De onderwaterwereld van de Nederlandse Antillen en Aruba

Hoewel alle eilanden van de Nederlandse Antillen in de Caraïbische zee liggen, waar het water vrijwel overal een temperatuur heeft die varieert tussen de 25 en 29° Celcius, zijn er toch vrij grote verschillen voor wat de onderwaterflora en fauna betreft. Deze verschillen hebben vooral te maken met de geografie, de geologie en de lokale industrieën.

De Eilanden Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius liggen “boven de wind”, hetgeen impliceert dat – vooral in de zomerperiode – de beruchte stormen en orkanen kunnen voorkomen, hetgeen ook voor de tropische koraalriffen gevolgen heeft. De koralen, sponzen en andere bewoners van het koraalrif hebben zich in de loop der miljoenen jaren aan de klimatologische omstandigheden aangepast. De zogeheten “Benedenwindse Eilanden”, Aruba, Curaçao en Bonaire (van west naar oost), hebben veel minder te lijden, daar tropische stormen hier slechts zelden voorkomen.

Geologisch gezien zijn er met name tussen Saba en Sint Eustatius enerzijds en de overige eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba anderzijds, grote verschillen in die zin, dat Saba en Sint Eustatius vulkanische eilanden zijn, terwijl de andere eilanden vooral uit fossiel koraalsediment bestaan. De zeebodem is er op sommige plaatsen bezaaid met grote lava-rotsblokken, het zand is donker van kleur (lavazand) en op sommige plaatsen is er nog altijd lichte vulkanische activiteit. Tot zover betreft het de geografische en geologische, dus de natuurlijke verschillen. Problematisch wordt het wanneer het gaat om de lokale industrieën. Aruba is grote delen van de oorspronkelijk prachtige intacte koraalriffen kwijtgeraakt door vervuiling van onder andere de lokale olie-industrie. Ook Curaçao heeft momenteel ernstige problemen als gevolg van verontreiniging van het zeewater door de lokale industrie, maar ook door de lozing van rioolwater. In hoge concentraties bevat dit voor koraal dodelijke stoffen, waardoor de koraalpoliepen afsterven en algen de dode koralen gaan overwoekeren.

In Bonaire is de situatie minder verontrustend, maar ook hier zijn er al grote delen van het koraalrif waar de gevolgen van het afvalwater zichtbaar zijn. Ook de zogenaamde septische putten die de hotels en vele privéwoningen hebben, brengen geen oplossing, daar het afvalwater via het poreuze gesteente uiteindelijk toch weer in zee komt. De enige oplossing is het aanleggen van een rioleringssysteem uitmondend in een goed afvalwater verwerkingssysteem. Het is dus zaak om met grote spoed de reeds jaren in de kast liggende plannen te realiseren, doch dit kan alleen met financiële hulp van de Nederlandse regering.

Viervijfde van de wereld bestaat uit water; de gezondheid van onze zeeën is bepalend voor de gezondheid van alle landbewoners. Helaas worden de Oceanen door velen als “oneindige afvalput” gezien; een vorm van struisvogelpolitiek, onder het mom van “wat we niet zien, kan ook geen kwaad aanrichten”.

Gelukkig beginnen steeds meer mensen zich te realiseren dat een schoon milieu een absolute noodzaak is om op de lange duur te kunnen overleven. Organisaties als bijvoorbeeld Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds zijn hier de gangmakers, maar vele regeringen luisteren steeds beter naar wat deze “groene” groeperingen te melden hebben. Over de hele wereld zijn talloze voorbeelden te vinden van koraalriffen die door toedoen van menselijke activiteiten volledig zijn verdwenen. Op veel plaatsen in Indonesië zijn er alleen nog maar koraalriffen rond de kleinere eilanden. Op de grote eilanden is door ontbossing en de daardoor ontstane losse grond die tijdens de regenperiode via de rivieren of direct naar zee afgevoerd wordt, in korte tijd de zee van transparant tot een bruine massa verworden, waardoor de koraalriffen afstierven. In Thailand zijn op de plaatsen waar ongerepte zandstranden lagen tientallen hotels gebouwd die direct op zee afwateren. Om nu nog koraalrif te kunnen zien moet men in plaats van de zee inlopen, met een boot een uur varen… In Frans Polynesië zijn het de atoomproeven, elders kernafval en weer elders is het vissen met dynamiet debet aan het einde van de koraalriffen.

Het verdwijnen van één diersoort heeft vaak grote consequenties voor andere diersoorten. Zo heeft bijvoorbeeld ook de meedogenloze jacht op haaien grote gevolgen: door het verdwijnen van bepaalde haaiensoorten, zoals in de Stille Oceaan op verschillende plaatsen het geval is, kunnen de vissen die normaal gesproken tot het haaiendieet behoren, zich onbeperkt voortplanten. Daar er nu te veel van deze vissen zijn, vermindert het aantal vissen dat weer op hun menu staat. Nu zijn dat juist weer dieren die er voor zorgen dat er niet te veel algen op de koralen gaan groeien, waardoor uiteindelijk hele riffen veralgen en sterven. Dit is slechts één voorbeeld, maar zo zijn er vele te noemen. Zelf heb ik met verachting gezien hoe haaien gevangen worden, levend van hun vinnen ontdaan worden en stuurloos weer in zee gesmeten worden om daar een verschrikkelijke dood te sterven. En dat alleen maar omdat “de mens” haaienvinnensoep op zijn menukaart wil hebben….

Gelukkig zijn er ook nog goede berichten; ondanks de eerder beschreven negatieve feiten is de situatie in de Caribische Zee zo slecht nog niet. Wanneer nu de milieubewuste eilandsregeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba samen met de Nederlandse overheid de handen in elkaar slaan en de broodnodige maatregelen nemen, dan kunnen onze kinderen, klein- en achterkleinkinderen evenzeer als de huidige generatie genieten van al het schoons dat zich onder het wateroppervlak bevindt.

Zoals de naam “koraalrif” al zegt, is koraal de hoofdbewoner van het rif. Koralen zijn in vele families en soorten onder te verdelen, de belangrijkste hiervan zijn de steenkoralen, de zachte koralen en de waaierkoralen. Alle koralen zijn dieren, hoewel vele soorten er als planten uitzien! Het kenmerk van de steenkoralen is, dat het “skelet” wordt gevormd door de kalkafzettende koraalpoliepen. Wat men in feite ziet, is een massieve dode kern, met aan de oppervlakte de levende koraalpoliepen. Van de steenkoralen komen er in de Caribische Zee al een kleine zestig soorten voor. Het kenmerk van de zachte koralen is, dat deze er heel sterk als planten uitzien. Onder water bewegen zij in de stroming als planten in de wind. Toch zijn ook dit dieren, evenals de vertegenwoordigers van de derde groep, de waaierkoralen. Door de koraalpoliepen aan te raken beschadigt de slijmlaag van de diertjes en zullen zij uiteindelijk sterven. Helaas is dat bij vele duikers en snorkelaars niet bekend, waardoor er als gevolg van onwetendheid schade aan de riffen ontstaat. Het ergst zijn de duikers die handschoenen dragen, opdat zij hun handen niet beschadigen bij het aanraken van de koralen…!

In feite zijn alle koralen wit, maar in de poliepen bevinden zich ééncellige algen, Zooxantellae, deze algen, die van groot belang zijn bij de vorming van bepaalde voedingsstoffen voor de koraalpoliepen, geven de poliepen hun bruine of gelige kleur. Wanneer door bepaalde redenen de algen in de poliepen sterven (dit gebeurt soms wanneer gedurende een bepaalde periode de temperatuur van het zeewater boven de 29° Celcius uitkomt), dan verbleken de koralen en worden uiteindelijk spierwit. Dit fenomeen staat bekend als “bleaching”.

Andere belangrijke bewoners van het koraalrif zijn sponzen, wormen, zakpijpen, schelpen, naaktslakken (in feite zijn dit schelpdieren zonder huis), zeesterren, zee-egels, krab- en kreeftachtigen, anemonen en – natuurlijk – de vissen. Zonder uitzondering zijn dit allemaal dieren. Planten komen op de tropische koraalriffen veel minder voor; de bekendste soorten behoren tot de wieren en algen. Duikers en snorkelaars die het koraalrif kunnen bewonderen, zien dat vrijwel elk plekje gebruikt wordt. Zodra een dier sterft, neemt een ander dier zijn plaats in; zo gebeurt het vaak dat op een dode plek van een steenkoraal een spons groeit, of zich kokerwormen vestigen.

Wie zich met mariene biologie bezig houdt, raakt gefascineerd door de ingewikkelde relaties tussen de verschillende dieren van het rif. Sommige jonge vissen fungeren als schoonmakers: zij bieden hun diensten aan andere vissen aan en bevrijden deze van lastige  parasieten door ze op te eten. Zodra zij volwassen zijn, gedragen zij zich als “normale” vissen en behoort het parasieten-eten tot het verleden. Andere vissen, meestal kleine grondels, blijven hun leven lang “poetsvissen”. Ook de in sommige soorten anemonen levende garnalen zijn poetsers; zij laten door middel van bepaalde bewegingen van hun “voelsprieten” aan vissen weten dat ook zij uitstekende parasieten-eters zijn. Tegelijkertijd bestaat er een symbiotische relatie met de giftige anemoon: de garnaal kan ook kleine visjes lokken die, wanneer zij te dicht bij de anemoon komen, door de giftige tentakels verlamd worden en door de anemoon gegeten worden. De garnaal eet dan weer de restjes van het anemonenmaal! Deze vorm van symbiose wordt mutualisme genoemd; zowel de “gastheer” (de anemoon) als de “gast” (de garnaal) hebben profijt van hun relatie. Ondervindt de gastheer alleen maar schade van zijn gast, dan is er sprake van parasitisme. Profiteert alleen de gast, dan wordt dat commensalisme genoemd. Ook sommige zee-egels en verschillende leden van de zeesterrenfamilie, zoals de fascinerende veersterren hebben vaak minuscuul kleine garnaaltjes en kreeftjes die op hun gastheer leven. Deze garnaaltjes zijn meestal zo klein dat zij met het blote oog nauwelijks te zien zijn, vooral ook omdat zij dezelfde kleur hebben als hun gastheer. Hier is sprake van commensalisme; de garnaaltjes “stelen” het voedsel dat via de armen van de veerster naar de mond getransporteerd wordt. De gastheer heeft hier uiteraard geen voordeel van. Daar de wetenschap nog niet veel kennis bezit over veersterren en hun gasten, is het vooralsnog onduidelijk of er misschien niet toch nog een voordeeltje voor de gastheer bestaat en er dus misschien wel sprake is van mutualisme.

Een ander “wonder” betreft de kleuren van de vissen. Waarom hebben sommige dieren zulke felle kleuren in de meest fantastische motieven? Hierover zijn boeken vol geschreven, maar het blijft vooralsnog in de meeste gevallen bij veronderstellingen.

De wetenschap der mariene biologie is eigenlijk van recente datum; het is pas na de veertiger jaren van de twintigste eeuw, door de uitvinding van de duikfles met ademautomaat, dat de mens in staat is onder water onderzoek te verrichten, hetgeen vaak tot andere waarnemingen leidt dan onderzoek naar diergedrag in een aquarium.

Iedereen die snorkelend of duikend de onderwaterwereld van de Caribische Zee kan verkennen is een bevoorrecht mens.

Beschrijving van de foto’s

De “dori”, de enige kikkersoort van de Benedenwindse Eilanden

De “dori” is een padachtig kikkertje dat op de drie Benedenwindse Eilanden voorkomt. Oorspronkelijk kwam het diertje alleen op Aruba voor, maar met zandexport naar Curaçao en Bonaire rond 1910, werd het slechts 5 cm grote kikkertje daar geïntroduceerd. Zoals de meeste kikkers functioneert ook deze soort alleen wanneer het vochtig is. Wanneer het flink geregend heeft verlaten de kikkers massaal hun schuilplaatsen in de grond en onder stenen en verzamelen zich in de juist ontstane plassen. De mannetjes geven daar ’s avonds en ’s nachts luidruchtige kwaakconcerten. In de meestal korte natte perioden planten zij zich voort. De kikkervisjes komen al na 24 uur uit de kikkerdril en ontwikkelen zich binnen een week tot kleine kikkertjes. In de natte tijd voeden zij zich met insecten en larven, om zich daarna soms wel een jaar in hun schuilplaatsen op te houden.

Curaçao

 

  1. Sleepbootwrak bij de ingang van de Caracasbaai

Een van de – zowel door duikers als snorkelaars – meest bezochte plaatsen in het Onderwater Park van Curaçao, is het wrak van een slechts op zes meter diepte liggende sleepboot. Het wrak ligt ten zuiden van de hoofdstad Willemstad, vlak bij de ingang van de Caracasbaai. Het alleen per boot bereikbare wrak behoort tot de mooist begroeide wrakken van het Caribisch gebied. Overal groeien prachtige sponzen en zachte koralen, maar aan de romp groeien ook mooie steenkoralen. De stuurhut is van binnen overdekt met de oranje op anemonen lijkende poliepen van het roosjeskoraal (Tubastrea coccinea). Het wrak is eigenlijk een rif op zich, want behalve dat het prachtig begroeid is, verzamelen zich hier ook groepen vissen, terwijl verschillende murenen zich overdag onder de romp schuilhouden om ’s nachts op jacht te gaan. Voor een nachtduik is het wrak dan ook zeer geschikt.

  1. Bergsterkoraal (Montastraea annularis) begroeid met spiraal-kokerwormen (Spirobranchus giganteus)

Sterkoraal behoort tot de groep van de harde koralen. Dit zijn dieren die tijdens hun leven kalk afscheiden en zo een omhulsel vormen, waarbinnen zij overdag vertoeven, om ’s nachts te voorschijn te komen om met hun armen plankton te vangen. Op het koraalrif wordt elke centimeter gebruikt door dieren die zich niet kunnen verplaatsen, zoals koralen, sponzen, algen, maar ook wormen, zoals de spiraal-kokerwormen. Deze diertjes bevinden zich in een harde uit kalk gevormde koker. Met het voor ons zichtbare deel, bestaande uit twee aanhangsels, vangt het dier plankton. Bij een te dichte nadering door een ander dier, of bijvoorbeeld door een duiker of snorkelaar, trekt de worm zijn vangorganen razendsnel terug in zijn koker. Door zijn gelijkenis met een kerstboom, wordt deze worm in het Engels “Christmas Tree Worm” genoemd.

  1. Koper bijlbuikvissen (Pempheris schomburgki) in de “Mushroom Cave”

Koperbijlbuikvissen houden van een donkere omgeving en leven daarom in grotten, scheepswrakken of onder grotere steigers. Overdag leven zij in grotere groepen bij elkaar, om ’s nachts solitair te gaan jagen. De hier gefotografeerde groep leeft in de “Mushroom Cave”, genoemd naar de paddestoelachtig gevormde koraalformaties die hier vlakbij liggen. Voor duikers die de grot in willen om deze bijzondere vissen te fotograferen, is het belangrijk te weten dat de waterbeweging in de grot meestal vrij heftig is, en dat men gemakkelijk tegen het dak van de grot aangesmeten kan worden.

  1. Pepermunt grondel (Coryphopterus lipernes) op groot sterkoraal (Montastrea cavernosa)

De oplettende duiker en snorkelaar zal zien dat er op de koralen en sponzen vrijwel overal leven is; kleine visjes en garnaaltjes – meestal in dezelfde kleur als de koralen of sponzen waarop zij leven – gebruiken hun gastheer als leef- en jachtgebied. De hier afgebeelde 2-3 cm grote pepermunt grondel leeft van plankton en minuscule diertjes. Hij is vooral herkenbaar aan de metallic-blauwe kleur boven de ogen.

Sterkoraal behoort tot de steenkoralen. De poliepjes trekken zich overdag terug in hun kalkstenen huisjes, om ’s nachts tevoorschijn te komen om plankton te vangen.

  1. Gevlekte schoonmaakgarnaal (Periclimenes yucatanicus) in reuzenanemoon (Condylactis gigantea)

De gevlekte schoonmaakgarnaal leeft in symbiose met de giftige reuzenanemoon. Het kleine – voor het gif immune –  garnaaltje heeft twee lange voelsprieten, waarmee het vissen lokt die last hebben van parasieten. Het diertje kruipt dan op de vis en ontdoet deze van zijn lastige parasieten, vandaar de naam schoonmaakgarnaal. De garnaal kruipt zelfs in de bek van grote roofvissen, zonder dat er gevaar voor zijn leven bestaat. Ook krijgt de binnenzijde van de kieuwen gewoonlijk een goede schoonmaakbeurt. Kleine visjes worden listig zo dicht naar de anemoon gelokt, dat deze in aanraking komen met de giftige tentakels, waardoor zij verlamd raken. De anemoon eet het visje en de garnaal krijgt de restjes.

Bonaire

  1. Wrak van de Hilma Hooker met paarse buisspons (Aplysina archeri)

In 1984 vond de douane een lading marihuana aan boord van de in de haven van Kralendijk gelegen Hilma Hooker. De boot werd in beslag genomen en men besloot het schip te laten zinken ter hoogte van het dubbelrif aan de zuidwestkust van Bonaire. Het wrak ligt op zijn zij op een diepte van 30 meter. Sindsdien heeft Bonaire een wrak dat voor duikers gemakkelijk bereikbaar is. Het andere wrak, dat van de Windjammer ligt namelijk op een diepte van ruim 60 meter.

Het heeft lang geduurd voordat de natuur bezit nam van het wrak, maar geleidelijk ontstaat meer en meer begroeiing van koralen en sponzen. Op de foto is een fraaie paarse buisspons (Aplysina archeri) zichtbaar. Deze spons komt op de riffen van Bonaire veel voor en behoort tot de een van de mooiste soorten van de familie van deze primitieve diersoort.

