Klimaatakkoord: over de veehouderij en de oceaan

De wereld haalde opgelucht adem toen er eind 2015, het warmste jaar ooit gemeten, een historisch klimaatakkoord werd getekend in Parijs. Op de COP21 (21e klimaatconferentie) van de Verenigde Naties beloofden voor het eerst in de geschiedenis, 195 landen elkaar om het klimaat in 2100 niet meer dan 2 graden Celsius warmer te laten zijn, en ernaar te streven onder de 1,5 graad te blijven, een cruciale grens voor poolkappen en koraalriffen.

Earth Day 2010: De Climate Rally in Washington DC | Fotopedia.com

Klimaattop

Hoe hoopgevend dit ook klinkt voor milieuorganisaties, echt gerustgesteld zijn ze nog niet. Hóe de wereld de opwarming gaat beperken is nog alles behalve duidelijk: wordt de intensieve veehouderij aangepakt? Worden er maatregelen getroffen om onze grootste zuurstofbron, de oceanen te beschermen? Het klimaatakkoord gaat hier niet op in en ook de plannen van de landen bij elkaar opgeteld leveren nauwelijks genoeg CO2-vermindering op om zelfs maar onder de 2,5 graad te blijven.

Gelukkig zijn de ondertekenaars, door een juridisch bindend VN-proces, verplicht om elke vijf jaar de plannen aan te scherpen. Hier liggen politieke kansen om de gemiste afspraken alsnog te maken: beloftes om de vervuiling, verzuring en overbevissing van onze oceanen tegen te gaan.

Oceaanverzuring

Oceaanverzuring vormt, net als ontbossing, een gigantische bedreigingen voor het leven op onze planeet. Het plantaardig plankton (fytoplankton) in de oceaan leeft op fotosynthese en produceert daarbij 50-70 procent van alle zuurstof op aarde. Ongeveer de helft van alle CO2 wordt door de oceaan opgenomen. Maar als er teveel CO2 in de oceaan komt, kan het fytoplankton dit niet aan en sterft, waardoor de CO2 het water verzuurt. Dat zorgt ervoor dat alles wat kalkhoudend is, dus ook het koraal, heel geleidelijk oplost, evenals de kalk in de allerkleinste plantjes, het fytoplankton en de allerkleinste diertjes, het zoöplankton. Alle koraalriffen zijn inmiddels aangetast en in sommige gebieden is het plankton al voor 40 procent verdwenen. Dat is een zeer zorgwekkende situatie. Fytoplankton vormt samen met het zoöplankton, de basis van de voedselketen en de oceanen zijn onze blauwe longen.

Boosdoeners

Onderzoek van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en de World Bank toont aan dat de intensieve veehouderij 18% van alle broeikasgassen uitstoot. Dat is meer dan al het auto-, lucht- en scheepvaartverkeer samen. Daarbij komt nog dat het door koeien geproduceerde methaangas 21 keer klimaatgiftiger is dan CO2.. En net zoals de regenwouden hiervoor in veevoerplantages veranderen, worden veel CO2-opnemende mangrovebossen gekapt om plaats te maken voor scampi- en viskwekerijen. Dit maakt de veesector voor 51 procent van de klimaatverandering verantwoordelijk. Samen met de veelal sterk vervuilende motoren van de visserijschepen, is dit getal nog procenten hoger. De IPCC dringt daarom al jaren aan op vermindering van de vleesproductie en Sea First pleit ook sterk voor het consuminderen van vis.

Je hoeft echter geen die-hard  vegetariër te zijn om het klimaat te redden. Volgens The New York Times is ‘climatarian’ een van de meest boeiende nieuwe voedselwoorden van het afgelopen jaar. De klimatariër zorgt dat wat hij of zij eet met zo min mogelijk CO2 geproduceerd en vervoerd wordt.  In een “klimatarisch” dieet kies je dan ook bewust voor (veel) meer plantaardige voeding. Trendy kookboeken als “Groente uit Zee!” en “NON*FISH*A*LI*CIOUS” laten zien hoe goed je bijvoorbeeld zeewier kunt eten: dat bevat evenveel proteïnen en smaak als vis, maar geeft veel minder milieuschade.

Als we de doelen van het klimaatakkoord echt willen halen, kunnen we de grootste CO2-uitstoter, de intensieve veehouderij, niet ongestoord haar gang laten gaan en zullen we de grootste ecosystemen die CO2 opnemen, onze regenwouden en oceanen, gezond moeten houden.

Oplossingen

Oostenrijkse ecologen schrijven in het wetenschapsblad Nature Communications: om het milieu écht te ontzien moet de hele wereldbevolking het jaar rond vleesloos gaan eten. Beter nog zou het zijn als we álle dierlijke producten lieten staan en regelrecht veganist werden. Want als mensen zich zo driftig blijven voortplanten als ze nu bezig zijn, dan zijn we over dertig jaar met tien miljard. Hoe gaan we al die extra buiken vullen zonder bomen te moeten kappen voor extra weilanden en akkers?

De beste garantie op een toereikende voedselproductie zonder milieuschade is dat de hele wereld overschakelt op een veganistisch menu, hebben Karl-Heinz Erb en zijn collega’s van het Instituut voor Sociale Ecologie berekend. Dat wil zeggen dat er enkel nog fruit, groente en peulvruchten op tafel kunnen komen. Geen eieren, boter, melk of kaas meer, noch andere producten van dierlijke herkomst.

Aan de politiek om hiervoor beschermende wetten te maken, en aan ons om bereid te zijn steeds vaker een portie vlees of vis, en daarmee een stuk mangrove- of regenwoud te laten staan. Als die bossen niet gekapt waren, zouden we nu geen klimaatverandering en verzuurde oceaan hebben. Wij van de Sea First Foundation zijn ervan overtuigd dat mensen zich over 50 jaar zullen afvragen wat een krankzinnige tijd het nu was, waarin we dat nog niet deden.

De zee en onze gezondheid

Klimaatverandering wordt voor een zeer belangrijk deel veroorzaakt door ontbossing. De reuzen van het regenwoud moeten plaatsmaken voor maïs- en sojaplantages, waarvan de opbrengst bestemd is voor veevoer. Door de enorme hoeveelheden CO2 die we produceren, verzuurt de oceaan, sterven de koraalriffen en ook het plankton heeft het erg moeilijk. De auto laten staan helpt natuurlijk, maar de impact van consuminderen van vlees en vis, heeft een nog veel grotere positieve invloed op het klimaat, de oceaan en onze eigen gezondheid, dan het stilleggen van al het gemotoriseerde verkeer. Makkelijker kunnen we het niet maken. Doe mee en deel de EERSTE ANIMATIEFILM van Sea First alsjeblieft zo veel mogelijk (onderaan op de home page).

Literatuur:

* Global phytoplankton decline over the past century
DG Boyce, MR Lewis, B Worm – Nature, 2010 – nature.com