De Huilende Zee

Sea First Foundation: Alarm van de zee

Raja Ampat: het laatste paradijs

De vier koningseilanden

De strijd van de groene zeeschildpad

Tekst en foto’s Dos Winkel

Een ontmoeting met een zeeschildpad tijdens het duiken is altijd weer een bijzondere belevenis. Deze prachtig gestroomlijnde reptielen, van oorsprong landdieren, hebben zich in de loop van miljoenen jaren perfect aan het leven in zee aangepast. Op plaatsen waar de zeeschildpadden aktief beschermd worden, zijn zij over het algemeen minder schuw, waardoor hun gedragingen goed bestudeerd kunnen worden. Een duiker die enige afstand houdt en de dieren niet aanraakt, kan in veel gevallen het vertrouwen van het dier winnen en zo observeren hoe zij eten, slapen, naar de oppervlakte gaan om in te ademen, paren, vechten, zich van hun parasieten laten bevrijden door kleine hierin gespecialiseerde poetsvissen en hoe de vrouwtjes aan land gaan om hun eieren te leggen.

De groene zeeschildpad of green turtle, in het Nederlands ook wel soepschildpad geheten, is evenals alle andere soorten zeeschildpadden een bedreigde diersoort. De naam “soepschildpad” wijst op het lot dat  vele groene zeeschildpadden ondergingen en helaas – ondanks hun beschermde status – nog altijd ondergaan.

Veel van de informatie in dit artikel is ook van toepassing op de andere soorten zeeschildpadden, doch gekozen is voor de green turtle, omdat ik deze soort het langst gevolgd heb.

De groene zeeschildpad, Chelonia mydas, wordt in alle tropische zeeën gevonden, evenals in zeeën met een watertemperatuur die in de koudste periode niet onder de 20° komt. Dit komt ongeveer overeen  met een gebied tussen de 35° noorderbreedte en 35° zuiderbreedte.

Met een schildlengte van maximaal 125 cm en een gewicht tot ongeveer 230 kg, is de groene zeeschildpad de grootste van de zeeschildpadden met een hard schild. Met uitgestoken kop en staart kan de totale lengte gemakkelijk 1.75 m halen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de haviksnavel zeeschildpad (hawksbill turtle) is de kop aan de voorzijde vrij rond. Met de lange voorste flippers en het gestroomlijnde schild kan het dier zich zeer efficiënt, ook tegen hevige stromingen in, door het water verplaatsen. De voorflippers worden tijdens het zwemmen simultaan in dezelfde richting bewogen.

Het volwassen dier maakt een groene indruk, maar soms lijkt de kleur meer bruin, dan weer meer olijfkleurig en soms zelfs zwart.

Mijn Japanse kamergenoot houdt mij uit mijn slaap door zijn hevige gesnurk. Ik bevind mij in een op palen staande strandhut, gemaakt van bamboe, mangrovehout en palmbladeren, op het afgelegen eilandje Sangalaki, ten oosten van Kalimantan (Indonesisch Borneo) in de Celebes Zee. Na een vermoeiende reis van drie dagen dacht ik eindelijk van een verdiende nachtrust te kunnen genieten, doch het mocht niet zo zijn. Ik besluit op te staan en met de zaklantaarn in de hand een wandeling te maken over het zachte zand van dit bijzondere koraaleilandje. Elke nacht komen hier tussen de dertig en vijftig zeeschildpadden aan land om hun eieren diep in het zand te begraven. Ik hoef dan ook niet ver te lopen om op verschillende plaatsen gesteun en het verplaatsen van zand te horen. Gedurende hun moeizame tocht van de zee naar het strand, en tijdens het voorbereiden van het nest, mag de schildpad absoluut niet gestoord worden door licht, zoals bijvoorbeeld dat van een zaklantaarn. Het dier keert dan onverrichter zake terug naar zee, om dan een volgende nacht opnieuw de zeer zware inspanning te plegen. Voor sommige dieren is deze krachtsinspanning zo groot dat zij eraan bezwijken!

Ik zie vlak bij elkaar, op ongeveer twintig meter van mijn hut twee kolossale groene zeeschildpadden hun nest voorbereiden. De halfvolle maan geeft juist voldoende licht om dit bijzondere schouwspel goed te kunnen volgen. Ik zoek een plaats in het zand van waaruit ik beide dieren goed kan observeren.

De gekozen nestplaats bevindt zich altijd ruim boven de hoogwaterlijn; allereerst wordt met de voorflippers met krachtige bewegingen een zogenaamde “body pit” gemaakt, waardoor de schildpad zo’n 20 tot 40 cm dieper komt te liggen. Dit uitdiepen kan gemakkelijk één tot twee uur duren. Dan begint het maken van de flesvormige holte waarin de eieren gedeponeerd worden; dit gebeurt door afwisselende bewegingen van de achterflippers. De gehele aktie gaat gepaard met steunende uitademingen als teken van grote krachtsinspanning. Na ongeveer drie kwartier toegekeken te hebben besloot opeens een van de schildpadden te stoppen. Hoewel ik mij zeer verdekt had opgesteld en mijn lamp niet had gebruikt, voelde ik mij schuldig aan deze onderbreking, doch later leerde ik dat sommige schildpadden na noeste arbeid soms toch besluiten om elders een nest te maken. Dit dier koos een andere plek die haar waarschijnlijk beter beviel. Toen bij de andere schildpad het graven van de eierholte stopte, ben ik snel mijn camera gaan halen in de hoop iets van het leggen van de eieren te kunnen fotograferen. De ovipositie, het deponeren van de 100 tot 110 eieren, duurt twintig tot dertig minuten. Daarna wordt de rest van de eierkamer met de achterflippers met zand gevuld. Vervolgens wordt de body pit met de voorflippers gevuld, waardoor een nieuwe holte onstaat die zich vóór de oorspronkelijke bevindt. Dan volgt de uitputtende terugweg naar zee; na elke twee of drie “stappen”, eigenlijk “schuiven”, neemt de doodvermoeide schildpad enkele minuten rust. Wanneer eindelijk de zee is bereikt, verdwijnt het op het land zo logge dier gracieus en snel in het zilte nat.

De groene zeeschildpad paart in ondiep water in de buurt van het strand waar later de eieren zullen worden gelegd. De mannetjes paren wanneer de gelegenheid zich voordoet, de vrouwtjes alleen gedurende een periode van ongeveer drie maanden, en dat slechts eenmaal per twee, drie of vier jaar.

Om de eieren te kunnen bevruchten moeten de spermatozoa  bij het vrouwtje opgeslagen worden. Dit gebeurt in een speciale spermaholte, waar de spermatozoa van verschillende mannetjes bewaard blijven totdat het vrouwtje eieren heeft, die dan bevrucht kunnen worden.

Er zijn verschillende studies uitgevoerd waarbij de verplaatsingen van de groene zeeschildpadden werden bestudeerd. Hiertoe werden de vrouwtjes van een label aan het schild voorzien. Zo kon men vaststellen dat de schildpadden soms afstanden van meer dan 4000 km aflegden, maar toch elke twee, drie of vier jaar weer naar hetzelfde strand terugkwamen om hun eieren te leggen.

Het strand waar dit gebeurt is de plaats waar de schildpad geboren werd. Nog altijd is niet precies duidelijk hoe de dieren het klaarspelen deze plek terug te vinden. De huidige hypothese is een kombinatie van verschillende eigenschappen, zoals het bezit van een soort radar, reuk, “licht-kompas”, gevoel voor magnetische golven, interpretatie van stromingen en golfbewegingen, enz.

Na het vertrek van mijn snurkende kamergenoot kon ik door het geluid van het voor mijn hut kabbelende zeewater heerlijk slapen. Toch werd ik op een nacht wakker van het geluid van “een stel dat kennelijk onder mijn hut de liefde bedreef…”. Het bleek echter een zeer grote groene zeeschildpad te zijn die een plaats onder mijn hut had uitgezocht om haar eieren te leggen. Het ongewoon hevige gesteun werd veroorzaakt door een buis van de waterleiding die in de weg zat, waardoor het graven extra zwaar was. Het dier ploeterde voort  en creëerde haar body pit diep genoeg, zodat zij van de buis geen last meer had. De volgende ochtend bleek dat de weerstand van de buis niet opgewassen was tegen de kracht van de schildpad; bij het opvullen van de body pit was de buis gebroken!

De witte, ronde, op pingpongballen lijkende eieren hebben een gemiddelde doorsnede van 44 mm en wegen 50 gram. Na 50-55 dagen in het zand gelegen te hebben kruipen de babyschildpadjes uit hun beschermende omhulsel. Het duurt dan nog drie tot zeven dagen voordat de 5 cm grote diertjes zich een weg naar de oppervlakte hebben gegraven. Wanneer de zandtemperatuur te hoog is, wachten ze tot zonsondergang om te voorschijn te komen. Dan begint na een korte ori‘ntatie een wedloop naar de zee en begint ook de strijd om te overleven. Overleven is slechts weinig dieren gegeven. Slechts ongeveer 1% zal het redden en volwassen worden; alle andere dieren vallen ten prooi aan roofdieren. Dit begint al met  roofvogels en grote krabben op weg van het nest naar de zee. Eenmaal in het water, liggen de makrelen, tonijnen en haaien op de loer om toe te happen.

Als duiker zie je op en rond de koraalriffen alleen volwassen  en jong-volwassen dieren. Niemand weet precies wat er gebeurt met de opgroeiende babies, die totdat ze een schildlengte van ongeveer 35 cm hebben “verdwenen” zijn. De dieren leven dan in open water, maar over hun leef- en voedingsgewoonten is vrijwel niets bekend. In gevangenschap duurt de groei tot 35 cm gemiddeld 19 maanden. Is eenmaal deze schildlengte bereikt, dan komen ze terug naar de kuststreken, waar ze zich vooral met algen, wieren en zeegras voeden. Bij gelegenheid worden echter ook kwallen en viseieren gegeten.

Vastbesloten de uit het zand kruipende schildpaddenbabies te fotografen, ging ik elke dag tussen vijf en zeven uur op pad om de beschermde nesten (te herkennen aan aldaar geplaatste bordjes – zie verder) op te zoeken, waar gezien de op de bordjes geschreven datum, elk moment de babies het daglicht konden aanschouwen. Steeds was ik op het verkeerde moment op de juiste plaats, met andere woorden, te vroeg of te laat! Twee maal hadden ze hun nest al verlaten, maar kon ik ze nog wel volgen op hun weg naar het water. Mee snorkelend naar het open water, kon ik zien hoe tenminste de helft tijdens de eerste honderd meter hard zwemmen al verorberd werd door een groep roofzuchtige makrelen… .

In Sangalaki nesten elke nacht, het hele jaar door (!), tussen de dertig en vijftig zeeschildpadden; dit betreft met name de groene zeeschildpad en minder vaak de haviksnavel zeeschildpad. Dit betekent een gemiddelde van 40 dieren per dag; elk dier legt gemiddeld 100 eieren. 40 dieren maal 365 dagen per jaar, maal 100 eieren = 1.460.000 eieren per jaar. Wanneer inderdaad de geschatte 1% overleeft, dan zouden er alleen al op Sangalaki per jaar 14.600 volwassen schildpadden moeten bijkomen! De werkelijkheid is echter anders en bitter: geleidelijk is er  een vermindering van het aantal schildpadden te constateren. Dit komt doordat schildpaddeneieren  door de lokale bevolking als delicatesse beschouwd  worden. De eieren brengen op de markten gemiddeld (omgerekend in Nederlands geld) 45 cent per stuk op. In Sangalaki worden alle eieren direkt opgegraven door de daar wonende “turtle egg collectors”, die de eieren verkopen op het vaste land van Borneo. Om de eieren te mogen opgraven betalen zij een jaarlijks bedrag aan de Indonesische overheid. Momenteel kost deze concessie US$ 125.000,= per jaar!!

De Indonesische regering verrijkt zich dus aan het uitsterven van de (groene) zeeschildpad!