  1. Gekroonde engelvis (Holacanthus ciliaris)

Zonder twijfel is de gekroonde engelvis de mooiste vertegenwoordiger van de familie der engelvissen. Boven op zijn kop heeft het dier een “kroon” waaraan het zijn naam dankt. Meestal zwemt deze vis solitair, maar een enkele keer ziet men ook een paartje. In tegenstelling tot zijn familielid de franse keizersvis die erg nieuwsgierig is, is de gekroonde engelvis eerder wat schuw. Wie echter geduld heeft en de vis niet achtena zwemt, zal zien dat dit fraai gekleurde dier vaak toch even achterom kijkt en zelfs terugzwemt. Het voedsel van deze vis bestaat voornamelijk uit sponzen.

  1. Blauwe rifbaars (Chromis cyanea)

De blauwe rifbaars behoort tot de grote familie der rifbaarzen of juffertjes. De meeste vertegenwoordigers van deze familie verdedigen hun territorium fanatiek tegen indringers, ook wanneer deze zeer groot zijn, zoals duikers! De blauwe rifbaars past hier qua karakter niet echt bij, daar hij absuluut niet agressief is. In tegenstelling tot de meeste van zijn familieleden, leeft deze vis in groepen, die soms wel uit honderden exemplaren kan bestaan. Als duiker kan men deze schitterend blauwe diertjes zeer dicht benaderen. Fotograferen is dan weer een stuk moeilijker, daar zij zeer beweeglijk zijn.

  1. Zeilvin snoekslijmvis (Emblemaria pandionis)

Wie naar Klein Bonaire gaat, kan daar op verschillende plaatsen op de ondiepe zandbodem een unieke slijmvissoort vinden, de zeilvin snoekslijmvis. Het slechts 3 cm grote visje heeft zijn naam te danken aan het feit, dat het mannetje een zeer grote rugvin heeft, die echter maar sporadisch wordt uitgezet. Vooral bij het “indruk maken op een vrouwtje” zal deze “zeilvin” gebruikt worden. Deze slijmvisjes leven hun hele leven, zoals vele van hun soortgenoten, in een klein holletje, waar zij gedurende enkele seconden alleen uitkomen om voedsel te vangen, om dan direct weer – achterstevoren – in hun holletje terug te keren. Ook verlaten zij hun veilige schuilplaats wanneer het gaat om “belangrijke zaken”, zoals vechten en paren.

  1. Zandduiker (Synodus intermedius)

De zandduiker, ook wel hagedisvis genoemd vanwege zijn hagedisachtige kop, vertrouwt volledig op zijn camouflage wanneer hij zich in het zand verstopt. Het enige dat dan opvalt zijn de prachtig “geïrriseerde” ogen. Het is een echte rover; zwemt de uitgezochte lekkernij voorbij, dan hapt hij met zijn met scherpe tandjes uitgeruste bek razendsnel toe. Daar deze vis geen zwemblaas heeft en daardoor over een beperkt drijfvermogen beschikt, kan hij slechts korte afstanden zwemmen.

Aruba

  1. Gele zeebarbeel (Mulloidichthys martinicus)

Gewoonlijk zweven deze vissen vrij onbeweeglijk in groepen boven het rif. Voor de duiker of snorkelaar zijn zij goed te benaderen, mits men zelf ook nauwelijks beweegt. De duiker kan het best zijn adem inhouden, daar de dieren schrikken van de uitgeademde bubbels.

Onder de kin bevinden zich twee voelsprieten die er toe dienen om het zand om te woelen op zoek naar voedsel, dat uit kleine ongewervelde dieren bestaat, zoals kreeftjes en andere schaaldieren. De Engelse naam “Goatfish”, slaat op de twee opvallende voelsprieten, die overigens meestal alleen tijdens hun speurtochten naar voedsel goed zichtbaar zijn.

  1. Pauwoogschol (Bothus lunatus)

Razendznel kan de pauwoogschol zich aan zijn omgeving aanpassen; in een onderdeel van een seconde verdwijnen de op deze foto zichtbare blauwe stippen – waaraan het dier overigens zijn naam dankt – om plaats te maken voor beige of zelfs bijna spierwit. Bij dit merkwaardige dier, dat tot de familie der platvissen behoort, bevinden de ogen zich aan de linkerkant van het hoofd, terwijl de mond zich op de normale plaats, dus in het midden bevindt. Dankzij zijn perfecte camouflage is het dier een succesvolle jager. Een prooi kan hij van alle kanten in de gaten houden, want beide ogen kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen, zoals bij een kameleon.

  1. Geelvin zilvervis (Gerres cinereus)

Deze solitair levende vis is vaak te zien boven een zandbodem of bij plaatsen met zeegras. Hij komt ook voor in mangrovegebieden. Gewoonlijk “zweeft” het zilverkleurige visje met zijn kenmerkende gele buikvinnen vlak boven de bodem, om dan plotseling in het zand of in het water een voor de duiker of snorkelaar onzichtbare prooi te verschalken.

Wanneer een duiker met zijn vingers in het zand graaft, komt het diertje vaak vlakbij om te zien of er iets van zijn gading bovenkomt.

  1. Roosjeskoraal (Tubastrea coccinea)

Op en in het wrak van de Antilla, een Duits vrachtschip dat in de Tweede Wereldoorlog voor de kust van Aruba zonk, is op de donkere plaatsen overal het feloranje gekleurde roosjeskoraal te vinden. Zodra er te veel licht is trekt de poliep zich terug in zijn oranje kalkstenen kokertje. Met zijn fijne tentakels vangt het diertje plankton, dat naar de zich in het midden van de poliep bevindende mond gebracht wordt. Roosjeskoraal kan oppervlakten van vele vierkante meters bedekken.

  1. Gewone zeewaaier of Waaierkoraal (Gorgonia ventalina)

Vooral in de zuidoostelijke duikgebieden van Aruba, waar het zicht het best is, zijn prachtige waaierkoralen, zoals de hier afgebeelde, te vinden. Het waaierkoraal behoort tot de groep van gorgonen (Gorgonacea). Dit zijn koralen die een centrale stam bezitten waaraan vele takken zitten. Bij de waaierkoralen is er sprake van een echt netwerk van takken en vertakkingen. Het kalkachtige skelet is bekleed met een soort gelatineachtig materiaal, waarin zich de poliepen bevinden.

Waaierkoraal voelt zich het best thuis in helder water waar enige stroming is.

Saba

  1. Typische begroeiing van de onderzeese lavarotsen van Saba

Diepwater waaierkoralen (Nicella goreaui) , vele sponzensoorten en diverse andere koralen, vormen het typische beeld van de begroeiing van de onderwater gelegen kolossale lavarotsen. Tussen de rotsen  zijn “zandstraten” te vinden. Alles bij elkaar vormt dit ware labyrinthen. Voor de onderwaterfotograaf zijn dit prachtige motieven, die zowel aangeflitst als met natuurlijk licht bijzondere beelden opleveren. Op sommige plaatsen voelt het grijze lavazand op de bodem warm aan als gevolg van vulkanische activiteit.

17 en 18. Getijdepoelen bij Flat Point

Bij Flat Point zijn grillige lavaformaties te vinden. Hier vormen zich zogenaamde getijdepoelen, plaatsen die zich bij hoog water vullen, maar nooit geheel leeg zijn. Deze zoutwatermeertjes zijn kleine paradijsjes op zich. Hier zijn vooral juveniele visjes te vinden, maar ook zeeëgels, chitons, schelpen zoals cauri’s en schaalhorens (Patella’s) en vele kleine koraalkolonies, sponzen en anemonen. Bij laag water is het hier goed vertoeven voor de snorkelaar en de onderwaterfotograaf. Het zijn ideale plaatsen voor de zogenaamde half-halffotografie. Hierbij wordt de groothoeklens van de in een “onderwaterhuis” geplaatste camera half onder- en half bovenwater gehouden.

De zee bij Flat Point is meestal niet erg rustig. Men dient altijd met de mogelijkheid rekening te houden, dat grote golven plotseling de rust in de getijdepoelen kunnen verstoren. Helaas zijn er op deze manier al ernstige ongelukken gebeurd.

  1. Elandsgeweikoraal (Acropora palmata)

In ondiep, maar turbulent water groeit het majestueuze elandsgeweikoraal. Dit steenkoraal kan afmetingen van wel enkele meters bereiken. De zomerstormen en soms zelfs orkanen, kunnen grote schade aan het elandsgeweikoraal aanbrengen. Gelukkig is het een koraalsoort die tamelijk snel groeit, zodat meestal binnen enkele jaren de schade al niet meer zichtbaar is.

Het hier afgebeelde koraal maakt duidelijk waar het zijn naam aan dankt; sommige takken lijken namelijk sprekend op het massieve gewei van de eland. Evenals de meeste soorten steenkoralen, is ook het elandsgeweikoraal een typisch nachtdier. Overdag trekken de vrij kleine poliepen zich in hun kalkstenen huisjes terug.

  1. Parel koffervis (Lactophyris triqueter)

De parel of gespikkelde koffervis is een van de vele soorten vis die men in de beschermde wateren van het Saba Marine Park kan tegenkomen. De vorm van de vis is in vooraanzicht vrijwel driehoekig; de basis van de driehoek is de buik van de vis. Dit dier kan onder uitzonderlijke omstandigheden wel 30 cm groot worden, doch de meeste exemplaren die duikers en snorkelaars te zien krijgen zijn niet veel groter dan 10 tot 15 centimeter. Onder de huid bevindt zich, in tegenstelling tot de meeste andere vissoorten, een skeletachtige struktuur. Meestal worden solitaire exemplaren gezien, maar een enkele keer leven zij in groepjes.

Sint Maarten

  1. Ballonvis (Diodon holocanthus)

De ballonvis dankt zijn naam aan het feit, dat het dier zich tot een ronde “ballon” kan opblazen wanneer het zich bedreigd voelt. Duikers vinden dit kennelijk vaak amusant want helaas wordt de vis nogal eens gevangen, met als gevolg dat het dier zich dan direct opblaast. Zij weten waarschijnlijk niet dat, wanneer de vis in opgeblazen toestand te dicht aan de oppervlakte komt, het dier niet meer naar dieper water kan zwemmen en uiteindelijk sterft!

Door het opblazen komen de tegen het lichaam aanliggende stekels loodrecht op het lichaam te staan, waardoor de vis voor een roofvis niet meer aantrekkelijk is.

  1. Franse keizersvis (Pomacanthus paru)

Deze sierlijke vissen zwemmen vaak in paren over het rif. Het zijn nieuwsgierige dieren, die vaak heel dicht bij de duiker komen. Op de riffen van Sint Maarten, komen van de familie der keizersvissen vooral de Franse keizersvis, de grijze keizersvis en de geelzwarte hertogsvis voor. De volwassen keizersvissen eten vooral sponzen en algen. De jonge Franse keizersvis heeft een andere tekening; het lichaam is zwart met vier verticale felgele strepen. Tijdens het volwassen worden verdwijnen deze strepen gelijdelijk, om plaats te maken voor de goudgele schubben. Jonge dieren zijn schoonmaak- of poetsvisjes; zij bevrijden andere vissen van parasieten door deze op te eten.

  1. Spiraal-kokerworm (Spirobranchus giganteus)

In vrijwel alle tropische koraalriffen komt de spiraal-kokerworm voor. In de Indische en Stille Oceaan, kunnen zij de meest onwaarschijnlijke kleuren hebben, zoals felblauw en felgeel. In de Caribische Zee hebben deze op het rif verankerde wormen meestal pastelkleuren die variëren van zachtroze en lila via bruinige tinten naar zachtgeel en wit. Eén worm heeft altijd twee “kerstboompjes”, de spiraalvormige vangorganen, waarmee het diertje plankton vangt. Dreigt er gevaar, dan trekken de vangorganen zich razendsnel terug in hun kalkstenen koker, die zij afsluiten met een rond dekseltje, het operculum (op de foto goed zichtbaar).

  1. Grootoog makreel (Caranx latus)

Makrelen zijn echte rovers, die meestal in groepen op kleinere vissen jagen. Soms ziet men grote scholen kleine vissen massaal uit het water springen; zeer waarschijnlijk worden zij dan opgejaagd door makrelen. Gebeurt dit dicht bij het koraalrif, dan betreft het meestal een groep grootoog makrelen, daar deze soort makreel, zoals de meeste makrelen wel het open water prefereren, maar voor de jacht vaak dicht bij het rif komen. De grootoog makreel is gemakkelijk te herkennen aan de gele staartvinnen en de opvallend grote ogen.

  1. Trompetvis (Aulostomus maculatus)

De trompetvis heeft met zijn zeer langgerekte lichaam een zeer karakteristieke vorm. Deze roofvis is een meester in het camoufleren. Hij gebruikt daarvoor verschillende trucks: in de eerste plaats kan hij zijn kleur aanpassen aan de omgeving, waardoor hij vaak voor zijn potentiële prooi vrijwel onzichtbaar wordt. De normale kleur van de vis varieert van beige tot bruin, maar hij kan zijn kleur zeer snel in blauw of geel veranderen, of alle kleurschakeringen die daartussen zitten. Zijn tweede camouflagetruck is het innemen van een verticale stand tussen de verticale takken van zachte koralen en ten derde kan hij met een niet-roofvis meezwemmen, maar dan zo, dat hij voor zijn prooidier niet opvalt. De trompetvis kromt zich in de vorm van de vis waar hij dicht boven meezwemt – vaak een papegaaivis – en neemt dan ook nog eens de kleur van zijn “begeleider” aan.

Sint Eustatius

  1. Haviksnavel schildpad (Eretmochelys imbricata)

Gelukkig gaat het goed met de met uitsterven bedreigde zeeschildpad in Sint Eustatius. Vooral de hier afgebeelde haviksnavel zeeschildpad wordt in de wateren rond dit eiland regelmatig gezien. Zijn naam heeft hij te danken aan zijn “overbeet”, waardoor hij gemakkelijk te onderscheiden is van de andere soorten zeeschild-padden. De vrouwtjes van dit reptiel leggen hun eieren aan land, waar zij een diep gat in het zand graven, om daarin ongeveer 100 eieren te deponeren. Doordat over de hele wereld zandstranden steeds drukker bevolkt raken, onder andere als gevolg van de bouw van grote hotels, kunnen de schildpadden hun eieren niet meer kwijt, waardoor het aantal nakomelingen steeds meer afneemt. De haviksnavel zeeschildpad leeft vooral van kwallen, sponzen, koraalpoliepen en ander dierlijk materiaal. Dit in tegenstelling tot de ook bij Sint Eustatius voorkomende groene zeeschildpad, die vooral een vegetarisch dieet heeft.

  1. Gevlekte schorpioenvis (Scorpaena plumieri)

Hoewel de schorpioenvis een beruchte naam heeft, is het dier in feite volsterkt ongevaarlijk, in die zin, dat het dier nooit uit zichzelf een duiker of snorkelaar zal aanvallen. Bij een onverwachte aanraking van dit perfekt gecamoufleerde dier, zal het echter in een reflex zijn rugvinnen opzetten, waarin zich scherpe stekels bevinden die een sterk gif bevatten. Wanneer dit gif in de huid van de aanraker geïnjecteerd wordt (bijvoorbeeld een duiker die het dier voor een steen aanziet), dan ontstaat direct een hevige pijn. De getroffen duiker mag dan niet in paniek raken en een noodopstijging maken, daar dat veel gevaarlijker is dan de gifinjectie. Men moet ondanks de pijn een rustige opstijging maken en daarna zo snel mogelijk het getroffen huidgebied met azijn en/of zo heet mogelijk water behandelen. Hierdoor zal het eiwit dat zich in het gif bevindt gaan stollen, waardoor de werking snel afneemt. In ieder geval is het daarnaast belangrijk ook nog medische hulp te zoeken. De belangrijkste les is: “raak onderwater niets aan, maar geniet door alles goed te bekijken”.

  1. Glasoogbaars (Heteropriacanthus cruentatus)

Het grote oog van de glasoogbaars wijst erop dat deze vis vooral een nachtdier is. Overdag verschuilt hij zich meestal in ondiep water in kleine grotjes onder de koralen, om dan ’s nachts op jacht te gaan. De kleur kan in een onderdeel van een seconde veranderd worden van donkerrood tot bleek-zilverrood, zoals te zien op deze portretfoto. Een duiker kan de vis zeer dicht benaderen, wanneer tenminste geen onverwachte bewegingen gemaakt worden.

In het Caribisch gebied komen verschillende soorten baarzen voor, die sterk op de glasoogbaars lijken. Herkenning is echter gemakkelijk, daar de glasoogbaars een patroon van zilverkleurige strepen op zijn rug heeft.

  1. Blauwgevlekte tandbaars (Epinephelus fulvus)

Het determineren van deze zeer interessante vis is niet eenvoudig, daar hij in verschillende kleuren en kleurcombinaties voorkomt. De hier afgebeelde kleur is de meest voorkomende, maar op Sint Eustatius komen ook andere kleuren voor, zoals bruinrood boven en wit onder, of zelfs goudgeel! In alle gevallen zijn er licht- tot donkelblauwe stippen op het lichaam, die naar de staart toe verminderen.

Bij voorkeur zoekt deze territoriale tandbaars een plekje waar hij rustig kan liggen, in afwachting van de juiste prooi die voorbij zal zwemmen. Op deze foto heeft de vis een trechterspons als uitkijkpost uitgezocht.

Mangroven

Mangroven zijn bomen die zout water verdragen en in getijdemoerassen groeien. In de Nederlandse Antillen komen mangrovebossen vooral voor op de Benedenwindse Eilanden. Deze getijdemoerassen vormen een ecosysteem; de mangroven met alle organismen die daarmee samenleven. In het Caribisch gebied zijn vier soorten mangrovebomen te vinden. Deze komen oorspronkelijk uit de westelijke Stille Oceaan en Maleisië, waar nog altijd tenminste 40 soorten voorkomen. De soorten die momenteel in de Caraïben leven zijn de rode, de zwarte en de witte mangrove, evenals de minder van water afhankelijke knoopmangrove.

  1. Rode mangrove (Rhizophora mangle)

De rode mangrove is gemakkelijk te herkennen aan de gebogen steltwortels, die van de stam van de boom naar de bodem verlopen. Onderwater hebben deze wortels inderdaad een bruinrode kleur, waaraan de soort zijn naam te danken heeft. In de maand juli bloeit de rode mangrove met kleine gele bloemen. Na de bevruchting ontkiemt een van de zaden in de vrucht, terwijl deze nog aan de boom hangt. Pas wanneer de zaailing een lengte van ongeveer 20 cm heeft, zal de boom hem loslaten, waardoor deze als een pijl in het water valt en in de modder vast komt te zitten. Hier zal de zaailing zich tot een nieuwe boom ontwikkelen.

