiging door het eten van vis en andere zeedieren, zoals garnalen en oesters of mosselen, is verreweg de meest voorkomende vorm van voedselvergiftiging.
Ciguatera is een vergiftiging die vooral veroorzaakt wordt door het eten van tropische vis. Deze aandoening komt vooral voor in gebieden waar ook koraalriffen zijn, maar dus ook bij mensen die uit deze gebieden geïmporteerde vis eten. Het betreft een vergiftiging door stoffen die geproduceerd worden door dinoflagellaten (soort giftige algen). Deze dinoflagellaten zitten in koraal, plankton en zeewier. Deze worden gegeten door vegetarische vissen die op hun beurt worden gegeten door grotere carnivore vissen. Barracuda, zeebaars, snapper, murene, papegaaivissen en trekkervissen, zijn het meest frequent de bron van ciguateravergiftiging, maar ook veel andere vissoorten kunnen deze ernstige vergitiging veroorzaken. Ciguatoxine is zeer hittebestendig, zodat met ciguatoxine vergiftigde vis niet kan worden ontgift door koken.
Ciguateravergiftiging geeft vooral maag-, darm- en neurologische klachten. De belangrijkste symptomen zijn: misselijkheid, overgeven, diarree, hoofdpijn, spierpijn, gevoelsstoornissen en hallucinaties. Het meest typische verschijnsel bij ernstige gevallen is de koude allodynie: hierbij krijgen patiënten een heet, brandend gevoel wanneer ze met iets kouds in aanraking komen. Mogelijk wordt het gif ook door seksuele gemeenschap of borstvoeding doorgegeven door reeds besmette patiënten. De klachten en symptomen kunnen weken en soms wel jaren aanhouden. Na jaren kunnen de klachten spontaan weer terugkeren, deze recidieven kunnen uitgelokt worden door diverse factoren zoals het consumeren van vis of alcoholische drank.
Er bestaat geen specifieke behandeling tegen ciguateravergiftiging. Alleen symptoombestrijding en ondersteunende behandelingen zoals pijnstilling zijn mogelijk. Het meest belangrijk is preventie door geen vis te eten (uit risicogebieden).
Op de tweede plaats van vergiftiging door vis en andere zeedieren is scombrotoxin, ook wel scombroidvergiftiging genoemd. Deze vorm van histaminevergiftiging wordt vooral gezien na het eten van tonijn, makreel, sardines, geelstaart, en abalone (oorschelp). Het is het gevolg van onvoldoende koeling van de vis. De symptomen ontstaan snel na het eten van de vis: tintelingen of brandend gevoel in de mond; huiduitslag op het gezicht en het bovenlichaam; kloppende hoofdpijn; netelroos en jeuk van de huid; misselijkheid, braken en diarree.
Ook kan vis besmet raken met listeria. Deze bacterie groeit ook bij lage temperaturen. Listeria is vooral gevaarlijk is voor zwangeren en ouderen. Zij kunnen beter geen voorverpakte gerookte vis eten, zoals gerookte zalm, forel, paling of makreel. Voorverpakte gerookte vis kan lang bewaard worden. Dit geeft de bacterie de kans zich te vermenigvuldigen tot schadelijke hoeveelheden.
Naast ciguatera en scombroidvergiftiging zijn er nog vele andere micro-organismen in vis die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken, zoals salmonella (Zie ook persbericht No. 3 aan het einde van dit artikel). Overigens is het verstandig uw hond en kat ook geen vis te voeren, omdat ook zij daar ernstig ziek van kunnen worden.