De aantallen zeeschildpadden op Sangalaki en de omringende eilanden in de Celebes Zee zijn in de loop der jaren gedecimeerd en professionele aktie is dringend noodzakelijk.

Op het kleine Sangalaki – je loopt er in een kwartiertje omheen – is een duikresort van Borneo Divers gevestigd. Hier kunnen 20 avontuurlijke duikers onderdak vinden. Afgezien van het duikresort en de eierrapers is het eiland onbewoond. Borneo Divers is een onderneming die het woord “conservering” hoog in het vaandel heeft staan. Zij hebben verschillende keren met de Indonesische regering onderhandeld, waarbij men aanvankelijk in 1993 succes leek te boeken, doch door het opdrijven van de prijs van de concessie, moesten zij uiteindelijk afhaken. Momenteel is de situatie zo, dat de gasten van Borneo Divers voorzichtig gevraagd wordt een of meer nesten te adopteren; hiervoor wordt 25 US$ per nest aan de turtle egg collectors betaald en op het geadopteerde nest wordt een bordje geplaatst met de naam van de “adoptievader of –moeder” en de datum dat de eieren gelegd werden. In ruil worden de eieren niet opgegraven en de eierrapers schijnen zich aan deze overeenkomst te houden. Dit helpt echter bij lange na niet voldoende; in het resort, dat ook niet het gehele jaar open is, kunnen immers slechts 20 gasten verblijven en helaas neemt lang niet iedereen een nest.

Het verzamelen en verkopen van de eieren is niet de enige oorzaak van het dreigende uitsterven van deze prachtige dieren. Alle  zeeschildpadden worden in hun voortbestaan ook nog door andere factoren ernstig bedreigd: ondanks de offici‘el beschermde status (appendix 1 van de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora/CITES), wordt de zeeschildpad op grote schaal gevangen en op gruwelijke wijze voor zijn vlees gedood, onder andere door harpoeneren. Dit gebeurt zowel in zee als op het land bij de eierleggende vrouwtjes. De overige methoden zijn te walgelijk om te beschrijven. Deze praktijken vinden overal in de Indische en Grote Oceaan plaats. Van de schilden worden soeveniers gemaakt, die (nog steeds) door toeristen gekocht worden. Veel regeringen zijn ongevoelig voor argumenten als “met uitsterven bedreigd” en “wrede praktijken”.

Een andere zeer belangrijke factor die tot de dood van – vooral veel jonge – zeeschildpadden leidt, is de steeds groter wordende hoeveelheid plastic afval die in zee gedumpt wordt. De dieren happen naar plastic, waarschijnlijk in de veronderstelling dat het een kwal betreft, maar kunnen het ingeslikte niet meer uitspuwen, zoals een vis dat wel kan. Hierdoor spoelen steeds meer dode zeeschildpadden aan. Ook de vaak kilometerslange sleepnetten, zoals die vooral door de Japanners worden gebruikt zijn verantwoordelijk voor de dood van miljoenen dieren, zoals dolfijnen en schildpadden die naar de oppervlakte moeten gaan om te ademen en dus de verdrinkingsdood sterven wanneer zij in de netten verstrikt raken.

Enkele duiken bleef ik met mijn camera op een plaats waar groene en haviksnavel schildpadden komen om zich van hun parasieten te laten ontdoen, een zogenaamd poetsstation (cleaning station). Hier bieden verschillende vissen hun gespecialiseerde diensten aan, en eten de parasieten van hoofd, nek en schild. Het is een fantasisch gezicht om te zien hoe de dieren deze schoonmaakbeurt ondergaan; soms lui liggend, het hoofd naar beneden, en soms het hoofd fier opgericht, zodat ook het halsgebied “behandeld” kan worden. Moet een schildpad wat te lang op zijn beurt wachten, dan wordt zijn voorganger met een beet in de staart of gewoon met een opdoffer tegen het schild  duidelijk gemaakt dat zijn tijd om is.

De vraag is hoe lang we nog van dit soort scenes kunnen genieten als er niet snel meer maatregelen worden genomen. Instanties zoals het Wereld Natuur Fonds proberen al jaren om gebieden volledig te beschermen en regeringen en het grote publiek te informeren en te sensibiliseren.

Om de vele protesterende instanties tegemoed te komen, heeft de Indonesische overheid nu de turtle egg collectors opgedragen een aantal jonge schildpadjes in gevangenschap groot te brengen. De gevaarlijke babyperiode in het open water zou zo overbrugd worden, waardoor de overlevingskans zou toenemen. Helaas werkt deze methode niet. In de eerste plaats worden de dieren in veel te kleine bakken gehouden. Deze bakken worden dan ook nog afgedekt, zodat de diertjes in het donker opgroeien. Ze worden gevoed met fijngehakte doopvontschelp, met als gevolg dat deze prachtige schelpen van de riffen van Sangalaki verdwijnen… .Wanneer de schildpadden dan eenmaal vrijgelaten worden, sterven ze de hongerdood, omdat ze geen idee hebben hoe ze zichzelf moeten voeden!

Er is dus voorlopig maar een oplossing, dat is het kopen van de concessie van de Indonesische regering, in de hoop dat spoedig daarna het verzamelen van de eieren officieel verboden wordt.

Wanneer 25.000 Nederlanders nu eens Fl 10,= zouden doneren, dan zou daarmee de concessie voor het rapen van de schildpadeieren van Sangalaki voor ŽŽn jaar gekocht kunnen worden. Dit betekent tussen de 14000 en 15000 groene zeeschildpadden meer op aarde!

Groene zeeschildpad – Chelonia mydas
Klasse – reptilia
Orde – testudinata
Familie – cheloniidae

De pelsrobben van Cape Cross

Tekst Dos Winkel

Fotografie Dos en Bertie Winkel

Op elkaar, naast elkaar, over en onder elkaar; zo’n tweehonderdduizend dieren, die liggen te luieren, met elkaar bekvechten of spelen, blaffen, brommen of huilen. De ruwe zee ziet zwart van de pelsrobben (Arctocephalus pusillus pusillus, familie van de Otariidae) die daar hun uit vis, inktvis en schaaldieren bestaande maal vangen. Het water van de Bengaalse Golfstroom dat van Antarctica in noordelijke richting langs de Atlantische Afrikaanse kust stroomt is koud, 10 tot maximaal 15°. Helaas is het niet mogelijk hier te duiken, daar de zee zeer ruw is, het zicht meer dan slecht is en het er barst van de haaien. Vooral in de periode dat de jonge pelsrobben de zee ingaan om zelfstandig naar voedsel te zoeken, hebben de haaien bij wijze van spreken hun vervaarlijke bek maar open te houden…. Toch vallen af en toe ook volwassen dieren ten prooi aan de haaien. Dat hun aanvallen niet altijd succesvol zijn bewijzen de grote wonden en littekens die we bij sommige dieren zien!

Hoe lang op deze plaats al pelsrobben leven is niet bekend, maar het schitterende patina van de roze-bruine en zwarte granietrotsen en losse rotsblokken die hier op het strand liggen, bewijst dat dit waarschijnlijk al vele duizenden jaren het geval moet zijn. De granietrotsen zijn de voorkeursplekjes om heerlijk op te liggen en met het soepele lijf overheen te schuren; zand is natuurlijk ook prettig, maar veroorzaakt veel meer jeuk! Waar we ook kijken, overal zijn er dieren die zich met overgave aan het krabben zijn. De nagels bevinden zich 10 – 15 cm boven het uiteinde van de flippers. Voor een goede krabbeurt gebruik je als pelsrob bij voorkeur je achterflipper. Om dit effectief te kunnen doen, moet het uiteinde van de flipper gebogen worden, zodat de nagels meer uitsteken.

We bevinden ons bij Cape Cross, ongeveer dertig kilometer ten noorden van Hentiesbaai aan de Atlantische kust van Namibië. Cape Cross is de plaats waar in 1486 de eerste Europeaan, de Portugees Diego Cáo, voet aan wal zette en er ter ere van zijn koning, John I van Portugal, een groot granieten kruis plaatste. Diego Cáo maakte in zijn dagboek melding van een grote groep pelsrobben op de plaats waar hij aan land ging.

De pelsrobbenkolonie bij Cape Cross is verreweg de grootste kolonie aan de Atlantisch-Afrikaanse kust. Een veel kleinere broedkolonie bevindt zich in het zuiden van Namibië bij Lüderitz en een groep ten noorden van Cape Cross aan de Skeleton Coast, die daar echter niet broedt.

Sinds jaar en dag bestaat er een conflictsituatie tussen de vissers en de overheid die het Nationale Park Cape Cross beheert. De vissers willen dat de kolonie drastisch gereduceerd wordt, daar de pelsrobben te veel schade aan de visstand zouden aanbrengen, maar ook aan hun netten, daar zij de vangst uit hun netten halen en daarbij vaak de netten beschadigen. Studies hebben overigens aangetoond, dat vissers met hun moderne technieken om vis te lokaliseren en te vangen, meer schade aan de vispopulatie aanbrengen dan de pelsrobben, die ongeveer 8% van hun lichaamsgewicht per dag eten. Veel dieren raken in de netten verstrikt en verdrinken. De voorlopige overeenkomst is dat het aantal pelsrobben stabiel gehouden wordt en dat de vissers met hun schepen uit de buurt van de kolonie blijven. Dit houdt helaas in dat jaarlijks, in de periode van augustus tot midden november rond de 25.000 dieren gedood worden! Bezoekers mogen voor 10.00 uur ’s morgens het park niet betreden, daar in de vroege ochtend de dieren gedood worden. Op mijn vragen aan een van de Rangers hoe geselecteerd wordt en hoe de dieren gedood worden, kreeg ik geen antwoord. Mijn search op Internet gaf uiteindelijk het antwoord. Een artikel van Magnus Sander in het tijdschrift High North News, no. 10, mei 15, 1995, met de titel “The Namibian Seal Harvest” (De Namibische Pelsrobben Oogst) vermeldt dat de “oogst” uit twee groepen bestaat: de pups tussen zes en tien maanden oud en de grote oudere mannetjes. De pups worden doodgeknuppeld, terwijl de mannetjes worden doodgeschoten met een geweer met geluidsdemper om de andere dieren niet af te schrikken. Sander schrijft: “Deze slachtmethode is de meest efficiënte en humane die ik ken, hoewel het de hersenen uit de neusgaten zien vliegen bij het doodschieten, bepaald geen prettig gezicht is!” “Het vlees van de gedode dieren wordt gedroogd en voor menselijke consumptie gebruikt, tot beendermeel verwerkt om als veevoer verkocht te worden en vers vlees wordt aan wildparken verkocht als voer voor de carnivoren. Van de huiden worden schoenen, tassen en andere producten gemaakt. De penissen worden naar het verre oosten geëxporteerd waar zij worden gedroogd en als potentieverhogend middel worden verkocht….”

En allemaal omdat de vissers de rest van die enorme oceaan niet groot genoeg vinden…!? Walgelijk!

Pelsrobben lijken op zeehonden, maar zijn duidelijk te herkennen aan hun kleine spitse oortjes, terwijl zeehonden alleen een uitwendige gehoorsopening hebben. Hun voornaamste voedsel bestaat uit kleine vissoorten die kennelijk juist op deze plaats in de Bengaalse Golfstroom in zeer grote hoeveelheden voorkomen. Masbankers (Trachurus trachurus) en pelsers (Sardinops ocellata) vormen 50% van het dieet. Pijlinktvis, octopus en andere inktvisachtigen zijn ook zeer belangrijk (37%), terwijl kreeften en andere schaaldieren 13% uitmaken. Jonge dieren slikken ook veel steentjes en gravel van de zeebodem, waardoor ze zwaarder zijn en gemakkelijker onderwater kunnen blijven. De pels van deze robben heeft een dikke laag bont onder de lange ruwe beschermharen. De buitenste laag wordt nat in het water, maar de bontlaag blijft droog. In deze laag zit ook lucht die voor een goede isolatie in het koude water zorgt. Ook de onderhuidse speklaag helpt eraan mee, dat deze warmbloedige dieren met een lichaamstemperatuur van 37° Celcius, het zeer lang in het water kunnen uithouden. Veel dieren blijven enkele dagen in zee, alvorens weer het land op te zoeken.