  1. Zwarte mangrove (Avicennia germinans)

In tegenstelling tot de rode mangrove, heeft de zwarte mangrove niet de karakteristieke gebogen steltwortels, maar ziet er eerder uit als een normale boom met een stam die zich al snel boven de grond begint te vertakken. Het meest opvallende verschil zit in de hier afgebeelde ademwortels (pneumatophoren) die zich op de bodem rond de stam bevinden. De bladeren zijn smaller dan van de rode mangrove.

  1. “Upside-down” mangrovekwal (Cassiopeia sp.)

Deze fascinerende kwal komt voor in de rustige binnenwateren van de mangrove-gebieden. Het in vele kleurvarianten voorkomende dier ligt meestal “op zijn kop”, met de tentakels naar boven gericht op de bodem. Slechts een enkele maal ziet men de kwallen zwemmen, meestal in een klein groepje of solitair. Wie de dieren dicht benadert kan zien dat zij voortdurend in beweging zijn; zij pompen water door hun lichaam, waar zij de voedingsstoffen uit filteren. De vele “armen” die op de ronde schijf zitten zijn bij alle dieren verschillend van vorm en kleur. In deze armen bevinden zich symbiotische algen, zoals deze ook in koraalpoliepen voorkomen. Daar deze algen alleen kunnen leven wanneer zij voldoende zonlicht krijgen, moet de kwal dus wel “op zijn kop” liggen, in water waar voldoende zonlicht kan doordringen. Daarom zal men deze dieren zelden in dieper water dan 1,5 tot 2 meter vinden. Bij aanraking zal de kwal een irriterende stof uitscheiden, die bij de mens echter niet veel meer dan wat snel voorbijgaande jeuk veroorzaakt.

  1. Zwemmende “Upside-down” mangrovekwal (Cassiopeia sp.)

Tekst zie onder 31.

  1. Macro-opname van de “armen” van de “Upside-down” mangrovekwal (Cassiopeia sp.)

Saba

Snorkelen en duiken rond Saba is een bijzondere belevenis en volkomen anders dan in andere Caribische duikgebieden. Dit heeft vooral te maken met de vulkanische oorsprong van het eiland. De kleur van het zand is niet het bekende koraalwit, maar varieert van grijs naar bijna zwart. Dit zand bevat vele magnetische mineralen en is op sommige plaatsen warm als gevolg van lichte vulkanische activiteit. Door de handen op die plaatsen in het zand te steken kan men zich zelf hiervan overtuigen.

Rond het eiland, met name in het noorden en het noordwesten, bevindt zich een vrij ondiepe strook. Daarbuiten worden snel diepten van 300 meter of meer bereikt. Het Grootste deel van de wateren rond Saba is sinds 1987 officieel beschermd, het “Saba Marine Park” (SMP). De hoofdrol bij het ontstaan van het SMP werd gespeeld door de op Saba wonende Nederlandse zeebioloog Tom van ’t Hof, die overigens ook het leeuwenaandeel had in de totstandkoming van de beschermde onderwaterparken van Bonaire en Curaçao. De koraalstructuren rond Saba worden door van “t Hof in drie groepen verdeeld:

  1. met koraal begroeide rotsen en rotsblokken
  2. met koraal begroeide onderwaterbergen en –naalden (“pinnacles”)
  3. echter riffen

De met koraal  begroeide rotsen en (soms kolossale) rotsblokken van vulkanisch gesteente komen verreweg het meest frequent voor. Er bestaat een grote variatie aan harde en zachte koralen. Vooral de gorgonen en waaierkoralen zijn hier in grote aantallen te vinden. Opvallend zijn ook de prachtige sponzen, met name de grote trechtersponzen. Het is een aparte belevenis door het labyrint van “zandstraten” tussen de rotsen door te zwemmen. De lichtinval is hier met goed weer bijzonder mooi. Ideaal voor onderwater landschapfotografie. Wanneer men naar de iets dieper gelegen zandvlakten gaat, is de kans op ontmoetingen met stekelroggen groot. Ook leven hier de Caribische buisalen, die ritmisch met de waterbeweging meegaan.

Van de onderwaterbergen zijn met name de naaldvormige toppen van “Third encounter” spectaculair. Op een diepte van 35 meter wordt de duiker vriendelijk begroet door grote zeebaarzen, makrelen en zwarte trekkervissen. Van de andere duikplaatsen, maken vooral “Diamond Rock” en “Man of War Shoals” indruk. Deze onderzeese bergtoppen zijn overdadig begroeid met gorgonen, waaierkoralen en prachtige sponzen. Hier vindt men ontelbare vissen, zoals barracuda’s en de spectaculaire op de bodem levende Caribische poon (Engels: Flying gurnard), maar ook vrijwel altijd zeeschildpadden.

Daar vanaf het begin dat het duiktoerisme op gang kwam de onderwaterwereld beschermd werd, zijn hier veel meer én een grotere variatie aan vissen dan op de meeste andere bovenwindse Caribische duikbestemmingen.

Door van ’t Hof en zijn medewerkers zijn 26 duikplaatsen beschreven in de “Guide to the Saba Marine Park”. Alle duikstekken zijn voorzien van ankerplaatsen met boeien, zodat er geen schade aan de riffen kan ontstaan door het uitwerpen van ankers.

Het enige “nadeel” van het duiken op Saba, is het feit dat men niet vanaf de kust kan duiken. Men zal dus altijd van een van de duikscholen en hun boten afhankelijk zijn. De op Saba gevestigde duikscholen zijn overigens alle van uitstekende kwaliteit en hebben uiterst deskundige mensen in dienst die de duiker veel over de unieke onderwaterwereld kunnen vertellen.

Curaçao

Het heeft enige tijd geduurd, voordat Curaçao uit de schaduw kwam van het wereldberoemde buur-duikeiland Bonaire. Dit was niet helemaal terecht. Curaçao en Klein-Curaçao hebben prachtige riffen, waarvan de meeste in goede conditie verkeren. In de laatste jaren is het duiktoerisme dan ook fors toegenomen en zijn er verschillende duikscholen bijgekomen. Een van de voordelen van het duiken in de wateren van Curaçao is, dat men zelden lange boottochten moet maken om bij de duikbestemming te komen. De langste tocht – ongeveer twee uur – voert naar het nabij gelegen eilandje Klein Curaçao, waar het in het kristalheldere water prachtig snorkelen en duiken is. Oorspronkelijk was dit eilandje drie meter hoger, maar aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, werd ongeveer 90.000 ton fosfaatrijke grond verwijderd, om elders de grond weer vruchtbaarder te maken.

In Curaçao kan men op verschillende plaatsen vanaf de kust duiken. Ongeveer eenderde van de zuidwestkust, vanaf het Pricess Beach Hotel tot aan Oostpunt is als  Onderwater Park beschermd. Hier zijn bij alle belangrijke duikplaatsen boeien aangebracht om ankerschade aan het tere koraalrif te voorkomen. Speervissen is – uiteraard – overal verboden.

De onderwaterwereld van Curaçao heeft veel te bieden. Behalve de bontgekleurde koralen en sponzen, zijn er ook interessante grotten en enkele mooi begroeide wrakken. Tussen Boca Santa Cruz en Playa Lagun bevindt zich een van de mooiste duikplaatsen van het noordwesterlijke deel van het Onderwater Park, Banda Abao, het zogenaamde Mushroom Forest. Hier vindt men gigantische paddestoelachtige koraalformaties die zich slechts op een diepte van negen tot twaalf meter bevinden. Dit gebied is zeer geliefd bij onderwaterfotografen. Vlakbij vindt men de Mushroom Cave. Dit is een interessante grot die niet erg diep is en er onschuldig uitziet. Dit is maar schijnbaar, want men moet zeer oppassen door de sterke waterbeweging niet tegen het dak van de grot gesmeten te worden. In het duistere deel van deze grot leven enkele scholen zilverbruine koper bijlbuikvissen. De oplettende duiker ziet hier ook bijzondere garnalen en in de kleinere grotjes in de wand van de grot zijn er altijd wel een paar grote kreeften te vinden.

Van de wrakken zijn de Superior Producer en het wrak van de sleepboot bij de ingang van de Caracasbaai voor elke duiker een echte “must”. De Superior Producer is een ongeveer 60 meter lange kustvaarder die in 1977 voor de kust van Curaçao verging, ongeveer tegenover de waterfabriek in Otrobanda. Het wrak is bijzonder mooi begroeid met koralen en sponzen. Vooral de stuurhut is volledig bedekt met oranje roosjeskoraal. Overal in het wrak vind men scholen vissen, maar ook verschillende soorten murenen. Het wrak ligt rechtop in de zandbodem, op een diepte van 33 meter. Het wrak van de veel kleinere sleepboot ligt bij de ingang van de Caracasbaai op een diepte van slechts zes meter, waardoor het ook voor snorkelaars zeer goed te bekijken is. Ook dit wrak is prachtig met harde, maar ook met zachte koralen begroeid.

Wie een indrukwekkend aantal bekersponzen wil zien kan het beste naar Sponge Forest gaan, ten westen van Boca Pos Spano. Voor zwart koraal is Black Coral Garden bij de St. Marthabaai de beste plaats. Interessant is ook de “Car Pile” voor het Princess Beach Hotel. Hier heeft men tientallen jaren geleden autowrakken in zee gedumpt, die nu schitterend begroeid zijn. Zo heeft elke duikstek in de wateren rond Curaçao zijn eigen bijzonderheden.

Bonaire

Bonaire, ook wel de “world Capital for Shore Diving” genoemd, is zoals de naam het al zegt, wereldberoemd als duikgebied vanwege de vele mogelijkheden om van de kust af te duiken. Veel duikers en snorkelaars huren een auto en rijden naar de verschillende, met gele stenen gemarkeerde duikplaatsen. Uiteraard kan men ook per boot duiken, doch dit gebeurt vooral wanneer de duikplaatsen op het voor de zuidwestkust liggende eilandje Klein Bonaire wordt bezocht.

De riffen rond Bonaire en Klein Bonaire zijn beschermd. Dat wil zeggen, dat er strenge regels bestaan, aangaande vissen, het meenemen van koraal en schelpen en het op welke wijze dan ook beschadigen van het koraalrif. De grondlegger van de rifbescherming en tevens de feitelijke stichter van de duikindustrie in Bonaire, is Captain Don Stewart. Hij zorgde ervoor dat in 1971 het speervissen voor een periode van vijf jaar verboden werd. In 1976 werd het verbod “voor altijd” verlengd. Ook koralen kregen vanaf dat moment bescherming: het beschadigen en meenemen van levende en dode koralen werd strict verboden. Uiteindelijk werd in 1979 het Bonaire Marine Park (BMP) opgericht. Iedereen die in de wateren rond Bonaire wil duiken moet, nog voordat de eerste duik gemaakt wordt, een bedrag van US $ 10,00 entreegeld betalen, om in het BMP te mogen duiken. Men ontvangt hiervoor een gekleurde fiche, die aan de duikuitrusting bevestigd dient te worden. Steeksproefgewijs wordt door medewerkers van het BMP gecontroleerd of men wel in het bezit van deze penning is. Zo niet, dan wordt proces verbaal opgemaakt en moet de 10 dollar onverwijld worden betaald. Dit geld wordt volledig besteed aan het onderhoud van het BMP en wetenschappelijk onderzoek.

Bonaire heeft duikers en snorkelaars zeer veel te bieden. Waar men ook het water inloopt, men is direct in een tropisch aquarium. Nieuwsgierige vissen omgeven de duiker en snorkelaar. Wie een uur gedoken of gesnorkeld heeft, zal gemakkelijk tweehonderd of meer diersoorten gezien hebben. Deze dieren variëren van steenkoralen, zachte- en waaierkoralen en sponzen in allerlei kleuren en vormen, tot koraalvissen in oneindige kleurschakeringen en veelal met bizarre vormen. Wat te denken van alleen al twintig soorten papegaaivissen, nog veel meer soorten baarzen en juffertjes, de slangachtige murenen en tientallen andere soorten, waarvan men de meeste inderdaad tijdens een enkele duik te zien krijgt.

Tom van “t Hof, een van de grondleggers van het BMP, deelt in zijn new Guide to the Bonaire Marine Park de duikplaatsen als volg in:

  1. typisch; dit is het meest voorkomende rifprofiel, namelijk

Sint Maarten

De beste mogelijkheden om te duiken en te snorkelen in Sint Maarten  bevinden zich aan de uit de wind gelegen zuidzijde van het eiland. Ook aan de oostkust zijn enkele goede duikplaatsen te vinden, zoals Tintamarre  in het noordoosten en Hen & Chicks Rocks in het zuidoosten. De bereikbaarheid en de mogelijkheid om op deze oostelijke plaatsen te duiken en te snorkelen, is vooral afhankelijk van de hier vaak heersende grillige winden. De hier gegeven informatie kan als gevolg van de zomerstormen en de gevreesde orkanen niet meer geheel up to date zijn. Het is dan ook verstandig, wanneer u in Sint Maarten gaat duiken, eerst bij een van de lokale duik shops te informeren naar de conditie van de verschillende duikplaatsen.

Enkele van de beste snorkelplaatsen zijn: Simpson Bay, Maho Beach, Mullet Bay en Plum Bay in het zuidwesten, Baie Rouge in het westen, Creole Rock in het Noorden, Pinel Island en Orient Beach in het noordoosten en Dawn Beach in het oosten van het eiland.

De duikplaatsen van Sint Maarten zijn alleen per boot bereikbaar. De meeste duiken gebeuren in ondiep water (10-25 meter). Het zicht is over het algemeen goed, maar sterk afhankelijk van het weer. De stroming is meestal niet al te sterk. Het onderwaterlandschap wordt gekenmerkt door een zandbodem met verspreide rotsen en vlakke rifstrukturen. Waaierkoralen en zachte koralen, voeren evenals sponzen, de boventoon. In de vele kleine grotjes en donkere gangen wordt ook het schitterende oranje roosjeskoraal gevonden.

Lucy’s Barge, Proselyte Reef, Split Rock, The Alleys en The Maze, zijn de meest bezochte duikplaatsen in het voor de wind beschutte zuiden van het eiland. Lucy’s Barge is een wrak dat op een diepte van 18 meter ligt. wrak zelf is niet erg aantrekkelijk, maar trekt veel vissoorten aan, waardoor het toch de moeite waard is. Het mooiste wrak  dat Sint Maarten te bieden heeft, is dat van de H.M.S. Proselyte. De Proselyte was een ruim 40 meter lang Brits oorlogsfregat, dat op 2 september 1801 verging. Het schip had 32 kanonnen aan boord, waarvan sommige nog te zien zijn. Gelegen op een diepte van 15 meter, reikt het hoogste punt slechts 5 meter onder de oppervlakte. Het wrak is begroeid met prachtige sponzen en heeft een grote aantrekkingskracht op vele vissoorten, waaronder de franse en grijze keizersvis, barracuda’s en makrelen. Het kolossale anker van de Proselyte is een gewild foto-object. Vlak bij Proselyte Reef ligt de duikplaats Split Rock, ook wel Cuda Alley genoemd naar de hier vrijwel altijd aanwezige barracuda’s. Deze grote rots, die tot 6 meter onder de oppervlakte reikt, is bijzonder mooi begroeid met zachte koralen, waaierkoralen en sponzen. The Alleys heeft zijn naam te danken aan de gangen (alleys) tussen de hier liggende grote rotsformaties. Ook de duikplaats The Maze ligt hier vlakbij. Het betreft een van de voor Sint Maarten typische duikplaatsen met veel met sponzen begroeide rotsformaties. Verder naar het oosten liggen Pelican Rock en Hen & Chicks. Deze duikplaatsen zijn alleen met goed weer te beduiken. Grote met sponzen en zachte koralen begroeide rotsblokken rijzen boven het wateroppervlak uit. Deze plaatsen zijn vooral interessant door de vele vissen die hier leven.

Het eerder genoemde Creole Rock is door zijn beschermde ligging niet alleen een ideale snorkelplaats, maar ook als duikplaats geschikt voor beginnende duikers.

Tot slot is nog Tintamarre Island te noemen. Hier heeft men ooit een sleepboot laten zinken in ondiep water (14 meter), die inmiddels aardig begroeid is met sponzen en koraal.

Sint Eustatius

Evenals duiken op Saba, is het duiken op Sint Eustatius een bijzondere belevenis. Vrijwel alle duikplaatsen bevinden zich aan de voor de wind beschutte west- en zuidwestzijde van het eiland. Sint Eustatius is vooral bekend als vindplaats van de caribische poon (Eng. flying gurnard), Dactylopterus volitans. Een andere attractie is het duiken naar wrakken. Verschillende hiervan liggen in vrij ondiep water, waardoor zij goed te bereiken zijn. De wrakken trekken veel vis aan en hebben een interessante begroeiing.

De meeste duikplaatsen zijn alleen per boot bereikbaar. Twee maal per dag worden vanuit Lower Town – Oranjestad duiktochten georganiseerd. Snorkelen is vooral mogelijk in het ondiepe water voor de kust van Lower Town. Regelmatig worden hier nog antieke kralen en fragmenten van antieke flessen en kruiken gevonden.

In het zuidwesten is een interessant rifsysteem te vinden, dat vooral uit met koraal en sponzen begroeide rotsblokken en richels bestaat. In het noordwesten, bij Jenkins Bay bestaat een andere rifformatie. Wanneer het weer het toelaat, kan hier ook goed gesnorkeld worden. Er is slechts één “wall-dive”, die bekend staat als de “Drop-off” bij Buccaneer Bay.

In het noorden bevinden zich de duikplaatsen Jenkins Bay en Doobie’s Crack. De laatste is een vrij diepe duik, die vooral interessant is voor wie grote kreeften wil zien. Jenkins Bay is de best beschutte duikplaats van Sint Eustatius en door zijn ondiepte (5-15 meter) niet alleen een bijzonder mooie duikplaats, maar ook zeer geschikt voor snorkelen. Hier zijn op de zandplaten vrijwel altijd stekelroggen te vinden, maar vaak ook zeeschildpadden. De begroeiing van de rotsblokken bestaat uit verschillende soorten harde, zachte en waaierkoralen en sponzen.