9. Verzuring: CO2 en O2
Oceanen zijn de grootste zuurstofbron op aarde. Tot 70% van alle zuurstof wordt door zeeplanten gemaakt. Zij nemen CO2 op en geven O2 (zuurstof) af, net als alle planten op het land. Wij ademen dankzij de zee! De meeste planten van deze planeet leven in zee: het betreft naast wieren, het plantaardige plankton, of fytoplankton. Door de enorme wereldwijde CO2-emissies, kan het fytoplankton lang niet al het CO2 verwerken en omzetten in zuurstof. CO2 en andere broeikasgassen zoals die uit de intensieve veehouderij (de vleesindustrie is verantwoordelijk voor bijna 20% van alle broeikasgasemissies op aarde. Dat is meer dan van al het gemotoriseerde verkeer bij elkaar, dus inclusief vlieg- en scheepvaartverkeer) zorgen voor verzuring van het zeewater. De Ph wordt dus lager. Hierdoor lost kalk op. Volgens recent onderzoek onder leiding van de vermaarde zeebioloog Boris Worm, is op veel plaatsen in zee het fytoplankton al met 40% afgenomen. Dit heeft consequenties voor de totale zuurstofproductie op aarde. De wetenschap is bang dat hierdoor tegen 2050 alle koraalpoliepen dood zullen zijn. Op dit moment bedraagt de hoeveelheid CO2 in zeewater 383 ppm (= parts per million). De veilige grens voor koraalpoliepen ligt rond de 120 ppm en het kalk van de huisjes van de poliepen begint op te lossen bij 360 ppm. Hier zijn we inmiddels dus al ver voorbij! Dit is een van de belangrijkste redenen (naast vervuiling en overbevissing) waarom koraalriffen het wereldwijd steeds slechter doen. Maar ook andere dieren aan de basis van de voedselketen die uit kalk bestaan (schelpen en schaaldieren) hebben het moeilijk. Klimaatopwarming als gevolg van de veel te hoge CO2-emissies, zorgt ook al voor grote problemen in de vorm van koraalverbleking (coral bleaching). Zou er genoeg vis in zee zwemmen, dan zou nog heel wat CO2 opgenomen kunnen worden. Vis krijgt met zijn voedsel en tijdens zijn ademhaling via de kieuwen, het in het zeewater opgeloste kalk (calcium = Ca) binnen. In het lichaam van de vis wordt de calcium omgevormd tot calciumcarbonaat, CaCO3, dat met de ontlasting van de vis in zee komt. Calciumcarbonaat is een uitstekende buffer voor CO2. Helaas worden de zeeën in een hoog tempo leeggevist, met als gevolg toenemende verzuring en daardoor onder andere het afsterven van koraalriffen. Elke vis die nu nog uit de zee getrokken wordt is er één te veel!

10. Dierenwelzijn
Ik noem dit punt als laatste al is het in mijn optiek het allerbelangrijkste punt waarom we geen vis en visproducten zouden moeten eten. ZeedierenONwelzijn is een enorm probleem. Jaarlijks worden tussen de 1,5 en 3 triljoen (met achttien nullen) dieren in de zeevisserij gevangen, die alle een verschrikkelijke dood sterven. De laatste vijftien jaar is het onderzoek naar vissenwelzijn in een stroomversnelling gekomen. Toen ik ruim zes jaar geleden aan mijn onderzoek naar de vernietiging van het “ecosysteem zee” begon, waren er slechts enkele tientallen onderzoeken naar pijnbeleving bij vissen. Inmiddels zijn dat er meer dan duizend. Dieren die voor consumptie gedood worden, behoren volgens Europese wetgeving binnen één seconde te sterven, of zodanig verdoofd zijn dat zij van het sterven niets merken. Dat dit in de praktijk helaas lang niet altijd het geval is, is treurig, maar er bestaat tenminste wetgeving hierover. Helaas geldt deze regelgeving niet voor vissen. Inmiddels weten we dat vissen een uitstekend ontwikkeld centraal zenuwstelsel hebben (hersenen en ruggenmerg) en een goed ontwikkeld perifeer zenuwstelsel, met pijnreceptoren (= nocisensoren) tot in te toppen van hun vinnen en rond de mond). Vissen voelen dus wel degelijk pijn en ondergaan angst en stress, op min of meer dezelfde wijze als vogels, reptielen en zoogdieren dat doen (kippen, kalkoenen, schildpadden, mensen, koeien, enz). En toch behandelt men deze dieren alsof het bakstenen zijn. De dodingsmethoden van vis zijn meer dan gruwelijk en het kan soms enkele uren duren voordat een vis sterft. Vissen hebben een groot probleem: zij kunnen niet schreeuwen!

Wil je meer weten, zie:

  • De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar
  • Do Fish feel Pain, Prof. Victoria Braithwaite, Oxford University Press
  • Een zeer belangrijke studie: Worse things happen at sea: the welfare of wild-caught fish, Alison Mood.

Het hele artikel

www.seafirst.nl  
www.vissenbescherming.nl