De eerste keer dat wij de kolonie bezoeken is begin november, de tijd dat de eerste pups geboren worden. Deze periode strekt zich uit tot ongeveer half december. Op dat moment zijn er heel wat volwassen mannetjes – stieren – die rond half oktober hun meer zwervende bestaan onderbreken en aan land komen om gedurende zes weken al hun energie in het vormen en verdedigen van een harem te steken. Dit kost zoveel energie dat zij ongeveer de helft van hun gewicht verliezen. Het gemiddelde gewicht van een volwassen mannetjes pelsrob is 187 kilo, maar aan het begin van het broedseizoen eten zij zoveel, dat door de toegenomen speklaag, het gewicht stijgt tot gemiddeld 360 kilo! Door al het vechten en paren, is hun volledige voedselreserve verbrand en zijn zij weer op hun oorspronkelijke gewicht.

Het is een spectaculair gezicht, al die kolossale stieren die constant met elkaar overhoop liggen om hun dominante positie te verdedigen. Een harem bestaat uit vijf tot vijfentwintig vrouwtjes! Het lijkt wel alsof  elk dier wat te zeggen heeft en het is dan ook een oorverdovend lawaai. De eerste jongen zijn inmiddels geboren en elk jong herkent zijn moeder aan haar roep en omgekeerd. Wanneer er zoveel dieren zijn, wordt het fotograferen er niet gemakkelijker op. Overal gebeurt immers wel wat. We besluiten om ons steeds op enkele dieren, of op één groep te concentreren, zodat we niet steeds achter de feiten aanlopen. Lang niet alle pups overleven; op het land vallen veel dieren ten prooi aan de hyena’s en jakhalzen, die altijd in de nabijheid van de kolonie vertoeven. Later, wanneer zij het water ingaan, zijn er de haaien! Maar ook hun eigen soortgenoten zorgen voor heel wat leed bij de kleintjes. Zo kan het gebeuren dat territoriumgevechten tussen twee mannetjes, paniek in de groep veroorzaken, waardoor pups eenvoudig weg verplettert worden door in paniek wegstuivende volwassen vrouwtjes.

Een grote meeuw doet zich tegoed aan een dode pup als een stier naderbij komt. De meeuw doet eerbiedig enkele stappen naar achteren, terwijl het reusachtige mannetje het dode diertje besnuffelt. Dan draait hij zich om en laat de meeuw zijn opruimwerk verrichten. Even later wordt de meeuw opnieuw lastig gevallen, maar nu door een jakhals. Deze keurt de meeuw geen blik waardig en neemt direct bezit van de dode pup. Geen enkele pelsrob is overigens van de aanwezigheid van de jakhals onder de indruk. Deze aaseters doen gewoon nuttig werk!

De vrouwtjes pelsrobben baren slechts één jong. Bij de geboorte wegen pups tussen de 4,5 en 7 kilo en hebben zij een zwart-glanzend velletje. Binnen een uur na de geboorte gaan zij bij hun moeder drinken. De eerste dagen verlaat de moeder haar jong niet, maar daarna gaat zij terug naar zee om zichzelf te voeden. De pups van verschillende moeders van dezelfde harem blijven dan dicht bij elkaar. Wanneer de pups vier tot vijf maanden oud zijn verandert hun zwarte kleur in de olijf-grijze kleur van de volwassen dieren. De pels is weer bijna zwart, wanneer een dier net uit het water komt. In deze periode gaan de jongen in de getijde poelen zwemmen en vooral spelen en leren zij hun eerste vaste voedsel te vangen, met name kleine visjes en schaaldieren. Zijn ze eenmaal ongeveer zeven maanden, dan kunnen ze al drie tot vier dagen in zee blijven! Ze blijven bij hun moeder drinken totdat ze ongeveer een jaar oud zijn en de moeder een volgend jong baart.

De vrouwtjes – ook koeien genoemd – worden door de stieren bevrucht binnen een week na de geboorte van een pup. Het bevruchte eitje blijft gedurende drie maanden onveranderd, waarna de groei begint. Net als bij mensen duurt de zwangerschap ongeveer negen maanden.

Ons tweede bezoek aan de kolonie was in juni. Op dat moment bestond de groep vrijwel uitsluitend uit moeders met zeven á acht maanden oude pups. De dieren zijn dan gemakkelijk tot op enkele meters te benaderen. Wanneer je rustig blijft zitten, zal een enkel dier zelfs nieuwsgierig tot op ongeveer twee meter naderen, om echter bij de minste beweging weer om te keren. Zoals altijd is het lawaai oorverdovend en de stank enorm, hoewel na enkele minuten beide al niet meer opvallen. Het is nu winter, maar minder koud dan de vorige keer, dankzij het feit dat er veel minder wind is. Zoals meestal aan de namibische kust laat de zon zich pas later op de dag zien en blijft de lucht vrij bedekt tot na het middaguur, hetgeen voor fotografie ideaal is.

Het is moeilijk afscheid nemen van deze dieren met hun ontroerend lieve gezichten.

De onderwaterwereld van de Nederlandse Antillen en Aruba

Hoewel alle eilanden van de Nederlandse Antillen in de Caraïbische zee liggen, waar het water vrijwel overal een temperatuur heeft die varieert tussen de 25 en 29° Celcius, zijn er toch vrij grote verschillen voor wat de onderwaterflora en fauna betreft. Deze verschillen hebben vooral te maken met de geografie, de geologie en de lokale industrieën.

De Eilanden Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius liggen “boven de wind”, hetgeen impliceert dat – vooral in de zomerperiode – de beruchte stormen en orkanen kunnen voorkomen, hetgeen ook voor de tropische koraalriffen gevolgen heeft. De koralen, sponzen en andere bewoners van het koraalrif hebben zich in de loop der miljoenen jaren aan de klimatologische omstandigheden aangepast. De zogeheten “Benedenwindse Eilanden”, Aruba, Curaçao en Bonaire (van west naar oost), hebben veel minder te lijden, daar tropische stormen hier slechts zelden voorkomen.

Geologisch gezien zijn er met name tussen Saba en Sint Eustatius enerzijds en de overige eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba anderzijds, grote verschillen in die zin, dat Saba en Sint Eustatius vulkanische eilanden zijn, terwijl de andere eilanden vooral uit fossiel koraalsediment bestaan. De zeebodem is er op sommige plaatsen bezaaid met grote lava-rotsblokken, het zand is donker van kleur (lavazand) en op sommige plaatsen is er nog altijd lichte vulkanische activiteit. Tot zover betreft het de geografische en geologische, dus de natuurlijke verschillen. Problematisch wordt het wanneer het gaat om de lokale industrieën. Aruba is grote delen van de oorspronkelijk prachtige intacte koraalriffen kwijtgeraakt door vervuiling van onder andere de lokale olie-industrie. Ook Curaçao heeft momenteel ernstige problemen als gevolg van verontreiniging van het zeewater door de lokale industrie, maar ook door de lozing van rioolwater. In hoge concentraties bevat dit voor koraal dodelijke stoffen, waardoor de koraalpoliepen afsterven en algen de dode koralen gaan overwoekeren.

In Bonaire is de situatie minder verontrustend, maar ook hier zijn er al grote delen van het koraalrif waar de gevolgen van het afvalwater zichtbaar zijn. Ook de zogenaamde septische putten die de hotels en vele privéwoningen hebben, brengen geen oplossing, daar het afvalwater via het poreuze gesteente uiteindelijk toch weer in zee komt. De enige oplossing is het aanleggen van een rioleringssysteem uitmondend in een goed afvalwater verwerkingssysteem. Het is dus zaak om met grote spoed de reeds jaren in de kast liggende plannen te realiseren, doch dit kan alleen met financiële hulp van de Nederlandse regering.

Viervijfde van de wereld bestaat uit water; de gezondheid van onze zeeën is bepalend voor de gezondheid van alle landbewoners. Helaas worden de Oceanen door velen als “oneindige afvalput” gezien; een vorm van struisvogelpolitiek, onder het mom van “wat we niet zien, kan ook geen kwaad aanrichten”.

Gelukkig beginnen steeds meer mensen zich te realiseren dat een schoon milieu een absolute noodzaak is om op de lange duur te kunnen overleven. Organisaties als bijvoorbeeld Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds zijn hier de gangmakers, maar vele regeringen luisteren steeds beter naar wat deze “groene” groeperingen te melden hebben. Over de hele wereld zijn talloze voorbeelden te vinden van koraalriffen die door toedoen van menselijke activiteiten volledig zijn verdwenen. Op veel plaatsen in Indonesië zijn er alleen nog maar koraalriffen rond de kleinere eilanden. Op de grote eilanden is door ontbossing en de daardoor ontstane losse grond die tijdens de regenperiode via de rivieren of direct naar zee afgevoerd wordt, in korte tijd de zee van transparant tot een bruine massa verworden, waardoor de koraalriffen afstierven. In Thailand zijn op de plaatsen waar ongerepte zandstranden lagen tientallen hotels gebouwd die direct op zee afwateren. Om nu nog koraalrif te kunnen zien moet men in plaats van de zee inlopen, met een boot een uur varen… In Frans Polynesië zijn het de atoomproeven, elders kernafval en weer elders is het vissen met dynamiet debet aan het einde van de koraalriffen.

Het verdwijnen van één diersoort heeft vaak grote consequenties voor andere diersoorten. Zo heeft bijvoorbeeld ook de meedogenloze jacht op haaien grote gevolgen: door het verdwijnen van bepaalde haaiensoorten, zoals in de Stille Oceaan op verschillende plaatsen het geval is, kunnen de vissen die normaal gesproken tot het haaiendieet behoren, zich onbeperkt voortplanten. Daar er nu te veel van deze vissen zijn, vermindert het aantal vissen dat weer op hun menu staat. Nu zijn dat juist weer dieren die er voor zorgen dat er niet te veel algen op de koralen gaan groeien, waardoor uiteindelijk hele riffen veralgen en sterven. Dit is slechts één voorbeeld, maar zo zijn er vele te noemen. Zelf heb ik met verachting gezien hoe haaien gevangen worden, levend van hun vinnen ontdaan worden en stuurloos weer in zee gesmeten worden om daar een verschrikkelijke dood te sterven. En dat alleen maar omdat “de mens” haaienvinnensoep op zijn menukaart wil hebben….

Gelukkig zijn er ook nog goede berichten; ondanks de eerder beschreven negatieve feiten is de situatie in de Caribische Zee zo slecht nog niet. Wanneer nu de milieubewuste eilandsregeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba samen met de Nederlandse overheid de handen in elkaar slaan en de broodnodige maatregelen nemen, dan kunnen onze kinderen, klein- en achterkleinkinderen evenzeer als de huidige generatie genieten van al het schoons dat zich onder het wateroppervlak bevindt.

Zoals de naam “koraalrif” al zegt, is koraal de hoofdbewoner van het rif. Koralen zijn in vele families en soorten onder te verdelen, de belangrijkste hiervan zijn de steenkoralen, de zachte koralen en de waaierkoralen. Alle koralen zijn dieren, hoewel vele soorten er als planten uitzien! Het kenmerk van de steenkoralen is, dat het “skelet” wordt gevormd door de kalkafzettende koraalpoliepen. Wat men in feite ziet, is een massieve dode kern, met aan de oppervlakte de levende koraalpoliepen. Van de steenkoralen komen er in de Caribische Zee al een kleine zestig soorten voor. Het kenmerk van de zachte koralen is, dat deze er heel sterk als planten uitzien. Onder water bewegen zij in de stroming als planten in de wind. Toch zijn ook dit dieren, evenals de vertegenwoordigers van de derde groep, de waaierkoralen. Door de koraalpoliepen aan te raken beschadigt de slijmlaag van de diertjes en zullen zij uiteindelijk sterven. Helaas is dat bij vele duikers en snorkelaars niet bekend, waardoor er als gevolg van onwetendheid schade aan de riffen ontstaat. Het ergst zijn de duikers die handschoenen dragen, opdat zij hun handen niet beschadigen bij het aanraken van de koralen…!