Enkele van de wrakken zijn Blare’s Wreck, Stingray wreck en Double wreck. Het betreft overblijfselen van achtiende eeuwse schepen. Vaak zijn hier nog antieke artefacten te vinden en bij Double Wreck een 4 meter groot anker. Interessant is het dierenleven bij de wrakken. Stekelroggen, verpleegstershaaien en schildpadden, zijn slechts enkele van de grotere dieren die hier gevonden kunnen worden. De Caribische poon is hier thuis en het is een prachtig gezicht wanneer deze vis zijn “vleugels” spreidt. Verder zijn er altijd verschillende scholen vis, zoals makrelen, eekhoornvissen en gele zeebarbelen.

Caroline’s Reef, Anchor Reef en Barracuda Reef zijn de belangrijkste duikplaatsen in het zuidwesten, waar grote bekersponzen, grote zachte koralen en prachtige diepwater waaierkoralen te vinden zijn. Van de vissen maken de barracuda’s en de keizersvissen de meeste indruk. Hier kan men zowel de franse als de grijze en de gekroonde keizersvis tegenkomen. Ook voor wat betreft de kleinere dieren is hier veel te beleven, zodat ook de macrofotograaf aan zijn trekken komt.

Drop-off is de diepste en tevens de meest zuidelijk gelegen duikplaats van Sint Eustatius. Het is de enige “wall-dive” die op een diepte van ongeveer 25 meter begint. De duikers wordt geadviseerd niet dieper dan 40 meter te duiken. De wand van deze onderzeese rots is begroeid met een grote variatie aan koralen en sponzen. Hier ziet men gegarandeerd grote scholen zwarte trekkervissen, creool lipvissen en creool baarzen.

Aruba

Ondanks het feit dat Aruba een constant gevecht levert tegen pollutie door nitraten en fosfaten in het afvalwater, olievervuiling en lozing van giftige stoffen van verschillende fabrieken, zijn er toch verschillende zeer mooie duikplaatsen behouden gebleven. De zuidkust van Aruba heeft het meest te leiden onder de vervuiling. Een van de voordelen van het duiken in Aruba is, dat diverse duikplaatsen zeer goed per auto te bereiken zijn en er zodoende gemakkelijk van de kust af kan worden gedoken. Tevens zijn er enkele interessante wrakken, waaronder het bij duikers zeer bekende, schitterend met koralen en sponzen begroeide wrak van de Antilla, een Duitse vrachtvaarder die in 1940 door de bemanning tot zinken gebracht werd.

De meeste duikplaatsen zijn aan de voor de wind beschutte westkust van Aruba gelegen. Zeer ervaren duikers gaan soms naar de ruwe noordoostkust, naar Andicouri Rif en Natural Bridge. Hier kan de stroming soms zeer sterk zijn, maar voor diegenen die de stroming willen trotseren is de natuur onder water hier de moeite waard. Hier vindt men hersen- en sterkoralen van gigantische afmetingen, afgewisseld met enorme bekersponzen en grote hoeveelheden vis, waaronder barracuda’s. Aan de noordkust ligt op een diepte van slechts 15 meter het wrak van de Californi, zeer gewild bij onderwaterfotografen. Probleem is wel dat ook hier meestal een zeer sterke stroming staat. Tussen de grote koraalformaties zijn grote hoeveelheden vis te zien.

In het noordwesten ligt het reeds genoemde wrak van de Antilla. Hier kan de onderwaterfotograaf gemakkelijk dagen lang vertoeven, want behalve de schitterende begroeiing, dat het wrak tot een kunstmatig rif heeft gemaakt, is er een grote variatie aan macro-leven. Ook voor nachtduiken is het wrak zeer geschikt. ‘s Nachts komen alle schaaldieren tevoorschijn en zijn de murenen op jacht. Op de felgekleurde korstsponzen slapen de kleine Caribische kamkogelvisjes met hun schitterende blauwe “make-up” rond de ogen en ziet men overal decoratiekrabbetjes. Deze diertjes “decoreren” zich met sponzen, zodat zij niet opvallen op en in de sponzen waar zij ‘s nachts hun voedsel zoeken.

De meeste duikplaatsen liggen tussen Barcadera Rif en Commandeurs Rif in het zuidwestelijke deel van Aruba. Hier vindt men velden met waaierkoralen, harde koralen, bekersponzen en op sommige plaatsen mooie diepwatergorgonen. Pianco Rif is bekend vanwege de altijd aanwezige, tot 50 kilogram zware, groene murenes. Op veel plaatsen zijn ook stekelroggen te vinden en wie geluk heeft ziet soms mantaroggen en gevlekte adelaarsroggen. Op veel plaatsen is het visleven opvallend rijk: de overal aanwezige, nieuwsgierige Franse keizersvissen leveren mooie plaatjes op voor de onderwaterfotograaf. Verder ziet men vaak barracuda’s en grote zeebaarzen. Sepia’s en zelfs zeepaardjes zijn hier geen zeldzaamheid. Bij elke nachtduik vindt men gewoonlijk een aantal grote kreeften en koraalkrabben.

In het meest zuidelijke deel van Aruba liggen de duikplaatsen Lago Rif, Baby Beach Rif, Santana Rif en Cabez Rif. De laatste is vanwege de meestal hevige stroming alleen voor ervaren duikers geschikt, maar is bijzonder vanwege de grote hoeveelheden barracuda’s, horsmakrelen en de grote barnsteenmakrelen.

Baby Beach is een van de plaatsen waar men ook goed kan snorkelen. Gezien de vaak sterke stromingen die op verschillende plaatsen in Aruba kunnen heersen, kan men zich voor wat betreft snorkelen het best door een van de duikscholen laten adviseren.

Zeewier, algen en Omega-3

Als je “gezond oud wilt worden” moet je vis eten. Houd je niet van vis dan moet je  zeker visoliecapsules slikken…

De laatste jaren wordt deze boodschap steeds vaker gehoord. Merkwaardig, want Europa laat bij monde van de Eurocommissaris Visserij met klem weten dat de visbestanden zo ernstig bedreigd zijn, dat zeer dringend het Algemeen Visserij Beleid (Common Fisheries Pollicy/CFP)  herzien moet worden. 80% van alle visbestanden is zwaar overbevist en voor de Europese visbestanden is dit zelfs 88%. 30% is zo zwaar overbevist dat het de vraag is of deze visbestanden zich nog kunnen herstellen.

Sea First Foundation organiseerde eerder dit jaar “De Oceanenweek” aan de Universiteit van Gent (www.oceanenweek.be). Deze succesvolle week werd afgesloten met een debat waaraan onder andere vertegenwoordigers van VLIZ (Vlaams Instituut voor de Zee) en het ILVO (Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek) deelnamen, maar ook de visindustrie was vertegenwoordigd door mevrouw Siska Bourgeois van Marine Harvest Pieters, onderdeel van ’s werelds grootste seafood concern. Op de vraag waarom vis zo gezond is antwoordde zij: “vanwege de belangrijke eiwitten en vetten”. Dit is het antwoord dat men meestal krijgt als men wil aantonen waarom vis eten zo belangrijk is. Er is echter al heel wat onderzoek gedaan naar de eiwitverhoudingen (dierlijk versus plantaardig) bij de Europese bevolking. In Nederland werd dit onderzoek door de overheid gesubsidieerd. De conclusie van dit onderzoek van Prof. Harry Aiking (Vrije Universiteit Amsterdam) is alarmerend. Hij schrijft: In Nederland en België eten we onnodig veel eiwit, 70% meer dan we nodig hebben: 60% is dierlijk eiwit en 10% plantaardig. Een derde minder, een derde vervangen door plantaardig eiwit en een derde door scharreleiwit zou een goed idee zijn, voor milieu, dierenwelzijn en niet te vergeten onze eigen gezondheid. Hebben we dan geen vlees of vis nodig? Welnee, die Omega-3 is een hype. Als je gevarieerd eet kom je in de Westerse wereld geen enkele voedingsstof tekort. Daarentegen krijg je gemakkelijk te veel calorieën binnen, vooral via dierlijke producten. Een dringende transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten is noodzakelijk!

Wanneer dit onderzoek correct geïnterpreteerd wordt, dan betekent het dat het stimuleren van het consumeren van meer vis (en dat geldt natuurlijk ook voor vlees) eigenlijk gelijk staat met het ongezonder maken van de mens, want te veel dierlijke eiwitten brengt heel wat gezondheidsrisico’s met zich mee.

Dan nog de vetten: Omega-3 zit in vis in de vorm van EPA en DHA maar wordt door vis niet zelf gemaakt. Vissen krijgen deze belangrijke (essentiële) vetzuren binnen via hun voedsel. EPA en DHA zijn namelijk plantaardig en zitten in verschillende soorten plantaardig plankton (eencellige planktonalgen). Deze algen worden inmiddels (op nu nog te kleine schaal) gekweekt. Het is dus niet nodig om vis te consumeren als het over eiwitten en essentiële vetzuren gaat.

Er zijn ook nog heel wat andere redenen om geen vis en visolie te consumeren:

In de eerste plaats de mondiale overbevissing en de gigantische bijvangsten: wereldwijd gaat ruim 40 miljard kilo vis en andere zeedieren – waaronder dolfijnen en andere kleine walvisachtigen, zeeschildpadden en vooral veel vissoorten die men niet mag of wil vangen – dood terug overboord. Zou deze slachting in de bovenwaternatuur gebeuren, dan zou de hele wereld op zijn kop staan, maar wat er onderwater gebeurt is uit het oog en (dus) ook uit het hart. Van alle roofvissen is nog maar zo´n 10% over. Als de vangst op bijvoorbeeld blauwvintonijn doorgaat zoals dat nu gebeurt, is de soort binnen enkele jaren uitgestorven.

 

Het goede nieuws

Zeewier is de groente van de toekomst. Verschillende soorten zeewier bevatten eiwitten die plantaardig zijn, maar op dierlijke eiwitten lijken. Met deze eiwitten hoopt men bij voldoende kweek het visvoer dat nu nog voor het grootste deel uit wilde vis bestaat (jaarlijks wordt bijna 40 miljard kilo vis gevangen  alleen om kweekvis, varkens, kippen en pelsdieren te eten te geven) te vervangen door voedsel afkomstig uit zeewier en algen. De Wageningen Universiteit is onlangs begonnen met een proef zeewierboerderij in de Oosterschelde en verwacht prachtige resultaten. Niet alleen kunnen we veel gezondere eiwitten en vetten uit algen en zeewier winnen, maar we kunnen zeewier uitstekend als visvervangers gebruiken. Op 5 juni 2011 werd het eerste visvervangende kookboek ter wereld tijdens World Ocean day in Antwerpen gepresenteerd: NON*FISH*A*LI*CIOUS. Dit boek biedt iedereen die de boodschap van minder of geen vis (meer) eten een fantastisch alternatief: recepten met de smaak van de zee, maar zonder vis en andere zeedieren. Het boek is inmiddels uitverkocht, maar de opvolger ligt alweer geruime tijd in de schappen: Groente uit Zee en is via de webshop van www.seafirst.nl te bestellen.

Jaarlijks wordt ruim 38 miljard kilo vis gevangen om verwerkt te worden tot vis-, varkens- en kippenvoer. Varkens eten wereldwijd tweemaal zoveel vis als alle Japanners in een heel jaar en zesmaal zoveel als alle Amerikanen. Om een kilo kweekvis te verkrijgen is er tussen de 2 en 6 kilo wilde vis nodig. Doordat het visvoer bestaat uit visolie en vismeel, ontstaat in het voer een opstapeling van gifstoffen afkomstig uit het vet. Kweekvis was ooit bedoeld om de oceanen te redden van de ondergang, maar nu is precies het tegenovergestelde het geval.

Hoe vetter de vis, hoe meer gifstoffen die bevat. Veel gifstoffen zijn namelijk lipofiel, hetgeen betekent dat zij zich het liefst in vetweefsel nestelen. Inmiddels begint het langzaam door te dringen dat het meer dan 100 jaar gebruiken van de oceanen als de grootste vuilnisbak ter wereld, gevolgen heeft voor de dieren die in dat vervuilde water leven. Uit verschillende recente studies blijkt dat vis van alle voeding het meest vervuild is. Het probleem is dat er door Europa wel maximaal toegestane hoeveelheden dioxines, pcb, methylkwik en andere gevaarlijke stoffen worden aangegeven, maar dat de combinaties van de toegestane hoeveelheden gifstoffen in veel gevallen verschillende gezondheidsrisico´s met zich meebrengen. Zie ook de recent gepubliceerde GIF-vis-wijzer.

Ook mangrovebossen staan onder enorme druk. Deze unieke natuurgebieden en kraamkamers van honderden vissoorten worden gekapt om plaats te maken voor garnalen- en viskwekerijen. Niet alleen de vissoorten, die veilig tussen de welig begroeide mangrovewortels groot kunnen worden, worden bedreigd door het verdwijnen van deze ecosystemen, ook onder andere diersoorten die heel specifiek in mangrovegebieden voorkomen vallen volop slachtoffers.

Tot slot misschien wel de belangrijkste reden om te stoppen met vissen en vis consumeren: de oceanen verzuren in een veel hoger tempo dan wetenschappers ooit gedacht hadden. Deze verzuring is het gevolg van de veel te hoge broeikasgasemissies. De oceanen nemen 50% van alle CO2 op, maar kunnen dat nauwelijks nog bolwerken. Het gevolg is dat het water verzuurt, waardoor alle organismen die kalk bevatten langzaam, maar vooral zeker, oplossen. Volgens wetenschappers zullen alle koraalriffen tegen 2050 verdwenen zijn. De kalken huisjes van de poliepjes zijn dan opgelost. Datzelfde geldt voor heel veel soorten plantaardig en dierlijk plankton die ook heel vaak een kalkhoudend skeletje hebben. Plankton is nu net de basis van al het leven op aarde. Net als de steeds sneller verdwijnende en CO2-opnemende en O2-afgevende regenwouden – ten gunste van soja- en maïsplantages waarvan de opbrengst dient als veevoer – verdwijnt nu ook het  plankton in de oceanen. Het plantaardige plankton (fytoplankton) is niet alleen de belangrijkste CO2-opnemer, maar zorgt voor circa 70% van alle zuurstof op aarde. Zonder zuurstof gaat alles dood – zo simpel is het. In vissenpoep zit calciumcarbonaat, een prachtige buffer voor CO2. We halen echter dankzij ruim 22 miljard euro subsidie op jaarbasis, wereldwijd alle vis uit het water, waardoor de verzuring niet gestopt kan worden. Hoe meer vis in de zee en hoe minder CO2 wij produceren, hoe langer de Homo sapiens op aarde zal rondlopen. Hoe lang dat nu nog gaat duren is onbekend. Er zijn al gerenommeerde wetenschappers die zeggen dat de mens het eind van volgende eeuw niet zal halen. Toch zijn wij als Sea First vzw ook hier optimistisch; er verschijnen steeds meer studies over de oceaanverzuring en voor het eerst was het een belangrijk onderwerp op de klimaattop in Cancun in december 2010.

Een kort filmpje over de verzuring van de oceanen vindt u hier.

Inmiddels zijn er nog verschillende klimaatconferenties geweest, de laatste in Parijs, december 2015. Daar is een belangrijk akkoord gesloten over de beperking van fossiele brandstoffen, maar NIET gesproken over onderwerpen als oceaanverzuring, ontbossing en vlees- en visconsumptie.

Gelukkig is Sea First Foundation zeer actief en samen met inmiddels 125 andere Europese organisaties wordt er gesproken met de EU-commissaris Visserij en verschillende Europarlementariërs over vermindering van de visserijdruk en andere oceaanbedreigingen.  Als iedereen meewerkt kan het tij nog gekeerd worden.

Gezondheidsorganisaties bevelen ten onrechte nog steeds vette vis en visolie aan maar de zeeën raken uitgeput. De Britse wetenschapsjournalist Charles Clover reisde over de hele wereld om te laten zien hoe “het groteske mismanagement van de visbestanden zich als een besmettelijke aandoening heeft uitgebreid.” In de verfilming van zijn boek The End of the Line wordt dit op schokkende wijze zichtbaar.

Monbiot (2006): Overheden helpen hun vissers om de lokale visbestanden uit te roeien en betalen hen dan met ons belastinggeld om grotere en sterkere boten te bouwen, zodat ze verderop hetzelfde kunnen doen. Wanneer ze hun eigen continentale plat hebben leeggevist, worden ze dus door de belastingbetaler betaald om andermans voorraad te plunderen. Zo heeft bijvoorbeeld de Europese Unie voor onze verwende vissers het recht gekocht om de eiwitten van de ondervoede mensen van Senegal, Ghana, Mauretanië en Angola te stelen. Deze visbestanden staan er nu net zo belabberd voor als de Noordzeekabeljauw en de tonijn van de Middellandse Zee”.

Zie voor meer informatie:
George Monbiot, Not Enough Fish in the Sea – We need Omega-3 oils for our brains to function properly. But where will they come from? The Guardian, 2006

Drie jaar nadat Ransom Myers en Boris Worm in 2003 hun studie in het vermaarde tijdschrift Nature publiceerden, waarin zij aantoonden dat de wereldvoorraad van roofvissen met 90% was gedaald, is er nog steeds niets veranderd: de visverkopers verkopen nog steeds de charismatische fauna van de oceanen – zwaardvis, haai en tonijn – ondanks het feit dat hun beschermingsstatus in veel gevallen gelijk staat aan die van de Siberische tijger.

De vraag ‘hoe gezond zijn vis en visolie’ is hiermee voor een deel al beantwoord, namelijk zeer ongezond als het over de gezondheid van de oceanen en hun bewoners gaat. Dat de gezondheid van de oceanen de gezondheid van het leven boven water bepaalt is inmiddels genoegzaam bekend. De oceanen zijn dus de werkelijke longen van de wereld. Deze longen zijn nu al behoorlijk ziek en het is dus zeer hard nodig dat er vanuit de politiek dwingende maatregelen genomen worden om het verdere sterven tegen te gaan.

Nu ook visolie als ‘massamedicatie’ geïntroduceerd is betekent dat vrijwel zeker het ultieme recept voor de complete collaps van de visbestanden van alle wereldzeeën. En er zijn maar heel weinig mensen die beseffen dat we geweldig in het ootje genomen worden. Veel van de claims die op de verpakkingen van visoliecapsules staan zijn door Europa verworpen en toch blijft men roepen dat visolie goed is voor allerhande kwalen, terwijl dat pertinent onjuist is. De European Food Safety Authority (EFSA) heeft de meeste van de gezondheidsclaims die op visolieverpakkingen staan als zijnde onjuist afgewezen.

Omega-3 (Alfalinoleenzuur, afgekort ALA = Alpha Linolenic Acid) is een zuiver plantaardig vetzuur dat essentieel genoemd wordt omdat het lichaam het niet zelf maakt. ALA wordt in het lichaam omgevormd tot eicosapentaeenzuur (EPA), dat op zijn beurt weer omgevormd wordt tot docosahexaeenzuur (DHA). Dit zijn de twee lange-keten vetzuren die in vis zitten, maar die niet door vis zelf worden gemaakt, maar, zoals in de eerste aflevering van deze serie artikelen reeds genoemd, die vissen binnenkrijgen met hun voeding (planktonalgen) en ademhaling.

De EFSA, het heeft de volgende gezondheidsclaims van EPA en DHA (de Omega-3 derivaten in visolie) afgewezen voor:

  • visuele ontwikkeling
  • kalmerend effect op kinderen
  • mentale ontwikkeling van kinderen
  • sereniteit
  • leercapaciteit en denkvermogen
  • behouden van normale HDL-cholesterolconcentraties
  • behouden van LDL-cholesterolconcentraties
  • behouden van normale gewrichten
  • anti-oxidante werking van cellen
  • visuele, neurale, hersen- en cognitieve ontwikkeling van babies.

Bovenstaande claims mogen dus niet op verpakkingen van visoliecapsules staan.

De enige goedgekeurde gezondheidsclaim voor DHA is:

  • heeft positieve invloed op de ontwikkeling van de visuele functie (ogen) van babies. Hierbij wordt echter vermeld dat bij een gebalanceerd dieet voldoende DHA wordt geconsumeerd.

Gezondheidsclaims van het moederproduct Omega-3 (Alfalinoleenzuur/ALA) voor ‘bijdrage aan hersenontwikkeling’ en ‘normale groei en ontwikkeling bij kinderen’ zijn goedgekeurd. Hoewel ook hier wordt gezegd dat bij een normaal dieet voldoende ALA wordt geconsumeerd en dit niet extra hoeft worden toegevoegd. Zelfs een tekort aan ALA zou volgens het panel van de gezondheidscommissie van de EU niet tot verminderde hersenfunctie leiden. Gezondheidsclaims van ALA voor normale neurologische functies en het behouden van een normale bloeddruk zijn afgekeurd. Verhoogde inname van ALA zorgt niet voor verbetering hiervan.

Gewoon gevarieerder eten, regelmatig bewegen en niet roken is voldoende om een goede gezondheid te behouden en te verkrijgen. De inname van meer plantaardige Omega-3 en minder (eveneens plantaardige) Omega-6 (Linolzuur en evenals ALA een essentieel vetzuur) maakt deel uit van het verstandige eetpatroon.

De minuscule algjes die EPA en DHA bevatten kan men perfect kweken. Deze zuiver plantaardige vetzuren uit algen zijn te koop voor wie ondanks alles toch extra Omega-3 nodig denkt te hebben.

De gigantische subsidies (wereldwijd 22 miljard euro per jaar) die nu naar de visserijen gaan, zouden ten goede moeten komen aan ex-vissers die bereid zijn algen en andere Omega-3-rijke gewassen te kweken. De politiek moet snel ingrijpen en de visserij drastisch veranderen, want anders is het ‘einde verhaal’ voor de zeeën en hun bewoners.

Vis bevat van alle voedingsmiddelen verreweg de meeste gifstoffen. Toch blijven gezondheidsinstanties zoals de WHO, vele – meestal onwetende – artsen, maar ook diëtisten, apothekers en onwetende politici, het consumeren van vis en visolie aanmoedigen. Volgens het Nederlandse Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO), wordt per jaar wereldwijd 1 miljard liter visolie geproduceerd. Hiervoor is circa 35 miljard kilo vis nodig – ongeveer een derde van alle visvangst – zoveel vis moet dus het leven laten om visolie te maken.

Visolie wordt vooral gebruikt voor menselijke consumptie. Dit gebeurt echter vooral indirect: ongeveer 50% van alle visolie wordt namelijk samen met vismeel (ook van wilde vis afkomstig) gebruikt als… visvoer voor kweekvis. En dat terwijl kweekvis juist bedoeld was om de zeeën te ontlasten! Het komt er op neer dat tussen de 2 en 6 kilo wilde vis nodig is om 1 kilo kweekvis te krijgen… Nog eens 25% wordt gebruikt voor varkensvoer en van de overige 25% wordt het grootste deel gebruikt voor kippenvoer en een paar procent om visoliecapsules van te maken, zogenaamd voor onze gezondheid.

Inmiddels is in veel onderzoek aangetoond dat we niet zonder ALA kunnen. De vraag is echter hoe het precies zit met de mate van omvorming tot EPA en DHA. Vele studies vermelden dat die omvorming in onvoldoende mate zou gebeuren en daarom zouden we vooral vis moeten eten. Een nieuwe lichting wetenschappers betwijfelt dit, daar onderzoek bij vegetariërs – die geen vis eten – heeft aangetoond dat deze juist minder hart- en vaatziekten krijgen en vaak tot op hoge leeftijd helder van geest blijven… En dat, terwijl in hun bloed de hoeveelheden EPA en DHA lager zijn dan bij wel-viseters. Men gaat er van uit dat vegetariërs een veel betere verhouding tussen Omega-3 en Omega-6 (linolzuur) hebben, en dat er kennelijk ook compensatiemechanismen bestaan die echter nog niet helemaal duidelijk zijn. Wel duidelijk is dus dat men om gezond oud te worden geen vis nodig heeft. Dat komt de natuurbeschermers heel goed uit, want er is al veel te weinig vis in de zeeën over. Voor wie geen vis eet en toch twijfelt: eet vooral voldoende plantaardige producten waar ALA in zit, zoals in sommige plantaardige oliën, met name lijnzaadolie. Verder komt ALA van nature voor in linzen, sojabonen, groene bladgroenten (zoals spinazie) en noten – vooral walnoten.

De omzetting van ALA naar EPA en vandaar naar DHA wordt geremd door een ander essentieel vetzuur, namelijk linolzuur (Omega-6). Dit vetzuur komt in onze moderne voeding in veel te grote hoeveelheden voor. Het zit in alle plantaardige oliën, behalve in lijnzaadolie en koolzaadolie (Omega-3). Vooral zonnebloemolie en maïsolie zitten tegenwoordig overal in en zo ontstaat er een disbalans tussen Omega-3 en Omega-6. De verhouding zou ongeveer 1:4 moeten zijn, maar is 1:12 en vaak zelfs 1:20 bij veel consumenten. Veel belangrijker dan vis eten is dus het verminderen van Omega-6, linolzuur dus, teneinde een betere omzetting van ALA naar EPA en DHA te verkrijgen. Vegetariërs hebben meestal een goede verhouding tussen de beide vetzuren, met alle gezondheidsvoordelen van dien. Inmiddels zijn er al heel wat merken algenolie, die rechtsreeks uit de algen gehaald wordt waar ook de vis het vandaan haalt. Deze algen worden in steriel water in bakken op het land gekweekt, bevatten GEEN gifstoffen en zijn daardoor nog eens een pak gezonder dan visolie, die altijd verontreinigd is, zelfs de zogenaamd farmaceutische visolie.

Zie ook de webshop van Sea First: www.seafirst.nl

Ratje wat?

Dos Winkel* Katrien Vandevelde**De Raja Ampat is een van de weinige plaatsen op aarde waar nog een aantal gezonde koraalriffen te vinden is, ook al is dit gebied door vervuiling, verzuring, overbevissing, dynamietvissen en het ontvinnen van haaien in de afgelopen 10 jaar achteruit gegaan. Voor wie echter nog koraalriffen en mangrovebossen wil zien zoals die eigenlijk behoren te zijn, is de Raja Ampat, of te wel de Vier Koningseilanden, een must, het laatste paradijs.

Voordat ik (Dos) op reis ga, vertel ik zoveel mogelijk aan mijn vrienden en relaties dat ik langere tijd noch telefonisch, noch per email bereikbaar ben. Velen vragen dan waar de reis naar toe gaat? “Raja Ampat! “ “Ratje wat?” is dan steevast de reactie. “Waar ligt dat dan?” “In Papoea”. “Ah, Papoea-Nieuw-Guinea”. “Nee, Papoea, het voormalige Irian Jaya. Nog vroeger heette het Nederlands Nieuw-Guinea; het is de westelijke helft van het eiland Nieuw-Guinea. Nu is het officieel de provincie West-Papua van Indonesie”. Duikers reageren echter heel anders: “Raja Ampat! Geweldig! Nog iemand nodig om je koffers te dragen?”

De lange reis is afzien, maar de beloning is groot. Dit keer hebben we gekozen voor een klein resort, dat nog maar net open is: Raja4Divers. Eigenaar is de Zwitserse Maya Hadorn, die ik al kende van een eerder bezoek aan de Raja Ampat, waar zij gedurende drie jaar een ander resort leidde.

Nu heeft zij de grote stap naar zelfstandigheid gezet en samen met mijn vriend Nikson, de meest ervaren lokale Papoea duikgids die al meer dan twintigduizend duiken in dit gebied maakte en de wateren kent als zijn broekzak, hebben zij een paradijselijke plek gevonden op het onbewoonde Pulau (eiland) Pef. Het idee om zelfstandig een duikresort(je) in de Raja Ampat te beginnen ontstond in 2009. Nu, anno november 2011 is het luxueuze en paradijselijk gelegen Raja4Divers een feit***.

Na de landing in Sorong, op de Vogelkop van West-Papua, worden we (mijn mededuikers Katrien, de co-auteur van dit artikel, en haar man Jan Wouters) opgehaald door een delegatie van het resort en naar de smerige haven gebracht. Hier wacht tussen de vele al tientallen jaren op de sloop wachtende grotere en kleinere schepen, het snelle bootje dat ons in een kleine vijf uur naar Pulau Pef zal brengen. De zee is gelukkig redelijk kalm – altijd prettig als je al ruim twee dagen onderweg bent.

Wanneer we de uit duizenden grote, kleine en mini-eilandjes bestaande Raja Ampat bereiken, worden we meteen getroffen door de immense schoonheid van dit gebied. De paddenstoelvormige kalkstenen eilandjes zijn één voor één bijzondere ecosystemen. Net als op de Galapagos Eilanden hebben zich ook hier op de verderaf gelegen eilanden nieuwe diersoorten ontwikkeld, die nu endemisch zijn. Het betreft vooral reptielen zoals allerlei soorten hagedissen, die hier ooit op de eilandjes aankwamen als verstekelingen op omgevallen bomen die na de stormen – die hier behoorlijk hevig kunnen zijn – in zee terechtkwamen om elders weer land te vinden. Ook is er een bonte vogelwereld met verschillende soorten papegaaien, parkieten, neushoornvogels (hornbills) en paradijsvogels. Je hoort ze van zonsopgang tot zonsondergang. Zodra de duisternis invalt nemen de boomkikkers, de gekko’s in de bamboebungalows en de krekels de vocale honneurs waar.

Bij aankomst op de pier van Raja4Divers worden we verwelkomd door gezang en muziek van gitaar en verschillende zelfgemaakte instrumenten onder aanvoering van de muzikaal zeer getalenteerde en altijd vrolijke Danci (spreek uit: Dantsji): grote rode zonnebril die zijn pretogen bedekt en een klein sikje onder de kin. Al kokosmelk drinkend uit grote verse kokosnoten, worden we naar onze bungalow begeleid.

Het is onvoorstelbaar wat Maya en haar inmiddels 60 vrouw-en-man grote team hier in korte tijd bereikt hebben. Behalve de zeer stabiele jetty (pier) en de werk- en woonruimtes voor Maya en het personeel, zijn er zes schitterende van hout en bamboe gemaakte,  op palen staande bungalows met supergrote bedden en een adembenemend uitzicht. Op de zeer ruime veranda waaronder het kristalheldere water zijn eindpunt vindt op het onder het huis liggende strand werk ik tussen de duiken door aan dit artikel.

 

Verzuring en klimaatverandering

Het is alweer de vierde keer dat ik de Raja Ampat bezoek; de eerste keer met een live-aboard, daarna twee keer in de resorts op Kri Eiland. De zeer lange reis is nog steeds de moeite waard, al kan ook dit unieke gebied niet ontsnappen aan de mondiale steeds maar toenemende CO2-emissies en de gevolgen daarvan voor de koraalriffen. Wetenschappers voorspellen dat als we doorgaan met zoveel broeikasgas te produceren, alle koraalriffen ter wereld tegen 2050 verdwenen zullen zijn. Meer pessimistische (waarschijnlijk realistische)   wetenschappers zeggen dat het veel minder lang zal duren…! CO2 en andere broeikasgassen zoals die uit de intensieve veehouderij (de vleesindustrie is verantwoordelijk voor bijna 20% van alle broeikasgasemissies op aarde. Dat is meer dan van al het gemotoriseerde verkeer bij elkaar, dus inclusief vlieg- en scheepvaartverkeer) zorgen voor verzuring van het zeewater. Koralen zijn zeer gevoelig voor verzuring omdat hun structuur volledig uit kalk bestaat. De huidige concentratie van opgelost CO2 is 383 ppm (parts per million). Dit ligt al ver boven de “veilige grens” voor koralen van 320 ppm (oplossing van kalk begint bij koralen bij 360 ppm). Op dit moment worden wereldwijd koralen al aangetast door de verzuring. Koralen kunnen uiteindelijk hun hele skelet verliezen als zij in zuur water terechtkomen. De koraalpoliepen komen hierdoor bloot te liggen en sterven af.

 

Uniek

De wateren van Raja Ampat in West-Papua, Indonesië, zijn uniek in die zin dat ze het grootste aantal verschillende soorten marine leven in de wereld bevatten. Met  zijn 1400 vissoorten en wel 600 soorten koraal (70% van alle bekende koraalsoorten), waarvan een aantal uitsluitend in dit gebied voorkomt, overstijgt de biodiversiteit hier die van welk ander gebied van binnen de koraaldriehoek tussen Indonesië, Maleisië, Papoea-Nieuw-Guinea en de Filippijnen. Deze eilandenarchipel wordt dan ook terecht de bakermat van de mariene biodiversiteit genoemd. Bovendien is gebleken dat de koralen hier sterker zijn en minder snel sterven aan “bleaching”, het bleken en afsterven van koralen door de opwarming van het zeewater, en daarnaast ook minder gevoelig zijn voor de toenemende verzuring. Dit heeft mogelijk te maken met de algemene vervuiling van zeewater die in deze regio minder uitgesproken is dan elders, waardoor de weerstand van de koraaldiertjes nog vrij goed is.

Op duikplaatsen met fraaie namen als Wasrer, Rep Yembraimuk, Melissa´s Garden en Nikson´s Garden (genoemd naar deze nu al legendarische duikgids) zijn beschrijvingen van de koraaltuinen alleen mogelijk in superlatieven en door middel van foto´s. Vooral de uitgestrekte velden met hertshoornkoraal (staghorn coral) tonen de gezondheid van dit gebied. Vrijwel overal in de rest van de wereld zijn de hertshoornkoralen verdwenen, of in zeer slechte conditie, zoals bijvoorbeeld in de Caraïben.

Ook de zeer artistieke lederkoralen zijn perfect gezond en een ideaal foto-object. Heerlijk als tegenlichtopname met invulflits, of als macrofoto van slechts enkele van de piepkleine op palmboompjes lijkende poliepen.

Uniek is het gebied ook vanwege de grote soortenrijkdom aan waaierkoralen, waarvan bij Mike´s Point een collectie aanwezig is met alle kleuren van een schilderspalet.

Voor de fotografen is het erg belangrijk dat zij een grote vrijheid hebben en rustig van de groep van maximaal acht duikers kunnen “afdwalen” voor het nemen van foto’s, omdat met elke twee gasten een extra duikgids meegaat op alle duiken.

Voor na het duiken is er een ruime geacclimatiseerde fotostudio, waar je op je gemak je camera kunt prepareren en je foto´s kunt bekijken. `s Avonds kunnen dan in het restaurant de foto´s geprojecteerd worden en – indien gewenst – van commentaar voorzien worden.

 

Bescherming

Conservation International (CI) in Indonesië, onder leiding van Mark Erdmann, erkent al heel lang het belang van dit gebied en doet er al jarenlang onderzoek. In 2003 kon CI zij de gouverneur van Raja Ampat overtuigen zeven verschillende regio’s tot Marine Park uit te roepen. Hoewel de arme provincie West-Papua niet de middelen had om in deze gebieden te patrouilleren, werd hierdoor toch het zaad van conservatie geplant. De onderwaterrijkdom van Raja Ampat bleef immers niet onopgemerkt en trok vissers aan van andere provincies en andere landen, die na het uitputten van eigen visgronden hier vaak met zeer destructieve vismethoden zoals dynamietvissen, nieuwe rijkdommen kwamen zoeken.

De grootste overwinning voor natuurbeschermers kwam er echter in november 2010, toen na een gezamenlijke actie van Shark Savers en het plaatselijke resort Misool Eco Resort, waarbij de ecologische en economische voordelen van duurzame visserij werden benadrukt, alle 24000 vierkante kilometer van het Raja Ampat gebied werd uitgeroepen tot Marine Reservaat. Het vissen op haaien, schildpadden, zeekoeien, mantaroggen en hun kleinere familieleden de mobulas, werd volledig verboden, net als destructieve vismethoden zoals het vissen met dynamiet, cyanide en het vissen op zeldzame vissoorten voor de aquariumhandel.