In feite zijn alle koralen wit, maar in de poliepen bevinden zich ééncellige algen, Zooxantellae, deze algen, die van groot belang zijn bij de vorming van bepaalde voedingsstoffen voor de koraalpoliepen, geven de poliepen hun bruine of gelige kleur. Wanneer door bepaalde redenen de algen in de poliepen sterven (dit gebeurt soms wanneer gedurende een bepaalde periode de temperatuur van het zeewater boven de 29° Celcius uitkomt), dan verbleken de koralen en worden uiteindelijk spierwit. Dit fenomeen staat bekend als “bleaching”.

Andere belangrijke bewoners van het koraalrif zijn sponzen, wormen, zakpijpen, schelpen, naaktslakken (in feite zijn dit schelpdieren zonder huis), zeesterren, zee-egels, krab- en kreeftachtigen, anemonen en – natuurlijk – de vissen. Zonder uitzondering zijn dit allemaal dieren. Planten komen op de tropische koraalriffen veel minder voor; de bekendste soorten behoren tot de wieren en algen. Duikers en snorkelaars die het koraalrif kunnen bewonderen, zien dat vrijwel elk plekje gebruikt wordt. Zodra een dier sterft, neemt een ander dier zijn plaats in; zo gebeurt het vaak dat op een dode plek van een steenkoraal een spons groeit, of zich kokerwormen vestigen.

Wie zich met mariene biologie bezig houdt, raakt gefascineerd door de ingewikkelde relaties tussen de verschillende dieren van het rif. Sommige jonge vissen fungeren als schoonmakers: zij bieden hun diensten aan andere vissen aan en bevrijden deze van lastige  parasieten door ze op te eten. Zodra zij volwassen zijn, gedragen zij zich als “normale” vissen en behoort het parasieten-eten tot het verleden. Andere vissen, meestal kleine grondels, blijven hun leven lang “poetsvissen”. Ook de in sommige soorten anemonen levende garnalen zijn poetsers; zij laten door middel van bepaalde bewegingen van hun “voelsprieten” aan vissen weten dat ook zij uitstekende parasieten-eters zijn. Tegelijkertijd bestaat er een symbiotische relatie met de giftige anemoon: de garnaal kan ook kleine visjes lokken die, wanneer zij te dicht bij de anemoon komen, door de giftige tentakels verlamd worden en door de anemoon gegeten worden. De garnaal eet dan weer de restjes van het anemonenmaal! Deze vorm van symbiose wordt mutualisme genoemd; zowel de “gastheer” (de anemoon) als de “gast” (de garnaal) hebben profijt van hun relatie. Ondervindt de gastheer alleen maar schade van zijn gast, dan is er sprake van parasitisme. Profiteert alleen de gast, dan wordt dat commensalisme genoemd. Ook sommige zee-egels en verschillende leden van de zeesterrenfamilie, zoals de fascinerende veersterren hebben vaak minuscuul kleine garnaaltjes en kreeftjes die op hun gastheer leven. Deze garnaaltjes zijn meestal zo klein dat zij met het blote oog nauwelijks te zien zijn, vooral ook omdat zij dezelfde kleur hebben als hun gastheer. Hier is sprake van commensalisme; de garnaaltjes “stelen” het voedsel dat via de armen van de veerster naar de mond getransporteerd wordt. De gastheer heeft hier uiteraard geen voordeel van. Daar de wetenschap nog niet veel kennis bezit over veersterren en hun gasten, is het vooralsnog onduidelijk of er misschien niet toch nog een voordeeltje voor de gastheer bestaat en er dus misschien wel sprake is van mutualisme.

Een ander “wonder” betreft de kleuren van de vissen. Waarom hebben sommige dieren zulke felle kleuren in de meest fantastische motieven? Hierover zijn boeken vol geschreven, maar het blijft vooralsnog in de meeste gevallen bij veronderstellingen.

De wetenschap der mariene biologie is eigenlijk van recente datum; het is pas na de veertiger jaren van de twintigste eeuw, door de uitvinding van de duikfles met ademautomaat, dat de mens in staat is onder water onderzoek te verrichten, hetgeen vaak tot andere waarnemingen leidt dan onderzoek naar diergedrag in een aquarium.

Iedereen die snorkelend of duikend de onderwaterwereld van de Caribische Zee kan verkennen is een bevoorrecht mens.

Beschrijving van de foto’s

De “dori”, de enige kikkersoort van de Benedenwindse Eilanden

De “dori” is een padachtig kikkertje dat op de drie Benedenwindse Eilanden voorkomt. Oorspronkelijk kwam het diertje alleen op Aruba voor, maar met zandexport naar Curaçao en Bonaire rond 1910, werd het slechts 5 cm grote kikkertje daar geïntroduceerd. Zoals de meeste kikkers functioneert ook deze soort alleen wanneer het vochtig is. Wanneer het flink geregend heeft verlaten de kikkers massaal hun schuilplaatsen in de grond en onder stenen en verzamelen zich in de juist ontstane plassen. De mannetjes geven daar ’s avonds en ’s nachts luidruchtige kwaakconcerten. In de meestal korte natte perioden planten zij zich voort. De kikkervisjes komen al na 24 uur uit de kikkerdril en ontwikkelen zich binnen een week tot kleine kikkertjes. In de natte tijd voeden zij zich met insecten en larven, om zich daarna soms wel een jaar in hun schuilplaatsen op te houden.

Curaçao

 

  1. Sleepbootwrak bij de ingang van de Caracasbaai

Een van de – zowel door duikers als snorkelaars – meest bezochte plaatsen in het Onderwater Park van Curaçao, is het wrak van een slechts op zes meter diepte liggende sleepboot. Het wrak ligt ten zuiden van de hoofdstad Willemstad, vlak bij de ingang van de Caracasbaai. Het alleen per boot bereikbare wrak behoort tot de mooist begroeide wrakken van het Caribisch gebied. Overal groeien prachtige sponzen en zachte koralen, maar aan de romp groeien ook mooie steenkoralen. De stuurhut is van binnen overdekt met de oranje op anemonen lijkende poliepen van het roosjeskoraal (Tubastrea coccinea). Het wrak is eigenlijk een rif op zich, want behalve dat het prachtig begroeid is, verzamelen zich hier ook groepen vissen, terwijl verschillende murenen zich overdag onder de romp schuilhouden om ’s nachts op jacht te gaan. Voor een nachtduik is het wrak dan ook zeer geschikt.

  1. Bergsterkoraal (Montastraea annularis) begroeid met spiraal-kokerwormen (Spirobranchus giganteus)

Sterkoraal behoort tot de groep van de harde koralen. Dit zijn dieren die tijdens hun leven kalk afscheiden en zo een omhulsel vormen, waarbinnen zij overdag vertoeven, om ’s nachts te voorschijn te komen om met hun armen plankton te vangen. Op het koraalrif wordt elke centimeter gebruikt door dieren die zich niet kunnen verplaatsen, zoals koralen, sponzen, algen, maar ook wormen, zoals de spiraal-kokerwormen. Deze diertjes bevinden zich in een harde uit kalk gevormde koker. Met het voor ons zichtbare deel, bestaande uit twee aanhangsels, vangt het dier plankton. Bij een te dichte nadering door een ander dier, of bijvoorbeeld door een duiker of snorkelaar, trekt de worm zijn vangorganen razendsnel terug in zijn koker. Door zijn gelijkenis met een kerstboom, wordt deze worm in het Engels “Christmas Tree Worm” genoemd.

  1. Koper bijlbuikvissen (Pempheris schomburgki) in de “Mushroom Cave”

Koperbijlbuikvissen houden van een donkere omgeving en leven daarom in grotten, scheepswrakken of onder grotere steigers. Overdag leven zij in grotere groepen bij elkaar, om ’s nachts solitair te gaan jagen. De hier gefotografeerde groep leeft in de “Mushroom Cave”, genoemd naar de paddestoelachtig gevormde koraalformaties die hier vlakbij liggen. Voor duikers die de grot in willen om deze bijzondere vissen te fotograferen, is het belangrijk te weten dat de waterbeweging in de grot meestal vrij heftig is, en dat men gemakkelijk tegen het dak van de grot aangesmeten kan worden.

  1. Pepermunt grondel (Coryphopterus lipernes) op groot sterkoraal (Montastrea cavernosa)

De oplettende duiker en snorkelaar zal zien dat er op de koralen en sponzen vrijwel overal leven is; kleine visjes en garnaaltjes – meestal in dezelfde kleur als de koralen of sponzen waarop zij leven – gebruiken hun gastheer als leef- en jachtgebied. De hier afgebeelde 2-3 cm grote pepermunt grondel leeft van plankton en minuscule diertjes. Hij is vooral herkenbaar aan de metallic-blauwe kleur boven de ogen.

Sterkoraal behoort tot de steenkoralen. De poliepjes trekken zich overdag terug in hun kalkstenen huisjes, om ’s nachts tevoorschijn te komen om plankton te vangen.

  1. Gevlekte schoonmaakgarnaal (Periclimenes yucatanicus) in reuzenanemoon (Condylactis gigantea)

De gevlekte schoonmaakgarnaal leeft in symbiose met de giftige reuzenanemoon. Het kleine – voor het gif immune –  garnaaltje heeft twee lange voelsprieten, waarmee het vissen lokt die last hebben van parasieten. Het diertje kruipt dan op de vis en ontdoet deze van zijn lastige parasieten, vandaar de naam schoonmaakgarnaal. De garnaal kruipt zelfs in de bek van grote roofvissen, zonder dat er gevaar voor zijn leven bestaat. Ook krijgt de binnenzijde van de kieuwen gewoonlijk een goede schoonmaakbeurt. Kleine visjes worden listig zo dicht naar de anemoon gelokt, dat deze in aanraking komen met de giftige tentakels, waardoor zij verlamd raken. De anemoon eet het visje en de garnaal krijgt de restjes.

Bonaire

  1. Wrak van de Hilma Hooker met paarse buisspons (Aplysina archeri)

In 1984 vond de douane een lading marihuana aan boord van de in de haven van Kralendijk gelegen Hilma Hooker. De boot werd in beslag genomen en men besloot het schip te laten zinken ter hoogte van het dubbelrif aan de zuidwestkust van Bonaire. Het wrak ligt op zijn zij op een diepte van 30 meter. Sindsdien heeft Bonaire een wrak dat voor duikers gemakkelijk bereikbaar is. Het andere wrak, dat van de Windjammer ligt namelijk op een diepte van ruim 60 meter.

Het heeft lang geduurd voordat de natuur bezit nam van het wrak, maar geleidelijk ontstaat meer en meer begroeiing van koralen en sponzen. Op de foto is een fraaie paarse buisspons (Aplysina archeri) zichtbaar. Deze spons komt op de riffen van Bonaire veel voor en behoort tot de een van de mooiste soorten van de familie van deze primitieve diersoort.

  1. Gekroonde engelvis (Holacanthus ciliaris)

Zonder twijfel is de gekroonde engelvis de mooiste vertegenwoordiger van de familie der engelvissen. Boven op zijn kop heeft het dier een “kroon” waaraan het zijn naam dankt. Meestal zwemt deze vis solitair, maar een enkele keer ziet men ook een paartje. In tegenstelling tot zijn familielid de franse keizersvis die erg nieuwsgierig is, is de gekroonde engelvis eerder wat schuw. Wie echter geduld heeft en de vis niet achtena zwemt, zal zien dat dit fraai gekleurde dier vaak toch even achterom kijkt en zelfs terugzwemt. Het voedsel van deze vis bestaat voornamelijk uit sponzen.

  1. Blauwe rifbaars (Chromis cyanea)

De blauwe rifbaars behoort tot de grote familie der rifbaarzen of juffertjes. De meeste vertegenwoordigers van deze familie verdedigen hun territorium fanatiek tegen indringers, ook wanneer deze zeer groot zijn, zoals duikers! De blauwe rifbaars past hier qua karakter niet echt bij, daar hij absuluut niet agressief is. In tegenstelling tot de meeste van zijn familieleden, leeft deze vis in groepen, die soms wel uit honderden exemplaren kan bestaan. Als duiker kan men deze schitterend blauwe diertjes zeer dicht benaderen. Fotograferen is dan weer een stuk moeilijker, daar zij zeer beweeglijk zijn.

  1. Zeilvin snoekslijmvis (Emblemaria pandionis)

Wie naar Klein Bonaire gaat, kan daar op verschillende plaatsen op de ondiepe zandbodem een unieke slijmvissoort vinden, de zeilvin snoekslijmvis. Het slechts 3 cm grote visje heeft zijn naam te danken aan het feit, dat het mannetje een zeer grote rugvin heeft, die echter maar sporadisch wordt uitgezet. Vooral bij het “indruk maken op een vrouwtje” zal deze “zeilvin” gebruikt worden. Deze slijmvisjes leven hun hele leven, zoals vele van hun soortgenoten, in een klein holletje, waar zij gedurende enkele seconden alleen uitkomen om voedsel te vangen, om dan direct weer – achterstevoren – in hun holletje terug te keren. Ook verlaten zij hun veilige schuilplaats wanneer het gaat om “belangrijke zaken”, zoals vechten en paren.

  1. Zandduiker (Synodus intermedius)

De zandduiker, ook wel hagedisvis genoemd vanwege zijn hagedisachtige kop, vertrouwt volledig op zijn camouflage wanneer hij zich in het zand verstopt. Het enige dat dan opvalt zijn de prachtig “geïrriseerde” ogen. Het is een echte rover; zwemt de uitgezochte lekkernij voorbij, dan hapt hij met zijn met scherpe tandjes uitgeruste bek razendsnel toe. Daar deze vis geen zwemblaas heeft en daardoor over een beperkt drijfvermogen beschikt, kan hij slechts korte afstanden zwemmen.

Aruba

  1. Gele zeebarbeel (Mulloidichthys martinicus)

Gewoonlijk zweven deze vissen vrij onbeweeglijk in groepen boven het rif. Voor de duiker of snorkelaar zijn zij goed te benaderen, mits men zelf ook nauwelijks beweegt. De duiker kan het best zijn adem inhouden, daar de dieren schrikken van de uitgeademde bubbels.

Onder de kin bevinden zich twee voelsprieten die er toe dienen om het zand om te woelen op zoek naar voedsel, dat uit kleine ongewervelde dieren bestaat, zoals kreeftjes en andere schaaldieren. De Engelse naam “Goatfish”, slaat op de twee opvallende voelsprieten, die overigens meestal alleen tijdens hun speurtochten naar voedsel goed zichtbaar zijn.

  1. Pauwoogschol (Bothus lunatus)

Razendznel kan de pauwoogschol zich aan zijn omgeving aanpassen; in een onderdeel van een seconde verdwijnen de op deze foto zichtbare blauwe stippen – waaraan het dier overigens zijn naam dankt – om plaats te maken voor beige of zelfs bijna spierwit. Bij dit merkwaardige dier, dat tot de familie der platvissen behoort, bevinden de ogen zich aan de linkerkant van het hoofd, terwijl de mond zich op de normale plaats, dus in het midden bevindt. Dankzij zijn perfecte camouflage is het dier een succesvolle jager. Een prooi kan hij van alle kanten in de gaten houden, want beide ogen kunnen onafhankelijk van elkaar bewegen, zoals bij een kameleon.

  1. Geelvin zilvervis (Gerres cinereus)

Deze solitair levende vis is vaak te zien boven een zandbodem of bij plaatsen met zeegras. Hij komt ook voor in mangrovegebieden. Gewoonlijk “zweeft” het zilverkleurige visje met zijn kenmerkende gele buikvinnen vlak boven de bodem, om dan plotseling in het zand of in het water een voor de duiker of snorkelaar onzichtbare prooi te verschalken.

Wanneer een duiker met zijn vingers in het zand graaft, komt het diertje vaak vlakbij om te zien of er iets van zijn gading bovenkomt.

  1. Roosjeskoraal (Tubastrea coccinea)

Op en in het wrak van de Antilla, een Duits vrachtschip dat in de Tweede Wereldoorlog voor de kust van Aruba zonk, is op de donkere plaatsen overal het feloranje gekleurde roosjeskoraal te vinden. Zodra er te veel licht is trekt de poliep zich terug in zijn oranje kalkstenen kokertje. Met zijn fijne tentakels vangt het diertje plankton, dat naar de zich in het midden van de poliep bevindende mond gebracht wordt. Roosjeskoraal kan oppervlakten van vele vierkante meters bedekken.

  1. Gewone zeewaaier of Waaierkoraal (Gorgonia ventalina)

Vooral in de zuidoostelijke duikgebieden van Aruba, waar het zicht het best is, zijn prachtige waaierkoralen, zoals de hier afgebeelde, te vinden. Het waaierkoraal behoort tot de groep van gorgonen (Gorgonacea). Dit zijn koralen die een centrale stam bezitten waaraan vele takken zitten. Bij de waaierkoralen is er sprake van een echt netwerk van takken en vertakkingen. Het kalkachtige skelet is bekleed met een soort gelatineachtig materiaal, waarin zich de poliepen bevinden.

Waaierkoraal voelt zich het best thuis in helder water waar enige stroming is.

Saba

  1. Typische begroeiing van de onderzeese lavarotsen van Saba

Diepwater waaierkoralen (Nicella goreaui) , vele sponzensoorten en diverse andere koralen, vormen het typische beeld van de begroeiing van de onderwater gelegen kolossale lavarotsen. Tussen de rotsen  zijn “zandstraten” te vinden. Alles bij elkaar vormt dit ware labyrinthen. Voor de onderwaterfotograaf zijn dit prachtige motieven, die zowel aangeflitst als met natuurlijk licht bijzondere beelden opleveren. Op sommige plaatsen voelt het grijze lavazand op de bodem warm aan als gevolg van vulkanische activiteit.

17 en 18. Getijdepoelen bij Flat Point

Bij Flat Point zijn grillige lavaformaties te vinden. Hier vormen zich zogenaamde getijdepoelen, plaatsen die zich bij hoog water vullen, maar nooit geheel leeg zijn. Deze zoutwatermeertjes zijn kleine paradijsjes op zich. Hier zijn vooral juveniele visjes te vinden, maar ook zeeëgels, chitons, schelpen zoals cauri’s en schaalhorens (Patella’s) en vele kleine koraalkolonies, sponzen en anemonen. Bij laag water is het hier goed vertoeven voor de snorkelaar en de onderwaterfotograaf. Het zijn ideale plaatsen voor de zogenaamde half-halffotografie. Hierbij wordt de groothoeklens van de in een “onderwaterhuis” geplaatste camera half onder- en half bovenwater gehouden.

De zee bij Flat Point is meestal niet erg rustig. Men dient altijd met de mogelijkheid rekening te houden, dat grote golven plotseling de rust in de getijdepoelen kunnen verstoren. Helaas zijn er op deze manier al ernstige ongelukken gebeurd.

  1. Elandsgeweikoraal (Acropora palmata)

In ondiep, maar turbulent water groeit het majestueuze elandsgeweikoraal. Dit steenkoraal kan afmetingen van wel enkele meters bereiken. De zomerstormen en soms zelfs orkanen, kunnen grote schade aan het elandsgeweikoraal aanbrengen. Gelukkig is het een koraalsoort die tamelijk snel groeit, zodat meestal binnen enkele jaren de schade al niet meer zichtbaar is.

Het hier afgebeelde koraal maakt duidelijk waar het zijn naam aan dankt; sommige takken lijken namelijk sprekend op het massieve gewei van de eland. Evenals de meeste soorten steenkoralen, is ook het elandsgeweikoraal een typisch nachtdier. Overdag trekken de vrij kleine poliepen zich in hun kalkstenen huisjes terug.

  1. Parel koffervis (Lactophyris triqueter)

De parel of gespikkelde koffervis is een van de vele soorten vis die men in de beschermde wateren van het Saba Marine Park kan tegenkomen. De vorm van de vis is in vooraanzicht vrijwel driehoekig; de basis van de driehoek is de buik van de vis. Dit dier kan onder uitzonderlijke omstandigheden wel 30 cm groot worden, doch de meeste exemplaren die duikers en snorkelaars te zien krijgen zijn niet veel groter dan 10 tot 15 centimeter. Onder de huid bevindt zich, in tegenstelling tot de meeste andere vissoorten, een skeletachtige struktuur. Meestal worden solitaire exemplaren gezien, maar een enkele keer leven zij in groepjes.

Sint Maarten

  1. Ballonvis (Diodon holocanthus)

De ballonvis dankt zijn naam aan het feit, dat het dier zich tot een ronde “ballon” kan opblazen wanneer het zich bedreigd voelt. Duikers vinden dit kennelijk vaak amusant want helaas wordt de vis nogal eens gevangen, met als gevolg dat het dier zich dan direct opblaast. Zij weten waarschijnlijk niet dat, wanneer de vis in opgeblazen toestand te dicht aan de oppervlakte komt, het dier niet meer naar dieper water kan zwemmen en uiteindelijk sterft!

Door het opblazen komen de tegen het lichaam aanliggende stekels loodrecht op het lichaam te staan, waardoor de vis voor een roofvis niet meer aantrekkelijk is.

  1. Franse keizersvis (Pomacanthus paru)

Deze sierlijke vissen zwemmen vaak in paren over het rif. Het zijn nieuwsgierige dieren, die vaak heel dicht bij de duiker komen. Op de riffen van Sint Maarten, komen van de familie der keizersvissen vooral de Franse keizersvis, de grijze keizersvis en de geelzwarte hertogsvis voor. De volwassen keizersvissen eten vooral sponzen en algen. De jonge Franse keizersvis heeft een andere tekening; het lichaam is zwart met vier verticale felgele strepen. Tijdens het volwassen worden verdwijnen deze strepen gelijdelijk, om plaats te maken voor de goudgele schubben. Jonge dieren zijn schoonmaak- of poetsvisjes; zij bevrijden andere vissen van parasieten door deze op te eten.

  1. Spiraal-kokerworm (Spirobranchus giganteus)

In vrijwel alle tropische koraalriffen komt de spiraal-kokerworm voor. In de Indische en Stille Oceaan, kunnen zij de meest onwaarschijnlijke kleuren hebben, zoals felblauw en felgeel. In de Caribische Zee hebben deze op het rif verankerde wormen meestal pastelkleuren die variëren van zachtroze en lila via bruinige tinten naar zachtgeel en wit. Eén worm heeft altijd twee “kerstboompjes”, de spiraalvormige vangorganen, waarmee het diertje plankton vangt. Dreigt er gevaar, dan trekken de vangorganen zich razendsnel terug in hun kalkstenen koker, die zij afsluiten met een rond dekseltje, het operculum (op de foto goed zichtbaar).

  1. Grootoog makreel (Caranx latus)

Makrelen zijn echte rovers, die meestal in groepen op kleinere vissen jagen. Soms ziet men grote scholen kleine vissen massaal uit het water springen; zeer waarschijnlijk worden zij dan opgejaagd door makrelen. Gebeurt dit dicht bij het koraalrif, dan betreft het meestal een groep grootoog makrelen, daar deze soort makreel, zoals de meeste makrelen wel het open water prefereren, maar voor de jacht vaak dicht bij het rif komen. De grootoog makreel is gemakkelijk te herkennen aan de gele staartvinnen en de opvallend grote ogen.