Ook dit keer is controle van het naleven van de reservaatregels moeilijk, niet in het minst door de enorme oppervlakte van het gebied. De geslaagde samenwerking tussen de verschillende conservatie-organisaties  die in dit gebied actief zijn, zorgt er echter voor dat de West-Papoea’s bewust gemaakt worden van het grote belang van de zorg voor hun zeeën. Zo vaart bijvoorbeeld het conservatie-schip MV Kalabia van CI reeds een jaar lang van dorp naar dorp om de kinderen (en via de kinderen ook de ouders)  kennis over de zee en duurzame visserij bij te brengen.

Het dorpje Kabui (spreek uit: Kaboe-i)

Dat de West-Papoea’s zich bewust zijn van het grote belang van conservatie voor de Raja Ampat wateren, bleek duidelijk wanneer we Danci, de duikgids en entertainer-muzikant in hart en nieren, volgden naar zijn ouderlijk huis in het dorp Kabui op het eiland Waigeo. In dit armoedige plaatsje spraken we in de kale en hete hut met zijn vader, die jaren geleden de visserij inruilde voor het verbouwen van groente op het land.

Niemand zou deze eenvoudige mensen kwalijk kunnen nemen dat zij alle middelen, zelfs destructieve, zouden gebruiken om hun familie te voeden. Maar de ervaring heeft hen geleerd dat dit niet de oplossing is. Zelfs bij het suggereren dat buitenlanders niets te zoeken zouden hebben in West-Papua en dat alles veel beter zou blijven zoals het voorheen was, zonder resorts en live-aboards van buitenlanders, gaf hij aan wat inderdaad belangrijk is: met of zonder westerlingen en resorts: het belangrijkste volgens hem is dat iedereen in het gebied samenwerkt om de zee te beschermen.

Deze oudere generatie herinnert zich immers zeer goed de tijd waarbij een half uurtje vissen voldoende was om hun kano met vis te vullen. Zij weten wat de gevolgen zijn van destructief vissen, want zij hebben deze zelf ondervonden. Het is belangrijk nu ook de jongere generatie en kinderen bewust te maken en hen te begeleiden naar het herstellen van hun erfgoed. Wanneer de kans gegeven, toont de natuur immers zijn grote veerkracht en herstelt zij zich snel, zoals wij tijdens het duiken op vele voorheen door dynamiet beschadigde riffen van Raja Ampat kunnen zien en bewonderen.

 

Waar het koraal de mangroves ontmoet

Opvallend is ook de goede staat waarin de meeste mangrovebossen, die hier in grote hoeveelheden te zien zijn, verkeren. Wereldwijd worden mangrovebossen gekapt voor het maken van kweekvijvers voor garnalen en vissen. Er is nog slechts een fractie van de oorspronkelijke mangrovebossen op aarde over. Hiermee zijn deze unieke natuurgebieden en kraamkamers van honderden vissoorten vrijwel verdwenen. Tel daarbij op de overbevissing, bijvangst en visvangst voor visvoer, varkensvoer en kippenvoer, dan is het duidelijk dat er sprake is van een echte crisis. Door deze vernieling van een van de meest boeiende ecosystemen op aarde sterven ook veel diersoorten uit die specifiek in mangrovegebieden voorkomen.

Op dit moment is ongeveer 50% van alle garnalen wereldwijd uit zulke kweekvijvers afkomstig. Waar garnalen gekweekt worden is de omgeving zo zwaar vervuild dat de mensen die er werken en een hongerloon verdienen ziek worden en datzelfde geldt voor de mensen die voor water van het grondwater afhankelijk zijn. Tot in de wijde omtrek is het grondwater vervuild. Dit kan een radius van 100 km bereiken! Zelfs de garnalen kunnen door de vervuiling na vier á vijf jaar niet meer overleven en dus wordt een volgend stuk mangrovebos gekapt voor een nieuwe kweekvijver.

Het verdwijnen van deze fragiele ecosystemen is dan ook een regelrechte bedreiging voor de lokale kustgemeenschappen, die meestal leven van de kleinschalige visvangst. Omdat de vissers de mangroven niet meer in kunnen, verliezen ze een belangrijk deel van hun inkomsten. Ook hun toekomstige vangsten zijn in gevaar, aangezien de geboortegrond van vele vissoorten verdwijnt. Door de kweekvijvers in de mangroven te plaatsen neemt de garnalenindustrie bezit van de natuur.

In de Raja Ampat lijken deze spectaculaire kraamkamers voor het grootste deel intact. Dit tot groot genoegen van deze onderwaterfotograaf, want je mag mij gerust een week in zo´n prachtige mangrovebaai “parkeren” om te genieten van dit bijzondere ecosysteem, waar de koralen tot in zeer ondiep water zelfs tussen de wortels van de mangroves doorgroeien. De mangroves gaan dan op hun beurt weer naadloos over in het daaraan grenzende regenwoud, waarmee de meeste eilanden bedekt zijn. Voor de niet-duikende natuurliefhebber is in de Raja Ampat dan ook heel wat te beleven: snorkelen, de mangroves, orchideeën en bijzondere vleesetende planten, vogels, reptielen en veelkleurige insecten.

 

Tanjung Dos

Er moeten in dit grote gebied nog heel wat riffen ontdekt worden. Dat er in de buurt van Au Ma Aya nog een ander rif moest zijn wist Nikson wel, maar nog nooit had iemand er gedoken. De een na laatste dag gaan we dan een exploratieduik maken. Er zijn sporen van vroegere dynamietvisserij, maar het rif heeft zich in de loop der jaren prima hersteld: schitterende steenkoralen, afgewisseld door enorme waaierkoralen en mijn favoriete lederkoralen, evenals een uitbundig visleven, waaronder een grote groep barracuda´s. Nu draagt dit rif voor altijd mijn naam: Tanjung Dos, of te wel het rif van Dos.

Ons vertrek uit Raja4divers gaat gepaard met een langdurig optreden van de “huisband” onder vocale en instrumentale leiding van Danci. Oepps, tranen dreigen te vloeien, maar we beheersen ons en zwaaien tot het resort als een stipje aan de horizon verdwijnt.

 

Beste periode: het hele jaar door, maar van midden september tot midden januari en maart tot en met juni een meestal spiegelgladde zee. Het regent frequent en soms supertropisch!

Temperatuur lucht: 30 – 36 ˚ C; zeewater: 28 – 30 ˚ C.

Voorzorgen: malaria profylaxe (Malarone®). Lange mouwen en lange broek tussen 17.00 en 19.00 uur. Insmeren met goede antimuggen lotion. In het resort aanwezig.

Kosten: zie de aanbiedingen bij de duikreisburo’s of surf naar: www.raja4divers.com

Nitrox is gratis beschikbaar.

Hoe te bereiken: Amsterdam – Singapore – Manado – Sorong – boot naar Pulau Pef

Alternatief: Amsterdam – Jakarta – Sorong – boot naar Pulau Pef

*Dos Winkel, medeoprichter Sea First Foundation (www.seafirst.nl), auteur van talrijke foto- en tekstboeken over de onderwaterwereld (zie shop), oceaanbeschermer

** Katrien Vandevelde, haaienspecialist, oceaanbeschermer en co-auteur van dit artikel van de hoofdstukken “Uniek”, “Bescherming” en “Het dorpje Kabui”.

*** www.raja4divers.com

Lac, Bonaire – Kraamkamer tussen zeegras en mangroves

Tekst en fotografie (klik hier om de gallery te bekijken) Dos WinkelMangroves, zeegrasweiden en koraalrif vertonen een uniek natuurlijk evenwicht en zijn complex met elkaar verweven. Een van de weinige plaatsen op aarde waar dit fijnmazige netwerk als uit een leerboek te bestuderen is, is de lagune en het mangrovegebied van Lac op het eiland Bonaire. Sinds 1979 maakt Lac deel uit van het Bonaire Marine Park, doch in 1999 werden speciale voorzieningen gerealiseerd en werd het de facto een Nationaal Park.De zon brandt en het is een van die zeldzame dagen op Bonaire dat er nauwelijks wind staat. De temperatuur is ver boven de 30° en ik smelt onder de 3 mm neopreen; dit beschermende laagje is nodig, omdat legers van steekgrage muskieten zich bij voorbaat verlustigen op een bloederig maaltje! Toch ben ik hier, in dit wonderbaarlijke watergebied, want dit is het moment om te fotograferen. Het is 12.00 uur en precies tussen de getijden in, waardoor het water rustig is. Als de zon op zijn hoogst staat is het in de mangroven onder water het meest ideaal voor fotografie. Normaal staat hier een flinke wind, de noordoostpassaat en is het water altijd enigszins troebel. Het mangrovegebied en de zeegrasvelden van Lac, zijn al enkele jaren mijn favoriete plek om te fotograferen; dit ondanks het feit dat heel Bonaire omgeven is met schitterende koraalriffen. Maar de mangroves hebben iets wat je in geen enkel ander ecosysteem ter wereld tegenkomt. Het is niet alleen dat unieke samenspel tussen koraalrif, zeegrasvelden en mangroves dat mij trekt, maar vooral de stilte, het geheimzinnige en de bijzondere pastelkleuren; het is mijn sprookjesbos…! 

Ik snorkel tussen de wortels van de rode mangrove (Rhizophora mangle). Op de bodem ligt een dikke laag sediment, gevormd door de langzaam rottende mangrovebladeren. Hier en daar stijgen gasbellen op. Zelden had ik zo veel zicht onder water; overal zie ik juveniele visjes tussen de met algen begroeide wortels, die van boven water met sierlijke bogen hun weg naar de onderwaterwereld zoeken. Deze baby-rifvissen zoeken en vinden bescherming in dit weelderige labyrint. Een enkele keer zie ik ook slakjes op de wortels – juist boven de waterlijn. Op veel plaatsen zijn de mangrovewortels zwaar met roodwieren begroeid, op andere plaatsen uitsluitend met groene algen en wieren; nooit is er een gemengde begroeiing. Ook zijn er plaatsen – vooral waar veel getijdestroming is –  waar sponzen vechten om een plaats op de wortels, terwijl elders de platte mangrovemossels de strijd gewonnen hebben.

Ik moet enorm oppassen dat ik met mijn vinnen niet de bodem beroer, want dat veroorzaakt direct een soort zandstorm, die heel lang kan aanhouden. Plotseling zie ik een grijze snapper die goed gecamoufleerd tussen de welig begroeide wortels “hangt”; ik adem juist diep genoeg uit om, dankzij mijn loodgordel met vier kilo, langzaam onder water te verdwijnen. Van te voren heb ik mijn camera (Nikon F5) al ingesteld en zwem dan vrijwel bewegingloos op het dier toe. Op ongeveer 30 cm afstand druk ik op de ontspanknop van mijn onderwaterhuis. Flitsers gebruik ik niet in mijn sprookjesbos, alleen als ik macro fotografeer. Langzaam keer ik terug naar de oppervlakte.

In het open gedeelte is de bodem bezaaid met de op hun kop liggende kwallen, de “upside-down jellyfish” of Cassiopeia. Het is een adembenemend gezicht, al deze kwallen die op hun paraplu liggen met hun tentakels omhoog. Ze bestaan in vele pastelkleuren: allerlei tinten geel tot groen, blauw en wit. Constant pulseren ze, water met voedsel door hun lichaam pompend. Net als bij koralen, hebben de tentakels van de kwallen hun kleur te danken aan hierin (in symbiose) levende algen – zooxantellae. Deze zooxantellae hebben zonlicht nodig om te overleven, vandaar dat de kwallen plaatsen opzoeken waar het water het kalmst en het minst diep is. Slechts zelden ziet men de kwallen zwemmen; alleen wanneer ze verstoord worden zwemmen ze weg. Op dat moment laten ze ook een prikkelende vloeistof los uit hun netelcellen. Dat kan bij sommige mensen vervelende huidirritaties veroorzaken.

 

Voor de jonge visjes bestaat er geen betere kraamkamer en peuterspeelzaal dan het mangrovewoud; goede bescherming en volop te eten van en tussen de algen. Al gauw komt de tijd dat zij groot genoeg zijn om hun voedsel in de meer open zeegrasweiden te gaan zoeken en uiteindelijk zullen zij als zij uitgegroeid zijn, definitief naar het koraalrif emigreren! In de zeegrasvelden loert al heel wat meer gevaar dan tussen de wortels van de mangroves. Hier wachten de meestal ook nog onvolwassen roofbaarzen, de barracuda’s en de zeesnoeken op de onervaren kleuters. De barracuda heeft zijn naar achteren gerichte tanden als wapen, terwijl de zeesnoek zijn prooi met grote kracht naar binnen zuigt.

 

Op een oppervlakte van nauwelijks acht vierkante kilometer demonstreert de lagune Lac met zijn zeegrasvelden en het achter het barrièrerif gelegen koraalrif, het geniale samenspel van deze ecosystemen. Hier groeien de telgen van ontelbare vissoorten, waardoor het belang van de mangroves voor het leven op het koraalrif veel groter is dan men altijd gedacht heeft.

Door hun aanpassing aan zout- èn brakwater, kunnen deze bijzondere bomen leven en overleven op plaatsen waar normale planten geen schijn van kans hebben. Tropische kusten, lagunen en binnenzeeën zijn hun verspreidingsgebied. Vaak ook riviermondingen die als opvangbekken voor zoetwater en sedimenten fungeren. De belangrijkste voorwaarde voor een gezonde mangrovepopulatie is een ondiep kustgebied met duidelijke getijden. Van de acht soorten mangroves die in het Caribisch gebied voorkomen, zijn er vier in Lac te vinden: de rode, de witte en zwarte mangrove en de grijze mangel, die eigenlijk geen echte mangrove is omdat de karakteristieke adem- of luchtwortels ontbreken. De rode mangrove is gemakkelijk aan zijn bruinrode elegant gebogen, uit de stam groeiende wortels te herkennen. Hieruit groeien steeds weer nieuwe wortels, zodat het mangrovegebied zich geleidelijk uitbreidt  en zo een wirwar van wortels vormt die de getijdestromen vertragen en het vasthouden van slik en bladafval bevorderen. Bacteriën zorgen voor de vertering van de op de bodem vallende bladeren en het dode hout en gebruiken daarbij een groot deel van de zuurstof die in de modderlaag doordringt. Hierdoor is de modder anaëroob, waardoor de mangrovewortels het zonder de levensbelangrijke zuurstof moeten stellen. Om niet te stikken, hebben de wortels aan hun oppervlakte speciale cellen die als sluizen functioneren; zij laten lucht de wortels binnendringen, maar blokkeren bij vloed de toestroom van zoutwater. Op deze manier worden de wortels uitstekend van lucht voorzien. Zelfs de fijne uiteinden van de steltwortels die voor de verankering zorgen en tevens voedingsstoffen en water opnemen, bevatten nog een luchtvolume van 40%, waarvan het zuurstofaandeel 16% bedraagt!

 

De witte mangrove (in het Engels Black Mangrove) (Avicennia germinans) lost het zuurstofprobleem anders op; vanaf de hoofdstam vertrekken horizontale wortels die dunne wortels verticaal de grond in sturen, maar tegelijk ontspringen ook dunne zogenaamde pneumatoforen  die loodrecht omhoog groeien. Deze 30-40 cm hoge wortels verzorgen de horizontale wortels met lucht. De omvang van dit “snorkelsysteem” is enorm: één boom van 2 tot 3 meter hoog, heeft meer dan 10.000 pneumatoforen! Bij veel mangrovesoorten hangt het van de zuurstofconcentratie in de modderige bodem af, hoeveel luchtkanaaltjes zich in de wortels ontwikkelen: bevat de bodem toch nog wat zuurstof, dan is er minder noodzaak om extra veel zuurstofvoorzieningen te treffen.

Ook de manier waarop mangroven het probleem van het zeezout aanpakken is uniek. Normaal gesproken bevat zeewater een concentratie van 30 tot 33 promille; dat wil zeggen, dat in 1 liter zeewater 30 – 33 gram zout opgelost is. In de mangrovebossen is het zoutgehalte echter nog veel hoger en kan 80 promille of zelfs hoger zijn! Dit komt door de sterke verdamping als gevolg van de intensieve zonnestraling en door de – door het sediment en de wortels – beperkte zeewatertoevoer. Voor de meeste soorten planten is zelfs een zeer geringe zoutconcentratie dodelijk, maar de mangrovewortels filteren het zout voor een groot deel uit het zeewater. Toch is dan de zoutconcentratie in de planten nog te hoog en moeten zij verschillende trucks toepassen om het zoutgehalte tot onder de 3 promille te reduceren. Afhankelijk van hoe dit doel bereikt wordt, onderscheidt men actieve uitscheiders en passieve accumuleerders. Tot deze laatste groep behoren de rode mangroven; zij verzamelen het zout in hun bladeren, die zij dan als de concentratie te hoog wordt afwerpen! Daarom zijn de bladeren vaak met een witte zoutlaag bedekt, als zij tenminste niet net door regen en wind schoongemaakt werden. Actieve uitscheiders zoals de witte mangroven, hebben een hogere zoutconcentratie in hun plantensap. Speciale kliertjes in de bladeren onttrekken het zout aan het sap en scheiden het aan het bladoppervlak uit. Afhankelijk van hoe goed de mangroven met het ongewenste zout kunnen omgaan, kiezen zij hun standplaats. De minder zouttolerante rode mangroven groeien in Lac direct aan de waterkant en langs de getijdekanalen. Daar is het zoutgehalte ongeveer even hoog als in de zee. Meer landinwaarts – meestal ook in ondieper water – domineren dan weer de witte mangroven, omdat daar het zoutgehalte hoger is.

Ook de groei van de mangroven is van het zoutgehalte afhankelijk. Hoe hoger het zoutgehalte, hoe kleiner de bomen blijven. Dwerggroei kan natuurlijk ook door voedselgebrek of bodemvervuiling optreden.