  1. Trompetvis (Aulostomus maculatus)

De trompetvis heeft met zijn zeer langgerekte lichaam een zeer karakteristieke vorm. Deze roofvis is een meester in het camoufleren. Hij gebruikt daarvoor verschillende trucks: in de eerste plaats kan hij zijn kleur aanpassen aan de omgeving, waardoor hij vaak voor zijn potentiële prooi vrijwel onzichtbaar wordt. De normale kleur van de vis varieert van beige tot bruin, maar hij kan zijn kleur zeer snel in blauw of geel veranderen, of alle kleurschakeringen die daartussen zitten. Zijn tweede camouflagetruck is het innemen van een verticale stand tussen de verticale takken van zachte koralen en ten derde kan hij met een niet-roofvis meezwemmen, maar dan zo, dat hij voor zijn prooidier niet opvalt. De trompetvis kromt zich in de vorm van de vis waar hij dicht boven meezwemt – vaak een papegaaivis – en neemt dan ook nog eens de kleur van zijn “begeleider” aan.

Sint Eustatius

  1. Haviksnavel schildpad (Eretmochelys imbricata)

Gelukkig gaat het goed met de met uitsterven bedreigde zeeschildpad in Sint Eustatius. Vooral de hier afgebeelde haviksnavel zeeschildpad wordt in de wateren rond dit eiland regelmatig gezien. Zijn naam heeft hij te danken aan zijn “overbeet”, waardoor hij gemakkelijk te onderscheiden is van de andere soorten zeeschild-padden. De vrouwtjes van dit reptiel leggen hun eieren aan land, waar zij een diep gat in het zand graven, om daarin ongeveer 100 eieren te deponeren. Doordat over de hele wereld zandstranden steeds drukker bevolkt raken, onder andere als gevolg van de bouw van grote hotels, kunnen de schildpadden hun eieren niet meer kwijt, waardoor het aantal nakomelingen steeds meer afneemt. De haviksnavel zeeschildpad leeft vooral van kwallen, sponzen, koraalpoliepen en ander dierlijk materiaal. Dit in tegenstelling tot de ook bij Sint Eustatius voorkomende groene zeeschildpad, die vooral een vegetarisch dieet heeft.

  1. Gevlekte schorpioenvis (Scorpaena plumieri)

Hoewel de schorpioenvis een beruchte naam heeft, is het dier in feite volsterkt ongevaarlijk, in die zin, dat het dier nooit uit zichzelf een duiker of snorkelaar zal aanvallen. Bij een onverwachte aanraking van dit perfekt gecamoufleerde dier, zal het echter in een reflex zijn rugvinnen opzetten, waarin zich scherpe stekels bevinden die een sterk gif bevatten. Wanneer dit gif in de huid van de aanraker geïnjecteerd wordt (bijvoorbeeld een duiker die het dier voor een steen aanziet), dan ontstaat direct een hevige pijn. De getroffen duiker mag dan niet in paniek raken en een noodopstijging maken, daar dat veel gevaarlijker is dan de gifinjectie. Men moet ondanks de pijn een rustige opstijging maken en daarna zo snel mogelijk het getroffen huidgebied met azijn en/of zo heet mogelijk water behandelen. Hierdoor zal het eiwit dat zich in het gif bevindt gaan stollen, waardoor de werking snel afneemt. In ieder geval is het daarnaast belangrijk ook nog medische hulp te zoeken. De belangrijkste les is: “raak onderwater niets aan, maar geniet door alles goed te bekijken”.

  1. Glasoogbaars (Heteropriacanthus cruentatus)

Het grote oog van de glasoogbaars wijst erop dat deze vis vooral een nachtdier is. Overdag verschuilt hij zich meestal in ondiep water in kleine grotjes onder de koralen, om dan ’s nachts op jacht te gaan. De kleur kan in een onderdeel van een seconde veranderd worden van donkerrood tot bleek-zilverrood, zoals te zien op deze portretfoto. Een duiker kan de vis zeer dicht benaderen, wanneer tenminste geen onverwachte bewegingen gemaakt worden.

In het Caribisch gebied komen verschillende soorten baarzen voor, die sterk op de glasoogbaars lijken. Herkenning is echter gemakkelijk, daar de glasoogbaars een patroon van zilverkleurige strepen op zijn rug heeft.

  1. Blauwgevlekte tandbaars (Epinephelus fulvus)

Het determineren van deze zeer interessante vis is niet eenvoudig, daar hij in verschillende kleuren en kleurcombinaties voorkomt. De hier afgebeelde kleur is de meest voorkomende, maar op Sint Eustatius komen ook andere kleuren voor, zoals bruinrood boven en wit onder, of zelfs goudgeel! In alle gevallen zijn er licht- tot donkelblauwe stippen op het lichaam, die naar de staart toe verminderen.

Bij voorkeur zoekt deze territoriale tandbaars een plekje waar hij rustig kan liggen, in afwachting van de juiste prooi die voorbij zal zwemmen. Op deze foto heeft de vis een trechterspons als uitkijkpost uitgezocht.

Mangroven

Mangroven zijn bomen die zout water verdragen en in getijdemoerassen groeien. In de Nederlandse Antillen komen mangrovebossen vooral voor op de Benedenwindse Eilanden. Deze getijdemoerassen vormen een ecosysteem; de mangroven met alle organismen die daarmee samenleven. In het Caribisch gebied zijn vier soorten mangrovebomen te vinden. Deze komen oorspronkelijk uit de westelijke Stille Oceaan en Maleisië, waar nog altijd tenminste 40 soorten voorkomen. De soorten die momenteel in de Caraïben leven zijn de rode, de zwarte en de witte mangrove, evenals de minder van water afhankelijke knoopmangrove.

  1. Rode mangrove (Rhizophora mangle)

De rode mangrove is gemakkelijk te herkennen aan de gebogen steltwortels, die van de stam van de boom naar de bodem verlopen. Onderwater hebben deze wortels inderdaad een bruinrode kleur, waaraan de soort zijn naam te danken heeft. In de maand juli bloeit de rode mangrove met kleine gele bloemen. Na de bevruchting ontkiemt een van de zaden in de vrucht, terwijl deze nog aan de boom hangt. Pas wanneer de zaailing een lengte van ongeveer 20 cm heeft, zal de boom hem loslaten, waardoor deze als een pijl in het water valt en in de modder vast komt te zitten. Hier zal de zaailing zich tot een nieuwe boom ontwikkelen.

  1. Zwarte mangrove (Avicennia germinans)

In tegenstelling tot de rode mangrove, heeft de zwarte mangrove niet de karakteristieke gebogen steltwortels, maar ziet er eerder uit als een normale boom met een stam die zich al snel boven de grond begint te vertakken. Het meest opvallende verschil zit in de hier afgebeelde ademwortels (pneumatophoren) die zich op de bodem rond de stam bevinden. De bladeren zijn smaller dan van de rode mangrove.

  1. “Upside-down” mangrovekwal (Cassiopeia sp.)

Deze fascinerende kwal komt voor in de rustige binnenwateren van de mangrove-gebieden. Het in vele kleurvarianten voorkomende dier ligt meestal “op zijn kop”, met de tentakels naar boven gericht op de bodem. Slechts een enkele maal ziet men de kwallen zwemmen, meestal in een klein groepje of solitair. Wie de dieren dicht benadert kan zien dat zij voortdurend in beweging zijn; zij pompen water door hun lichaam, waar zij de voedingsstoffen uit filteren. De vele “armen” die op de ronde schijf zitten zijn bij alle dieren verschillend van vorm en kleur. In deze armen bevinden zich symbiotische algen, zoals deze ook in koraalpoliepen voorkomen. Daar deze algen alleen kunnen leven wanneer zij voldoende zonlicht krijgen, moet de kwal dus wel “op zijn kop” liggen, in water waar voldoende zonlicht kan doordringen. Daarom zal men deze dieren zelden in dieper water dan 1,5 tot 2 meter vinden. Bij aanraking zal de kwal een irriterende stof uitscheiden, die bij de mens echter niet veel meer dan wat snel voorbijgaande jeuk veroorzaakt.

  1. Zwemmende “Upside-down” mangrovekwal (Cassiopeia sp.)

Tekst zie onder 31.

  1. Macro-opname van de “armen” van de “Upside-down” mangrovekwal (Cassiopeia sp.)

Saba

Snorkelen en duiken rond Saba is een bijzondere belevenis en volkomen anders dan in andere Caribische duikgebieden. Dit heeft vooral te maken met de vulkanische oorsprong van het eiland. De kleur van het zand is niet het bekende koraalwit, maar varieert van grijs naar bijna zwart. Dit zand bevat vele magnetische mineralen en is op sommige plaatsen warm als gevolg van lichte vulkanische activiteit. Door de handen op die plaatsen in het zand te steken kan men zich zelf hiervan overtuigen.

Rond het eiland, met name in het noorden en het noordwesten, bevindt zich een vrij ondiepe strook. Daarbuiten worden snel diepten van 300 meter of meer bereikt. Het Grootste deel van de wateren rond Saba is sinds 1987 officieel beschermd, het “Saba Marine Park” (SMP). De hoofdrol bij het ontstaan van het SMP werd gespeeld door de op Saba wonende Nederlandse zeebioloog Tom van ’t Hof, die overigens ook het leeuwenaandeel had in de totstandkoming van de beschermde onderwaterparken van Bonaire en Curaçao. De koraalstructuren rond Saba worden door van “t Hof in drie groepen verdeeld:

  1. met koraal begroeide rotsen en rotsblokken
  2. met koraal begroeide onderwaterbergen en –naalden (“pinnacles”)
  3. echter riffen

De met koraal  begroeide rotsen en (soms kolossale) rotsblokken van vulkanisch gesteente komen verreweg het meest frequent voor. Er bestaat een grote variatie aan harde en zachte koralen. Vooral de gorgonen en waaierkoralen zijn hier in grote aantallen te vinden. Opvallend zijn ook de prachtige sponzen, met name de grote trechtersponzen. Het is een aparte belevenis door het labyrint van “zandstraten” tussen de rotsen door te zwemmen. De lichtinval is hier met goed weer bijzonder mooi. Ideaal voor onderwater landschapfotografie. Wanneer men naar de iets dieper gelegen zandvlakten gaat, is de kans op ontmoetingen met stekelroggen groot. Ook leven hier de Caribische buisalen, die ritmisch met de waterbeweging meegaan.

Van de onderwaterbergen zijn met name de naaldvormige toppen van “Third encounter” spectaculair. Op een diepte van 35 meter wordt de duiker vriendelijk begroet door grote zeebaarzen, makrelen en zwarte trekkervissen. Van de andere duikplaatsen, maken vooral “Diamond Rock” en “Man of War Shoals” indruk. Deze onderzeese bergtoppen zijn overdadig begroeid met gorgonen, waaierkoralen en prachtige sponzen. Hier vindt men ontelbare vissen, zoals barracuda’s en de spectaculaire op de bodem levende Caribische poon (Engels: Flying gurnard), maar ook vrijwel altijd zeeschildpadden.

Daar vanaf het begin dat het duiktoerisme op gang kwam de onderwaterwereld beschermd werd, zijn hier veel meer én een grotere variatie aan vissen dan op de meeste andere bovenwindse Caribische duikbestemmingen.

Door van ’t Hof en zijn medewerkers zijn 26 duikplaatsen beschreven in de “Guide to the Saba Marine Park”. Alle duikstekken zijn voorzien van ankerplaatsen met boeien, zodat er geen schade aan de riffen kan ontstaan door het uitwerpen van ankers.

Het enige “nadeel” van het duiken op Saba, is het feit dat men niet vanaf de kust kan duiken. Men zal dus altijd van een van de duikscholen en hun boten afhankelijk zijn. De op Saba gevestigde duikscholen zijn overigens alle van uitstekende kwaliteit en hebben uiterst deskundige mensen in dienst die de duiker veel over de unieke onderwaterwereld kunnen vertellen.

Curaçao

Het heeft enige tijd geduurd, voordat Curaçao uit de schaduw kwam van het wereldberoemde buur-duikeiland Bonaire. Dit was niet helemaal terecht. Curaçao en Klein-Curaçao hebben prachtige riffen, waarvan de meeste in goede conditie verkeren. In de laatste jaren is het duiktoerisme dan ook fors toegenomen en zijn er verschillende duikscholen bijgekomen. Een van de voordelen van het duiken in de wateren van Curaçao is, dat men zelden lange boottochten moet maken om bij de duikbestemming te komen. De langste tocht – ongeveer twee uur – voert naar het nabij gelegen eilandje Klein Curaçao, waar het in het kristalheldere water prachtig snorkelen en duiken is. Oorspronkelijk was dit eilandje drie meter hoger, maar aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, werd ongeveer 90.000 ton fosfaatrijke grond verwijderd, om elders de grond weer vruchtbaarder te maken.

In Curaçao kan men op verschillende plaatsen vanaf de kust duiken. Ongeveer eenderde van de zuidwestkust, vanaf het Pricess Beach Hotel tot aan Oostpunt is als  Onderwater Park beschermd. Hier zijn bij alle belangrijke duikplaatsen boeien aangebracht om ankerschade aan het tere koraalrif te voorkomen. Speervissen is – uiteraard – overal verboden.

De onderwaterwereld van Curaçao heeft veel te bieden. Behalve de bontgekleurde koralen en sponzen, zijn er ook interessante grotten en enkele mooi begroeide wrakken. Tussen Boca Santa Cruz en Playa Lagun bevindt zich een van de mooiste duikplaatsen van het noordwesterlijke deel van het Onderwater Park, Banda Abao, het zogenaamde Mushroom Forest. Hier vindt men gigantische paddestoelachtige koraalformaties die zich slechts op een diepte van negen tot twaalf meter bevinden. Dit gebied is zeer geliefd bij onderwaterfotografen. Vlakbij vindt men de Mushroom Cave. Dit is een interessante grot die niet erg diep is en er onschuldig uitziet. Dit is maar schijnbaar, want men moet zeer oppassen door de sterke waterbeweging niet tegen het dak van de grot gesmeten te worden. In het duistere deel van deze grot leven enkele scholen zilverbruine koper bijlbuikvissen. De oplettende duiker ziet hier ook bijzondere garnalen en in de kleinere grotjes in de wand van de grot zijn er altijd wel een paar grote kreeften te vinden.

Van de wrakken zijn de Superior Producer en het wrak van de sleepboot bij de ingang van de Caracasbaai voor elke duiker een echte “must”. De Superior Producer is een ongeveer 60 meter lange kustvaarder die in 1977 voor de kust van Curaçao verging, ongeveer tegenover de waterfabriek in Otrobanda. Het wrak is bijzonder mooi begroeid met koralen en sponzen. Vooral de stuurhut is volledig bedekt met oranje roosjeskoraal. Overal in het wrak vind men scholen vissen, maar ook verschillende soorten murenen. Het wrak ligt rechtop in de zandbodem, op een diepte van 33 meter. Het wrak van de veel kleinere sleepboot ligt bij de ingang van de Caracasbaai op een diepte van slechts zes meter, waardoor het ook voor snorkelaars zeer goed te bekijken is. Ook dit wrak is prachtig met harde, maar ook met zachte koralen begroeid.

Wie een indrukwekkend aantal bekersponzen wil zien kan het beste naar Sponge Forest gaan, ten westen van Boca Pos Spano. Voor zwart koraal is Black Coral Garden bij de St. Marthabaai de beste plaats. Interessant is ook de “Car Pile” voor het Princess Beach Hotel. Hier heeft men tientallen jaren geleden autowrakken in zee gedumpt, die nu schitterend begroeid zijn. Zo heeft elke duikstek in de wateren rond Curaçao zijn eigen bijzonderheden.

Bonaire

Bonaire, ook wel de “world Capital for Shore Diving” genoemd, is zoals de naam het al zegt, wereldberoemd als duikgebied vanwege de vele mogelijkheden om van de kust af te duiken. Veel duikers en snorkelaars huren een auto en rijden naar de verschillende, met gele stenen gemarkeerde duikplaatsen. Uiteraard kan men ook per boot duiken, doch dit gebeurt vooral wanneer de duikplaatsen op het voor de zuidwestkust liggende eilandje Klein Bonaire wordt bezocht.

De riffen rond Bonaire en Klein Bonaire zijn beschermd. Dat wil zeggen, dat er strenge regels bestaan, aangaande vissen, het meenemen van koraal en schelpen en het op welke wijze dan ook beschadigen van het koraalrif. De grondlegger van de rifbescherming en tevens de feitelijke stichter van de duikindustrie in Bonaire, is Captain Don Stewart. Hij zorgde ervoor dat in 1971 het speervissen voor een periode van vijf jaar verboden werd. In 1976 werd het verbod “voor altijd” verlengd. Ook koralen kregen vanaf dat moment bescherming: het beschadigen en meenemen van levende en dode koralen werd strict verboden. Uiteindelijk werd in 1979 het Bonaire Marine Park (BMP) opgericht. Iedereen die in de wateren rond Bonaire wil duiken moet, nog voordat de eerste duik gemaakt wordt, een bedrag van US $ 10,00 entreegeld betalen, om in het BMP te mogen duiken. Men ontvangt hiervoor een gekleurde fiche, die aan de duikuitrusting bevestigd dient te worden. Steeksproefgewijs wordt door medewerkers van het BMP gecontroleerd of men wel in het bezit van deze penning is. Zo niet, dan wordt proces verbaal opgemaakt en moet de 10 dollar onverwijld worden betaald. Dit geld wordt volledig besteed aan het onderhoud van het BMP en wetenschappelijk onderzoek.

Bonaire heeft duikers en snorkelaars zeer veel te bieden. Waar men ook het water inloopt, men is direct in een tropisch aquarium. Nieuwsgierige vissen omgeven de duiker en snorkelaar. Wie een uur gedoken of gesnorkeld heeft, zal gemakkelijk tweehonderd of meer diersoorten gezien hebben. Deze dieren variëren van steenkoralen, zachte- en waaierkoralen en sponzen in allerlei kleuren en vormen, tot koraalvissen in oneindige kleurschakeringen en veelal met bizarre vormen. Wat te denken van alleen al twintig soorten papegaaivissen, nog veel meer soorten baarzen en juffertjes, de slangachtige murenen en tientallen andere soorten, waarvan men de meeste inderdaad tijdens een enkele duik te zien krijgt.

Tom van “t Hof, een van de grondleggers van het BMP, deelt in zijn new Guide to the Bonaire Marine Park de duikplaatsen als volg in:

  1. typisch; dit is het meest voorkomende rifprofiel, namelijk

Sint Maarten

De beste mogelijkheden om te duiken en te snorkelen in Sint Maarten  bevinden zich aan de uit de wind gelegen zuidzijde van het eiland. Ook aan de oostkust zijn enkele goede duikplaatsen te vinden, zoals Tintamarre  in het noordoosten en Hen & Chicks Rocks in het zuidoosten. De bereikbaarheid en de mogelijkheid om op deze oostelijke plaatsen te duiken en te snorkelen, is vooral afhankelijk van de hier vaak heersende grillige winden. De hier gegeven informatie kan als gevolg van de zomerstormen en de gevreesde orkanen niet meer geheel up to date zijn. Het is dan ook verstandig, wanneer u in Sint Maarten gaat duiken, eerst bij een van de lokale duik shops te informeren naar de conditie van de verschillende duikplaatsen.

Enkele van de beste snorkelplaatsen zijn: Simpson Bay, Maho Beach, Mullet Bay en Plum Bay in het zuidwesten, Baie Rouge in het westen, Creole Rock in het Noorden, Pinel Island en Orient Beach in het noordoosten en Dawn Beach in het oosten van het eiland.

De duikplaatsen van Sint Maarten zijn alleen per boot bereikbaar. De meeste duiken gebeuren in ondiep water (10-25 meter). Het zicht is over het algemeen goed, maar sterk afhankelijk van het weer. De stroming is meestal niet al te sterk. Het onderwaterlandschap wordt gekenmerkt door een zandbodem met verspreide rotsen en vlakke rifstrukturen. Waaierkoralen en zachte koralen, voeren evenals sponzen, de boventoon. In de vele kleine grotjes en donkere gangen wordt ook het schitterende oranje roosjeskoraal gevonden.

Lucy’s Barge, Proselyte Reef, Split Rock, The Alleys en The Maze, zijn de meest bezochte duikplaatsen in het voor de wind beschutte zuiden van het eiland. Lucy’s Barge is een wrak dat op een diepte van 18 meter ligt. wrak zelf is niet erg aantrekkelijk, maar trekt veel vissoorten aan, waardoor het toch de moeite waard is. Het mooiste wrak  dat Sint Maarten te bieden heeft, is dat van de H.M.S. Proselyte. De Proselyte was een ruim 40 meter lang Brits oorlogsfregat, dat op 2 september 1801 verging. Het schip had 32 kanonnen aan boord, waarvan sommige nog te zien zijn. Gelegen op een diepte van 15 meter, reikt het hoogste punt slechts 5 meter onder de oppervlakte. Het wrak is begroeid met prachtige sponzen en heeft een grote aantrekkingskracht op vele vissoorten, waaronder de franse en grijze keizersvis, barracuda’s en makrelen. Het kolossale anker van de Proselyte is een gewild foto-object. Vlak bij Proselyte Reef ligt de duikplaats Split Rock, ook wel Cuda Alley genoemd naar de hier vrijwel altijd aanwezige barracuda’s. Deze grote rots, die tot 6 meter onder de oppervlakte reikt, is bijzonder mooi begroeid met zachte koralen, waaierkoralen en sponzen. The Alleys heeft zijn naam te danken aan de gangen (alleys) tussen de hier liggende grote rotsformaties. Ook de duikplaats The Maze ligt hier vlakbij. Het betreft een van de voor Sint Maarten typische duikplaatsen met veel met sponzen begroeide rotsformaties. Verder naar het oosten liggen Pelican Rock en Hen & Chicks. Deze duikplaatsen zijn alleen met goed weer te beduiken. Grote met sponzen en zachte koralen begroeide rotsblokken rijzen boven het wateroppervlak uit. Deze plaatsen zijn vooral interessant door de vele vissen die hier leven.

Het eerder genoemde Creole Rock is door zijn beschermde ligging niet alleen een ideale snorkelplaats, maar ook als duikplaats geschikt voor beginnende duikers.

Tot slot is nog Tintamarre Island te noemen. Hier heeft men ooit een sleepboot laten zinken in ondiep water (14 meter), die inmiddels aardig begroeid is met sponzen en koraal.

Sint Eustatius

Evenals duiken op Saba, is het duiken op Sint Eustatius een bijzondere belevenis. Vrijwel alle duikplaatsen bevinden zich aan de voor de wind beschutte west- en zuidwestzijde van het eiland. Sint Eustatius is vooral bekend als vindplaats van de caribische poon (Eng. flying gurnard), Dactylopterus volitans. Een andere attractie is het duiken naar wrakken. Verschillende hiervan liggen in vrij ondiep water, waardoor zij goed te bereiken zijn. De wrakken trekken veel vis aan en hebben een interessante begroeiing.

De meeste duikplaatsen zijn alleen per boot bereikbaar. Twee maal per dag worden vanuit Lower Town – Oranjestad duiktochten georganiseerd. Snorkelen is vooral mogelijk in het ondiepe water voor de kust van Lower Town. Regelmatig worden hier nog antieke kralen en fragmenten van antieke flessen en kruiken gevonden.

In het zuidwesten is een interessant rifsysteem te vinden, dat vooral uit met koraal en sponzen begroeide rotsblokken en richels bestaat. In het noordwesten, bij Jenkins Bay bestaat een andere rifformatie. Wanneer het weer het toelaat, kan hier ook goed gesnorkeld worden. Er is slechts één “wall-dive”, die bekend staat als de “Drop-off” bij Buccaneer Bay.