Tropisch zeewater bevat weinig stikstof- en fosfaatverbindingen, die voor de plantengroei nodig zijn; daarom spelen de in de mangrovegebieden aanwezige cyanobacteriën een zeer belangrijke rol. Deze bacteriën binden atmosferische stikstof met behulp van zonne-energie en scheiden deze dan uit! Hierdoor wordt het voedselaanbod belangrijk vergroot. Bacteriën zijn ook nog op een andere manier een belangrijk element aan de basis van de voedselketen van de samenspelende levensruimten van mangroven, zeegras en koraalrif. Zij verteren namelijk de mangrovebladeren die in de lagune vallen en vergroten zodoende hun voedingswaarde aanzienlijk. Dat komt dan weer de vele kleine organismen die van de bladeren leven ten goede. Zij verteren ook de op de bladeren levende bacteriën en dienen dan weer als voedsel voor grotere dieren. Ook de in grote hoeveelheden op de steltwortels van de rode mangroven levende algen en wieren, zijn een belangrijke voedselbron voor verschillende vissen en andere dieren. Die worden op hun beurt dan weer door de roofvissen gegeten en zo ontstaat een complex verweven voedselketen.

 

De zeegrasvelden spelen eveneens een belangrijke rol. Schildpadgras (Thalassia testudinum) is de meest voorkomende soort in Lac, gevolgd door de fijnere halmen van het manateegras en snavelruppia. De concentratie zeegras is het hoogst aan de west- en de noordwestkant. Dit zijn de onderwaterweiden voor de vissen en ook hier is sprake van een zeer complex samenspel tussen allerlei soorten. Zo is het schildpadgras een belangrijk substraat voor microscopisch kleine kiezelalgen en allerlei kleine wervelloze dieren, die als voedsel dienen voor schelpen en zeeëgels. Het totale voedselaanbod van de zeegrasweiden lokt vele gulzige monden uit de mangroven en van het koraalrif. Overdag zijn het vooral de jonge papegaaivissen , de doktersvissen en de babybarracuda’s die op de eettour zijn. Zij zijn in gezelschap van juveniele Franse grommers en blauwgestreepte grommers die eveneens naar hartelust aan de grashalmen knabbelen. Bij zonsondergang is het wisselen van de wacht. Dan rukt de hoofdmacht van de al wat grotere grommers en de snappers op uit de mangroven, terwijl de papegaai- en doktersvissen zich verbergen in de diepere regionen van de lagune. De roofzuchtige grommers en snappers eten hoofdzakelijk garnalen, kreeftjes, kleine schelpdieren, wormen, zeesterren en zeeëgels die op en tussen de zeegrashalmen leven. Daarnaast eten ze ook algen en het zeegras zelf. Kort voor zonsopgang trekken zij zich weer terug in de mangroven. Deze zogenaamde “feeding migrations” volgen meestal vaste routes en kunnen soms wel enkele honderden meters door onbeschermd open water voeren. Om daarbij voor de roofdieren geen al te makkelijke prooi te zijn vormen zij kleine scholen: “safety in numbers”.

Zeegrasweiden en mangroven zijn een perfecte kraamkamer voor een groot aantal soorten rifvissen. Beiden habitats bieden rijkelijk voedsel en vooral schuilplaatsen tegen aanvallen van roofvissen. Dat laatste is vooral belangrijk voor de koraalvissen, want op het rif is de jaagdruk van de roofvissen veel groter dan in de mangroves en op de zeegrasweiden. Door het grote voedselaanbod groeien de vissen in deze kraamkamers ook sneller dan op het rif. Dat heeft grote voordelen, want hoe kleiner een vis is, hoe groter het gevaar! Zijn de vissen eenmaal groot genoeg om de gevaarlijke onderwaterwereld van het koraalrif het hoofd te bieden, dan verhuizen zij naar het koraalrif. Daar veranderen de vissen hun levenswijze volledig, omdat het voedselaanbod op het rif geheel anders is dan in de mangroven en in de zeegrasvelden. De grommers en de snappers jagen nu op grotere schaaldieren en andere vissen; de papegaaivissen en doktersvissen eten weliswaar nog steeds algen, maar geen zeegras meer, dat op het rif immers niet groeit.

De cirkel sluit zich: de in de lagune Lac opgegroeide vissen zijn groot genoeg om op het koraalrif te overleven. Voor een deel worden ze zelf tot roofvis, waarvoor jonge rifvissen moeten vluchten. Maar de volgende generatie blijft weer in de zekere refuge van de lagune met zijn zeegrasweiden en mangroven.

 

Natuurlijk komen er in de mangroven ook nog veel andere dieren voor, met name vogels. De Caribische flamingo is de grote blikvanger, maar daarnaast leven er verschillende reigersoorten, pelikanen, diverse soorten waadvogels en de reusachtige fregatvogel.

In Lac kan men uitstekend kayakken en zo van veel schoons genieten. Duiken wordt niet aangemoedigd – het zou het ecosysteem te veel belasten. Men zou ook kunnen snorkelen, maar om dezelfde reden wordt ook dit afgeraden. Lopen door het zeegras en op de bodem van de mangroven is zeker verboden; hierdoor wordt ongelofelijk veel leven kapotgemaakt. Respecteer de natuur en geniet vanuit de kayak.

 

Geraadpleegde literatuur

 

Nagelkerken, I. (2000). Importance of shallow-water bay biotopes as nurseries for Caribbean reef fishes.

 

Ditzhuijzen van, J., Dos en Bertie Winkel (2003). Oog op Aruba Bonaire Curaçao – Geschiedenis, cultuur en natuur van de ABC-eilanden

Tien redenen om uw visconsumptie te overdenken

Sea First Foundation: www.seafirstfoundation.nl / www.seafirst.be
Maar al te vaak horen en lezen we dat we vooral vis moeten eten en visoliepillen moeten slikken, willen we gezond blijven. De voordelen van het eten van vis en visproducten zouden de nadelen ruim overschrijden…. Niets is minder waar, tenzij het over de voordelen voor de vissers, de visverwerkende industrie en de visverkopers gaat.
Het is een moeilijke boodschap, want nu veel mensen eindelijk beginnen te begrijpen waarom we de vleesconsumptie moeten minderen, of eigenlijk liever stoppen, komt nu ook vis zwaar onder vuur te liggen…
“De moderne visvangst is de meest destructieve en ondoordachte menselijke bezigheid ooit” David Takayoshi Suzuki, Canadees geneticus en milieuvoorvechter – houder van 22 eredoctoraten.

1. Overbevissing
Van de Europese visbestanden is 88% overbevist of al ingestort. In 2013 moet een belangrijk deel van de Europese vissersvloot geëlimineerd zijn. De eerste stemming in het Europees Parlement van 6 februari j.l (zie achteraan dit artikel voor het persbericht van Europarlementariër Bart Staes van Groen). Afwachten nu maar wat de reactie van de verschillende visserijministers zal zijn. Erg optimistisch hoeven we daar niet over te zijn, want voor 2012 zijn de door wetenschappers geadviseerde quota door de Europese visserijministers al met 40% overschreden. Er verandert dus ondanks het lobbywerk van zo´n 130 Europese NGO´s, waaronder de Sea First Foundation, voorlopig nog maar weinig, ook al doet Eurocommissaris Maria Damanaki werkelijk haar best. Uiteindelijk hebben de visserijministers het voor het zeggen.
Wetenschappers, (mariene en visserijbiologen) hebben met een computermodel aangetoond dat als er niets verandert, de zeeën tegen 2048 leeg zullen zijn. Een rapport van de Verenigde Naties (opgesteld door economen) heeft eind 2010 deze bevindingen bevestigd – zij kwamen uit op 2050 – en gesteld dat er drastische veranderingen moeten komen. Drastisch betekent: van de ruim 20 miljoen vissersboten 13 miljoen zo spoedig mogelijk uit de vaart nemen. Hieronder vallen in ieder geval alle grote fabrieksschepen. Verder is de 27 miljard Euro die jaarlijks door overheden wereldwijd aan subsidies gegeven wordt, meer dan genoeg om 20 miljoen van de 35 miljoen vissers om te scholen en aan alternatieve jobs te helpen – bijvoorbeeld in de zeewierkweek.

Lege zeeën tegen 2050, wil zeggen dat dan alle commerciële vissoorten verdwenen zullen zijn. Dit geldt voor alle zeeën. In de Atlantische Oceaan en in grote delen van de Pacific (Stille Oceaan) bestond gedurende eeuwen een duurzame visserij. In de laatste decennia heeft Europa ook hier verandering in gebracht. De Europese wateren zijn bijna leeg, dus dan maar het voedsel “stelen” van de mensen die vis nog als eiwitbron nodig hebben. We betalen wat geld aan de (veelal corrupte – met name – Afrikaanse) overheden – waarvan de lokale vissers geen cent in handen krijgen – en daarna vissen we gewoon al hun eten weg. Voor wie? Voor de Europese consument.

Een bijkomend ernstig probleem is dat er jaarlijks circa 40 miljard kilo vis gevangen wordt om verwerkt te worden tot voer voor kweekvis, varkens, kippen en pelsdieren. Zie verder punt 5.

2. Bijvangst
De mondiale jaarlijkse bijvangst, bestaande uit dieren die men niet mag, of wil vangen en die in 99% dood overboord gegooid worden, bedraagt ongeveer 45 MILJARD kilo. Het betreft miljoenen zeezoogdieren (met name dolfijnen en andere kleine walvisachtigen, zeeschildpadden, zeevogels en uiteraard vissen, omdat ze verstrikt raken in visnetten en vislijnen. Wetenschappers hebben via satellietbeelden berekend dat er zoveel ‘longlines’ in de zeeën hangen, dat de totale lengte gelijk staat aan 550 maal rond de aarde: ruim 22 miljoen kilometer! Vaak hebben deze longlines een lengte van meer dan 100 kilometer. De vissen en andere dieren die in de haken vast komen te zitten sterven een verschrikkelijke dood. Vaak vechten ze meer dan 24 uur voor hun leven. Deze longlines zijn vooral bedoeld om tonijn en zwaardvis te vangen. Van deze vissoorten zijn er steeds minder, dus moeten er nog langere lijnen komen.
Een belangrijke deel van de Nederlandse vloot en het grootste deel van de Belgische vloot (gedeeltelijk bestaande uit “ontsnapte” Nederlandse vissers) bestaat nog uit boomkorvisserij. Dat zijn netten die met zware kettingen de bodem omwoelen en alle dieren vangen die op de bodem leven, maar daarbij het volledige bodemecosysteem vernietigen. Tot 96% is bijvangst.

3. Duurzaamheidslabels
Het bekendste duurzaamheidslabel is MSC (Marine Stewardship Council). Dit label is in het leven geroepen door het Wereld Natuur Fonds en Unilever. Hun ideeën over duurzaamheid zijn wel een beetje verschillend van die van bijvoorbeeld de Sea First Foundation. Er zijn zelfs de allesverwoestende boomkorvisserijen en longline visserijen die een MSC-label hebben. Met dierenwelzijn wordt al helemaal geen rekening gehouden.
Met de meeste andere “duurzaamheidslabels” is het vaak nog erger gesteld.

4. Haaienmoord en tonijn
Een derde van alle haaiensoorten wordt met uitsterven bedreigd – naar schatting worden jaarlijks 70 miljoen (!) haaien gedood om hun vinnen. In 2006 was dat nog 120 miljoen; het wordt alleen maar minder omdat er minder haaien zijn. Niet China, maar de Europese vissers blijken de grootste leveranciers van haaienvinnen aan het Verre Oosten te zijn. Het zijn vooral de Spaanse vissers, maar ook de Nederlanders die zich hieraan schuldig maakten. De haaien worden levend van hun vinnen ontdaan en dan letterlijk weer overboord geschopt. Een gruwelijk einde. Haaienvinnensoep betekent aanzien in China en andere landen in het Verre Oosten. Winstbejag is het enige wat telt voor de vissers. Het haaienvinnen is een miljardenindustrie en voor vele visserijen een uiterst lucratieve “bijzaak”.
De meeste haaiensoorten zijn inmiddels met 90% of meer in aantallen afgenomen. Door roofdieren uit het ecosysteem te halen ontstaat er een enorme disbalans in de populatie van allerlei zeedieren. De haaienmoord draagt dus bij aan de niet-duurzaamheid van de visserij.
Gelukkig is er beweging in de Europese wetgeving en zijn enkele soorten inmiddels beschermd en is het levend ontvinnen van haaien nu officieel verboden. Een overwinning voor de milieubeweging, waaraan de Sea First Foundation een belangrijke bijdrage heeft geleverd.
Tonijn is ook een ernstig bedreigde vissoort. De blauwvintonijn is al zo goed als uitgestorven, waardoor de andere tonijnsoorten nu ernstig overbevist worden. U eet toch ook geen broodje panda of Bengaalse tijger?! Voor alle informatie over tonijn zie: www.tunafree.nl / www.tunafree.be Deze Tonijn-Vrije-Restaurant-Campagne is een actie van de Sea First Foundation.

5. Kweekvis en mangrovebossen
Mangrovebossen zijn zeer belangrijke kraamkamers voor vele vissoorten, terwijl er tevens verschillende endemische soorten leven. Mangroves zijn struiken en bomen die in zout water leven. Zij groeien in ondiep water en van vele soorten zijn de onderwaterwortels zwaar begroeid met algen, wieren, oesters, sponzen en zeeanemonen. Tussen deze wortels kunnen jonge vissen zich prima verschuilen wanneer er gevaar dreigt. Zo kunnen ze veilig opgroeien totdat zij groot genoeg zijn om naar open zee te gaan. Deze kraamkamers zijn onontbeerlijk voor honderden vissoorten. Over de hele wereld verdwijnen deze bossen om plaats te maken voor scampikwekerijen en viskwekerijen. In verreweg de meeste gevallen worden de dieren met veel te veel per kubieke meter gehouden. Dit is zeer dieronvriendelijk en zeker niet duurzaam, want omdat de dichtheid van de dieren te groot is, breken er constant ziektes uit en (dus) wordt de kwekerij overgoten met antibiotica en andere medicatie, zoals die tegen visluis. Op dit moment is ongeveer 50% van alle garnalen wereldwijd uit zulke kweekvijvers afkomstig. Waar garnalen gekweekt worden is de omgeving zo zwaar vervuild dat de mensen die er werken en een hongerloon verdienen, ziek worden. Datzelfde geldt voor de mensen die voor water van grondwater afhankelijk zijn. Tot in de wijde omtrek is het grondwater vervuild. Dit kan een radius van 100 km bereiken! Zelfs de garnalen kunnen na vier à vijf jaar niet meer overleven en dus wordt een volgend stuk mangrovebos gekapt voor een nieuwe kweekvijver.
Door het verdwijnen van de mangroven, verdwijnen ook veel vissoorten. In de Nederlandse Antillen bijvoorbeeld is het aantal grote vissen door overbevissing en het rooien van de mangrovebossen aan de noordkust van Zuid-Amerika, sterk afgenomen.
Vis kweken in open water, zoals zalm in Noorwegen en in Chili, veroorzaakt grote problemen. Op de bodem onder de kwekerijen en in de omgeving daarvan ontstaan zogeheten “Dead Zones”, dode gebieden waar helemaal niets meer leeft. Dit komt door de grote hoeveelheden uitwerpselen, die gecontamineerd zijn met medicijnen.
De meeste vissoorten die gekweekt worden zijn carnivoor. Dat betekent dat zij alleen kunnen leven wanneer zij dierlijke voeding krijgen. Meestal is dat wilde vis die daarvoor speciaal gevangen wordt (grote industrie in Peru en Chili). Voor kweekzalm is 2-6 kilo wilde vis nodig om 1 kilo zalm te krijgen. Verre van duurzaam dus, mede door de enorme afstanden die de gevangen (visvoer)vis moet afleggen tot de viskwekerijen in bijvoorbeeld Noorwegen. Vaak wordt door het kweken van vis overbevissing dus in de hand gewerkt.
Zie voor een uitgebreid overzicht: De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar

6. Vervuiling
Er zijn verschillende soorten vervuiling van ons milieu en van de zeeën. Er is vervuiling door chemicaliën, door niet- of nauwelijks verteerbare stoffen zoals plastic, door radioactiviteit, door viskweek, door lawaai, door radioactief afval en ook door CO2 (verzuring – zie PUNT 9).
Gifstoffen
De meest voorkomende chemicaliën zijn dioxines, dioxineachtige pcb’s, zware metalen zoals kwik en cadmium en brandvertragers. De meeste van deze stoffen produceert de mens zelf en sommige komen in mindere mate ook in de natuur voor. Er zijn inmiddels heel wat studies gedaan naar de gevolgen van deze gifstoffen op de menselijke gezondheid. Het probleem is dat er meestal alleen gekeken wordt naar één enkele stof, of één enkele groep van stoffen. Bilau (2008) onderzocht vooral dioxineachtige stoffen in voeding, maar beveelt aan om ook de effecten van combinaties van contaminanten (gifstoffen) op de gezondheid van de mens te gaan onderzoeken. Hier weten we eigenlijk nauwelijks iets van. De hoeveelheid dioxines in de Noordzee is in de afgelopen decennia aanzienlijk gedaald, maar vis uit de Noordzee bevat nog altijd veel meer dioxines dan bijvoorbeeld vis uit het zuiden van de Indische en de Atlantische Oceaan. Ondertussen zijn er weer andere stoffen die juist in steeds grotere hoeveelheden in het milieu, in zee en dus ook in vis – vooral vette vis – komen. Een voorbeeld hiervan is de groep van de toxische en kankerverwekkende brandvertragers.
De meeste Europese dioxines vinden hun oorsprong in industriële verbrandingsprocessen in een chlooromgeving: metaalgieten, bleken van papierpulp en de vervaardiging van bepaalde pesticiden of herbiciden. Andere grote dioxineveroorzakers zijn bijvoorbeeld vuilverbrandingsinstallaties.
Mensen nemen 95-98% van de dioxines (giftige stoffen) op door middel van consumptie van voedsel. De dioxines zitten vooral in dierlijke producten en daarvan vooral in vis. Het grootste probleem van dioxines is hun hoge chemische stabiliteit. Wanneer zij zich eenmaal in een levend organisme hebben genesteld, blijven de dioxines er heel lang zitten. Zij stapelen zich op in de voedselketen en hoe verder we ons dus in de voedselketen bevinden, hoe hoger de concentratie dioxines. De meest kwetsbare personen zijn zwangere vrouwen en pasgeborenen. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, zal men zwangere vrouwen moeten afraden om vette vis te eten – zie ook punt 7. In de huidige Europese richtlijn voor onder meer de maximale hoeveelheid dioxine die de mens mag consumeren, staat dat vooral vis veel giftige dioxine bevat: twintig keer meer dan vlees en melk, tien keer meer dan eieren.
Kwik zit in de vorm van methylkwik (giftiger dan kwik) vooral in roofvis. Niet alleen in het vetweefsel, maar ook in de huid, spieren en organen van de vis. Wie twee maal per week een portie sushi van tonijn eet, heeft een reële kans op gezondheidsproblemen. (Zie ook persbericht No. 2 aan het einde van dit artikel)
Het is onbegrijpelijk dat voedingscentra en overheden zo gemakkelijk omgaan met het feit dat er zoveel gif in vis en andere dierlijke vetten bevattende producten zit. Gif is gif en dat kan zelfs in de laagste concentraties schadelijke gevolgen voor de gezondheid hebben. Kennelijk prevaleert het in stand houden van de vis- en vleesindustrie boven de gezondheid van de mens.
Zie voor een zeer uitgebreid overzicht: De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar
Plastic
Midden op de Stille Oceaan, is een gebied dat minstens zo groot is als West-Europa en dat een enorme hoeveelheid plastic afval bevat: de “plastic soup”. Dit is waarschijnlijk nog conservatief geschat; sommigen schatten de omvang tweemaal zo groot als die van de Verenigde Staten. Het betreft een gigantische hoeveelheid drijvend plastic afval. De plastic massa ontstaat en wordt in stand gehouden door de maalstroom van de Stille Oceaan, die op zijn beurt ontstaat door de passaatwinden. De randen van de maalstroom zijn continu in beweging en hebben een hoger zeeniveau dan verder naar binnen, waardoor de plasticbrij steeds geconcentreerd in het centrum blijft drijven. In alle oceanen zijn inmiddels dit soort gebieden ontdekt. In 2006 bleek uit een studie van de UNEP (de United Nations Evironment Programme, het milieuprogramma van de VN), dat op elke anderhalve vierkante kilometer zee 46-duizend plastic deeltjes zwerven, variërend van verloren teenslippers tot minuscule deeltjes. Veel vogels, kreeftachtigen en zeehonden raken verstrikt in de plastic ringen van een sixpack, een plastic zak of een nylon koord. Stormvogels zijn, net als veel zeeschildpadden, echte alleseters. Soms sterven de vogels doordat een groot object als een plastic zak, de keel en het maagdarmstelsel afsluit, maar veel dieren verzwakken doordat kleinere stukjes plastic afval in de maag het hongergevoel van de vogel wegnemen. De hersenen krijgen daardoor geen seintje meer van “nu eten!”, waardoor veel vogels verhongeren. Van de onderzochte vogels heeft 98% plastic in de maag; gemiddeld gaat het om dertig stukjes.
Miljoenen vissen en zeezoogdieren zien de drijvende kunststofdeeltjes met de aangehechte chemische verontreiniging als een lekker hapje, omdat zich hierop algen afzetten. In de met plastic verontreinigde gebieden wordt veel vis gevangen en zo belandt uiteindelijk de vis op het bord. Zo vormt ook dit giftige plastic nog eens een extra bedreiging voor de gezondheid van de mens. In de verschillende soorten plastic heeft men inmiddels zo´n tachtigduizend (!) gifstoffen ontdekt.
Lawaai
Bij vervuiling van de oceanen denkt men niet zo snel aan lawaai. Toch is lawaai voor miljoenen dieren per jaar funest: olieboringen, heien in zee voor het plaatsen van windmolens en sonar. Zo zullen naar verwachting in de komende jaren miljoenen walvissen, dolfijnen en ander zeeleven gedood worden door de Amerikaanse marine. Het gaat hier met name om de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan en de Golf van Mexico. De schepen van de Amerikaanse marine gebruiken sonar onder meer om onderzeeërs op te sporen. Sonar is een groeiende bedreiging sinds president Bush in 2002 de Amerikaanse marine toestemming gaf sonar in 80% van de oceanen te gebruiken.
Actieve sonar bestaat onder andere uit zeer luide geluidspulsen in de oceaan die terugkaatsen via alle grote objecten in het bereik van deze pulsen. Walvissen raken hierdoor hun oriëntatiegevoel kwijt en zo ontstaan de bekende strandingen van dolfijnen en walvissen, maar voor de meeste dieren is het dodelijk omdat hun gehoor en hersenen worden “opgeblazen” wanneer zij te dicht bij deze sonarbronnen komen. Deze dieren zakken dan direct naar de zeebodem, waardoor men geen idee heeft hoeveel dieren door deze sonartests het leven laten.
In 2004 heeft de regering Bush een wet ondertekend voor het afzwakken van de Amerikaanse milieuwetten die gelden voor de Amerikaanse marine. Daarna, in 2008, tekende president Bush een ‘Executive Order’, waarin hij toestemde dat de Marine zou worden vrijgesteld van de milieuwetten ter bescherming van bedreigde diersoorten. De marine van de VS zal in de komende vijf jaar (2010 tot 2015), miljoenen zeezoogdieren en ander zeeleven in grote aantallen opofferen voor hun ‘Warfare Testing Range Complex Expansions’. Dat zijn reeds bestaande oorlogsvoering testprogramma’s en deze worden enorm uitgebreid in de wateren van de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan en de Golf van Mexico. De Nationale Marine Visserij Service heeft al toestemming gegeven om zeezoogdieren te doden in meer dan een dozijn Marine Oorlogvoering Test Programma’s en bereidt een nieuwe aanvraag voor waarbij als gevolg van het testen met sonar – zoals zij zelf aangeven – 11,7 miljoen… zeezoogdieren (32 verschillende soorten) het leven zullen laten. Met het groeiend aantal vergunningen dat wordt afgegeven voor sonar-testprogramma’s in meer dan 12 gebieden in de Grote Oceaan, de Golf van Mexico en de Atlantische regio’s van de Verenigde Staten, zijn de zeezoogdieren en veel van het andere zeeleven gedoemd om compleet te worden vernietigd.
Radioactiviteit
Tien jaar geleden waren radioactieve lozingen in zee nog een groot probleem. Deze vorm van vervuiling is in de afgelopen jaren echter sterk verminderd. Lozingen van radioactiviteit door met name Engelse nucleaire bedrijven in Sellafield is met zo’n 75% verminderd.
De huidige Europese lozingen vormen geen bedreiging meer voor zeeflora en fauna en zijn slechts een lichte belasting voor mensen die er van eten. Wat wel schadelijk voor het zeeleven is, is het enorme verbruik van koelwater door kerncentrales aan zee. Al het leven in het koelwater wordt gedood, dus ook de vislarven en -eitjes. Of dat alleen lokaal schadelijke gevolgen heeft voor het zeeleven, of voor de hele Noordzee, Ierse, Baltische en Japanse Zee, is bij gebrek aan onderzoek moeilijk te beoordelen. In landen als Japan, Engeland en Frankrijk staan veel kerncentrales aan zee. Wat daarvan het gevolg kan zijn hebben we recent (11 maart 2011) met de ramp in Fukushima kunnen beleven.

7. Gifstoffen in vis
Het niet eten van vis heeft nog andere grote voordelen. Vooral vette wilde vis bevat veel meer gifstoffen zoals pcb’s, dioxines, dioxineachtige pcb’s, zware metalen zoals kwik, en brandvertragers, die je maar beter niet binnen kunt krijgen. Dit zijn allemaal zeer carcinogene stoffen, die zelfs in de kleinste hoeveelheden kanker kunnen veroorzaken. Onderzoek aan de Universiteit van Gent toonde aan (2008) dat ongeveer 50% van alle pcb’s, dioxines en dioxineachtige pcb’s in ons lichaam afkomstig is van vis en andere zeedieren, terwijl maar 1-2% van al het voedsel dat we eten hieruit bestaat! Volgens het Nederlandse Voedingscentrum is het Belgische onderzoek niet correct en zou maar 12% van alle dioxines in het voedsel van de Nederlander via vis in het lichaam komen.
Hoewel voor de meeste gifstoffen geldt dat de gemeten hoeveelheden in vis onder de door Europa gestelde toegestane limiet zitten, is er nauwelijks onderzoek gedaan naar de effecten van de optelsom van de vaak tientallen gifstoffen in vis. Hoe vetter de vis, hoe meer gifstoffen de vis bevat. Dit komt omdat vele gifstoffen lipofiel zijn. Dit betekent dat zij zich in het vetweefsel nestelen. Ook de positie in de voedselketen bepaalt hoe giftig een vis is. Roofvissen, zoals tonijn, zwaardvis en haai, bevatten meer gifstoffen dan kleine visjes aan de basis van de voedselketen.
Toch wordt vaak gezegd dat het eten van vette vis belangrijk is vanwege de vetzuren die zij bevatten. Deze Omega-3 vetzuren maken de vissen echter niet zelf, maar krijgen zij binnen met hun voedsel en tijdens de ademhaling via hun kieuwen. Het betreft Omega-3 bevattende eencellige planktonalgen. Daar men op steeds grotere schaal deze algensoorten kweekt voor de Omega-3 derivaten (EPA en DHA) die daar in zitten, hoeft men dus geen vis te eten om Omega-3 binnen te krijgen. Overigens bevatten veel andere plantaardige producten ook de moedervorm van Omega-3, Alfalinoleenzuur (ALA), zoals postelein, walnoten, lijnzaad(olie) en koolzaad(olie).
Zie voor een uitgebreid overzicht: De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar

8. Voedselvergiftiging
Voedselvergiftiging door het eten van vis en andere zeedieren, zoals garnalen en oesters of mosselen, is verreweg de meest voorkomende vorm van voedselvergiftiging.
Ciguatera is een vergiftiging die vooral veroorzaakt wordt door het eten van tropische vis. Deze aandoening komt vooral voor in gebieden waar ook koraalriffen zijn, maar dus ook bij mensen die uit deze gebieden geïmporteerde vis eten. Het betreft een vergiftiging door stoffen die geproduceerd worden door dinoflagellaten (soort giftige algen). Deze dinoflagellaten zitten in koraal, plankton en zeewier. Deze worden gegeten door vegetarische vissen die op hun beurt worden gegeten door grotere carnivore vissen. Barracuda, zeebaars, snapper, murene, papegaaivissen en trekkervissen, zijn het meest frequent de bron van ciguateravergiftiging, maar ook veel andere vissoorten kunnen deze ernstige vergitiging veroorzaken. Ciguatoxine is zeer hittebestendig, zodat met ciguatoxine vergiftigde vis niet kan worden ontgift door koken.
Ciguateravergiftiging geeft vooral maag-, darm- en neurologische klachten. De belangrijkste symptomen zijn: misselijkheid, overgeven, diarree, hoofdpijn, spierpijn, gevoelsstoornissen en hallucinaties. Het meest typische verschijnsel bij ernstige gevallen is de koude allodynie: hierbij krijgen patiënten een heet, brandend gevoel wanneer ze met iets kouds in aanraking komen. Mogelijk wordt het gif ook door seksuele gemeenschap of borstvoeding doorgegeven door reeds besmette patiënten. De klachten en symptomen kunnen weken en soms wel jaren aanhouden. Na jaren kunnen de klachten spontaan weer terugkeren, deze recidieven kunnen uitgelokt worden door diverse factoren zoals het consumeren van vis of alcoholische drank.
Er bestaat geen specifieke behandeling tegen ciguateravergiftiging. Alleen symptoombestrijding en ondersteunende behandelingen zoals pijnstilling zijn mogelijk. Het meest belangrijk is preventie door geen vis te eten (uit risicogebieden).
Op de tweede plaats van vergiftiging door vis en andere zeedieren is scombrotoxin, ook wel scombroidvergiftiging genoemd. Deze vorm van histaminevergiftiging wordt vooral gezien na het eten van tonijn, makreel, sardines, geelstaart, en abalone (oorschelp). Het is het gevolg van onvoldoende koeling van de vis. De symptomen ontstaan snel na het eten van de vis: tintelingen of brandend gevoel in de mond; huiduitslag op het gezicht en het bovenlichaam; kloppende hoofdpijn; netelroos en jeuk van de huid; misselijkheid, braken en diarree.
Ook kan vis besmet raken met listeria. Deze bacterie groeit ook bij lage temperaturen. Listeria is vooral gevaarlijk is voor zwangeren en ouderen. Zij kunnen beter geen voorverpakte gerookte vis eten, zoals gerookte zalm, forel, paling of makreel. Voorverpakte gerookte vis kan lang bewaard worden. Dit geeft de bacterie de kans zich te vermenigvuldigen tot schadelijke hoeveelheden.
Naast ciguatera en scombroidvergiftiging zijn er nog vele andere micro-organismen in vis die voedselvergiftiging kunnen veroorzaken, zoals salmonella (Zie ook persbericht No. 3 aan het einde van dit artikel). Overigens is het verstandig uw hond en kat ook geen vis te voeren, omdat ook zij daar ernstig ziek van kunnen worden.

9. Verzuring: CO2 en O2
Oceanen zijn de grootste zuurstofbron op aarde. Tot 70% van alle zuurstof wordt door zeeplanten gemaakt. Zij nemen CO2 op en geven O2 (zuurstof) af, net als alle planten op het land. Wij ademen dankzij de zee! De meeste planten van deze planeet leven in zee: het betreft naast wieren, het plantaardige plankton, of fytoplankton. Door de enorme wereldwijde CO2-emissies, kan het fytoplankton lang niet al het CO2 verwerken en omzetten in zuurstof. CO2 en andere broeikasgassen zoals die uit de intensieve veehouderij (de vleesindustrie is verantwoordelijk voor bijna 20% van alle broeikasgasemissies op aarde. Dat is meer dan van al het gemotoriseerde verkeer bij elkaar, dus inclusief vlieg- en scheepvaartverkeer) zorgen voor verzuring van het zeewater. De Ph wordt dus lager. Hierdoor lost kalk op. Volgens recent onderzoek onder leiding van de vermaarde zeebioloog Boris Worm, is op veel plaatsen in zee het fytoplankton al met 40% afgenomen. Dit heeft consequenties voor de totale zuurstofproductie op aarde. De wetenschap is bang dat hierdoor tegen 2050 alle koraalpoliepen dood zullen zijn. Op dit moment bedraagt de hoeveelheid CO2 in zeewater 383 ppm (= parts per million). De veilige grens voor koraalpoliepen ligt rond de 120 ppm en het kalk van de huisjes van de poliepen begint op te lossen bij 360 ppm. Hier zijn we inmiddels dus al ver voorbij! Dit is een van de belangrijkste redenen (naast vervuiling en overbevissing) waarom koraalriffen het wereldwijd steeds slechter doen. Maar ook andere dieren aan de basis van de voedselketen die uit kalk bestaan (schelpen en schaaldieren) hebben het moeilijk. Klimaatopwarming als gevolg van de veel te hoge CO2-emissies, zorgt ook al voor grote problemen in de vorm van koraalverbleking (coral bleaching). Zou er genoeg vis in zee zwemmen, dan zou nog heel wat CO2 opgenomen kunnen worden. Vis krijgt met zijn voedsel en tijdens zijn ademhaling via de kieuwen, het in het zeewater opgeloste kalk (calcium = Ca) binnen. In het lichaam van de vis wordt de calcium omgevormd tot calciumcarbonaat, CaCO3, dat met de ontlasting van de vis in zee komt. Calciumcarbonaat is een uitstekende buffer voor CO2. Helaas worden de zeeën in een hoog tempo leeggevist, met als gevolg toenemende verzuring en daardoor onder andere het afsterven van koraalriffen. Elke vis die nu nog uit de zee getrokken wordt is er één te veel!

10. Dierenwelzijn
Ik noem dit punt als laatste al is het in mijn optiek het allerbelangrijkste punt waarom we geen vis en visproducten zouden moeten eten. ZeedierenONwelzijn is een enorm probleem. Jaarlijks worden tussen de 1,5 en 3 triljoen (met achttien nullen) dieren in de zeevisserij gevangen, die alle een verschrikkelijke dood sterven. De laatste vijftien jaar is het onderzoek naar vissenwelzijn in een stroomversnelling gekomen. Toen ik ruim zes jaar geleden aan mijn onderzoek naar de vernietiging van het “ecosysteem zee” begon, waren er slechts enkele tientallen onderzoeken naar pijnbeleving bij vissen. Inmiddels zijn dat er meer dan duizend. Dieren die voor consumptie gedood worden, behoren volgens Europese wetgeving binnen één seconde te sterven, of zodanig verdoofd zijn dat zij van het sterven niets merken. Dat dit in de praktijk helaas lang niet altijd het geval is, is treurig, maar er bestaat tenminste wetgeving hierover. Helaas geldt deze regelgeving niet voor vissen. Inmiddels weten we dat vissen een uitstekend ontwikkeld centraal zenuwstelsel hebben (hersenen en ruggenmerg) en een goed ontwikkeld perifeer zenuwstelsel, met pijnreceptoren (= nocisensoren) tot in te toppen van hun vinnen en rond de mond). Vissen voelen dus wel degelijk pijn en ondergaan angst en stress, op min of meer dezelfde wijze als vogels, reptielen en zoogdieren dat doen (kippen, kalkoenen, schildpadden, mensen, koeien, enz). En toch behandelt men deze dieren alsof het bakstenen zijn. De dodingsmethoden van vis zijn meer dan gruwelijk en het kan soms enkele uren duren voordat een vis sterft. Vissen hebben een groot probleem: zij kunnen niet schreeuwen!

Wil je meer weten, zie:

  • De Huilende Zee, Dos Winkel, Uitgeverij Elmar
  • Do Fish feel Pain, Prof. Victoria Braithwaite, Oxford University Press
  • Een zeer belangrijke studie: Worse things happen at sea: the welfare of wild-caught fish, Alison Mood.

Het hele artikel

www.seafirst.nl  
www.vissenbescherming.nl