In het noorden bevinden zich de duikplaatsen Jenkins Bay en Doobie’s Crack. De laatste is een vrij diepe duik, die vooral interessant is voor wie grote kreeften wil zien. Jenkins Bay is de best beschutte duikplaats van Sint Eustatius en door zijn ondiepte (5-15 meter) niet alleen een bijzonder mooie duikplaats, maar ook zeer geschikt voor snorkelen. Hier zijn op de zandplaten vrijwel altijd stekelroggen te vinden, maar vaak ook zeeschildpadden. De begroeiing van de rotsblokken bestaat uit verschillende soorten harde, zachte en waaierkoralen en sponzen.

Enkele van de wrakken zijn Blare’s Wreck, Stingray wreck en Double wreck. Het betreft overblijfselen van achtiende eeuwse schepen. Vaak zijn hier nog antieke artefacten te vinden en bij Double Wreck een 4 meter groot anker. Interessant is het dierenleven bij de wrakken. Stekelroggen, verpleegstershaaien en schildpadden, zijn slechts enkele van de grotere dieren die hier gevonden kunnen worden. De Caribische poon is hier thuis en het is een prachtig gezicht wanneer deze vis zijn “vleugels” spreidt. Verder zijn er altijd verschillende scholen vis, zoals makrelen, eekhoornvissen en gele zeebarbelen.

Caroline’s Reef, Anchor Reef en Barracuda Reef zijn de belangrijkste duikplaatsen in het zuidwesten, waar grote bekersponzen, grote zachte koralen en prachtige diepwater waaierkoralen te vinden zijn. Van de vissen maken de barracuda’s en de keizersvissen de meeste indruk. Hier kan men zowel de franse als de grijze en de gekroonde keizersvis tegenkomen. Ook voor wat betreft de kleinere dieren is hier veel te beleven, zodat ook de macrofotograaf aan zijn trekken komt.

Drop-off is de diepste en tevens de meest zuidelijk gelegen duikplaats van Sint Eustatius. Het is de enige “wall-dive” die op een diepte van ongeveer 25 meter begint. De duikers wordt geadviseerd niet dieper dan 40 meter te duiken. De wand van deze onderzeese rots is begroeid met een grote variatie aan koralen en sponzen. Hier ziet men gegarandeerd grote scholen zwarte trekkervissen, creool lipvissen en creool baarzen.

Aruba

Ondanks het feit dat Aruba een constant gevecht levert tegen pollutie door nitraten en fosfaten in het afvalwater, olievervuiling en lozing van giftige stoffen van verschillende fabrieken, zijn er toch verschillende zeer mooie duikplaatsen behouden gebleven. De zuidkust van Aruba heeft het meest te leiden onder de vervuiling. Een van de voordelen van het duiken in Aruba is, dat diverse duikplaatsen zeer goed per auto te bereiken zijn en er zodoende gemakkelijk van de kust af kan worden gedoken. Tevens zijn er enkele interessante wrakken, waaronder het bij duikers zeer bekende, schitterend met koralen en sponzen begroeide wrak van de Antilla, een Duitse vrachtvaarder die in 1940 door de bemanning tot zinken gebracht werd.

De meeste duikplaatsen zijn aan de voor de wind beschutte westkust van Aruba gelegen. Zeer ervaren duikers gaan soms naar de ruwe noordoostkust, naar Andicouri Rif en Natural Bridge. Hier kan de stroming soms zeer sterk zijn, maar voor diegenen die de stroming willen trotseren is de natuur onder water hier de moeite waard. Hier vindt men hersen- en sterkoralen van gigantische afmetingen, afgewisseld met enorme bekersponzen en grote hoeveelheden vis, waaronder barracuda’s. Aan de noordkust ligt op een diepte van slechts 15 meter het wrak van de Californi, zeer gewild bij onderwaterfotografen. Probleem is wel dat ook hier meestal een zeer sterke stroming staat. Tussen de grote koraalformaties zijn grote hoeveelheden vis te zien.

In het noordwesten ligt het reeds genoemde wrak van de Antilla. Hier kan de onderwaterfotograaf gemakkelijk dagen lang vertoeven, want behalve de schitterende begroeiing, dat het wrak tot een kunstmatig rif heeft gemaakt, is er een grote variatie aan macro-leven. Ook voor nachtduiken is het wrak zeer geschikt. ‘s Nachts komen alle schaaldieren tevoorschijn en zijn de murenen op jacht. Op de felgekleurde korstsponzen slapen de kleine Caribische kamkogelvisjes met hun schitterende blauwe “make-up” rond de ogen en ziet men overal decoratiekrabbetjes. Deze diertjes “decoreren” zich met sponzen, zodat zij niet opvallen op en in de sponzen waar zij ‘s nachts hun voedsel zoeken.

De meeste duikplaatsen liggen tussen Barcadera Rif en Commandeurs Rif in het zuidwestelijke deel van Aruba. Hier vindt men velden met waaierkoralen, harde koralen, bekersponzen en op sommige plaatsen mooie diepwatergorgonen. Pianco Rif is bekend vanwege de altijd aanwezige, tot 50 kilogram zware, groene murenes. Op veel plaatsen zijn ook stekelroggen te vinden en wie geluk heeft ziet soms mantaroggen en gevlekte adelaarsroggen. Op veel plaatsen is het visleven opvallend rijk: de overal aanwezige, nieuwsgierige Franse keizersvissen leveren mooie plaatjes op voor de onderwaterfotograaf. Verder ziet men vaak barracuda’s en grote zeebaarzen. Sepia’s en zelfs zeepaardjes zijn hier geen zeldzaamheid. Bij elke nachtduik vindt men gewoonlijk een aantal grote kreeften en koraalkrabben.

In het meest zuidelijke deel van Aruba liggen de duikplaatsen Lago Rif, Baby Beach Rif, Santana Rif en Cabez Rif. De laatste is vanwege de meestal hevige stroming alleen voor ervaren duikers geschikt, maar is bijzonder vanwege de grote hoeveelheden barracuda’s, horsmakrelen en de grote barnsteenmakrelen.

Baby Beach is een van de plaatsen waar men ook goed kan snorkelen. Gezien de vaak sterke stromingen die op verschillende plaatsen in Aruba kunnen heersen, kan men zich voor wat betreft snorkelen het best door een van de duikscholen laten adviseren.

Zeewier, algen en Omega-3

Als je “gezond oud wilt worden” moet je vis eten. Houd je niet van vis dan moet je  zeker visoliecapsules slikken…

De laatste jaren wordt deze boodschap steeds vaker gehoord. Merkwaardig, want Europa laat bij monde van de Eurocommissaris Visserij met klem weten dat de visbestanden zo ernstig bedreigd zijn, dat zeer dringend het Algemeen Visserij Beleid (Common Fisheries Pollicy/CFP)  herzien moet worden. 80% van alle visbestanden is zwaar overbevist en voor de Europese visbestanden is dit zelfs 88%. 30% is zo zwaar overbevist dat het de vraag is of deze visbestanden zich nog kunnen herstellen.

Sea First Foundation organiseerde eerder dit jaar “De Oceanenweek” aan de Universiteit van Gent (www.oceanenweek.be). Deze succesvolle week werd afgesloten met een debat waaraan onder andere vertegenwoordigers van VLIZ (Vlaams Instituut voor de Zee) en het ILVO (Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek) deelnamen, maar ook de visindustrie was vertegenwoordigd door mevrouw Siska Bourgeois van Marine Harvest Pieters, onderdeel van ’s werelds grootste seafood concern. Op de vraag waarom vis zo gezond is antwoordde zij: “vanwege de belangrijke eiwitten en vetten”. Dit is het antwoord dat men meestal krijgt als men wil aantonen waarom vis eten zo belangrijk is. Er is echter al heel wat onderzoek gedaan naar de eiwitverhoudingen (dierlijk versus plantaardig) bij de Europese bevolking. In Nederland werd dit onderzoek door de overheid gesubsidieerd. De conclusie van dit onderzoek van Prof. Harry Aiking (Vrije Universiteit Amsterdam) is alarmerend. Hij schrijft: In Nederland en België eten we onnodig veel eiwit, 70% meer dan we nodig hebben: 60% is dierlijk eiwit en 10% plantaardig. Een derde minder, een derde vervangen door plantaardig eiwit en een derde door scharreleiwit zou een goed idee zijn, voor milieu, dierenwelzijn en niet te vergeten onze eigen gezondheid. Hebben we dan geen vlees of vis nodig? Welnee, die Omega-3 is een hype. Als je gevarieerd eet kom je in de Westerse wereld geen enkele voedingsstof tekort. Daarentegen krijg je gemakkelijk te veel calorieën binnen, vooral via dierlijke producten. Een dringende transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten is noodzakelijk!

Wanneer dit onderzoek correct geïnterpreteerd wordt, dan betekent het dat het stimuleren van het consumeren van meer vis (en dat geldt natuurlijk ook voor vlees) eigenlijk gelijk staat met het ongezonder maken van de mens, want te veel dierlijke eiwitten brengt heel wat gezondheidsrisico’s met zich mee.

Dan nog de vetten: Omega-3 zit in vis in de vorm van EPA en DHA maar wordt door vis niet zelf gemaakt. Vissen krijgen deze belangrijke (essentiële) vetzuren binnen via hun voedsel. EPA en DHA zijn namelijk plantaardig en zitten in verschillende soorten plantaardig plankton (eencellige planktonalgen). Deze algen worden inmiddels (op nu nog te kleine schaal) gekweekt. Het is dus niet nodig om vis te consumeren als het over eiwitten en essentiële vetzuren gaat.

Er zijn ook nog heel wat andere redenen om geen vis en visolie te consumeren:

In de eerste plaats de mondiale overbevissing en de gigantische bijvangsten: wereldwijd gaat ruim 40 miljard kilo vis en andere zeedieren – waaronder dolfijnen en andere kleine walvisachtigen, zeeschildpadden en vooral veel vissoorten die men niet mag of wil vangen – dood terug overboord. Zou deze slachting in de bovenwaternatuur gebeuren, dan zou de hele wereld op zijn kop staan, maar wat er onderwater gebeurt is uit het oog en (dus) ook uit het hart. Van alle roofvissen is nog maar zo´n 10% over. Als de vangst op bijvoorbeeld blauwvintonijn doorgaat zoals dat nu gebeurt, is de soort binnen enkele jaren uitgestorven.

 

Het goede nieuws

Zeewier is de groente van de toekomst. Verschillende soorten zeewier bevatten eiwitten die plantaardig zijn, maar op dierlijke eiwitten lijken. Met deze eiwitten hoopt men bij voldoende kweek het visvoer dat nu nog voor het grootste deel uit wilde vis bestaat (jaarlijks wordt bijna 40 miljard kilo vis gevangen  alleen om kweekvis, varkens, kippen en pelsdieren te eten te geven) te vervangen door voedsel afkomstig uit zeewier en algen. De Wageningen Universiteit is onlangs begonnen met een proef zeewierboerderij in de Oosterschelde en verwacht prachtige resultaten. Niet alleen kunnen we veel gezondere eiwitten en vetten uit algen en zeewier winnen, maar we kunnen zeewier uitstekend als visvervangers gebruiken. Op 5 juni 2011 werd het eerste visvervangende kookboek ter wereld tijdens World Ocean day in Antwerpen gepresenteerd: NON*FISH*A*LI*CIOUS. Dit boek biedt iedereen die de boodschap van minder of geen vis (meer) eten een fantastisch alternatief: recepten met de smaak van de zee, maar zonder vis en andere zeedieren. Het boek is inmiddels uitverkocht, maar de opvolger ligt alweer geruime tijd in de schappen: Groente uit Zee en is via de webshop van www.seafirst.nl te bestellen.

Jaarlijks wordt ruim 38 miljard kilo vis gevangen om verwerkt te worden tot vis-, varkens- en kippenvoer. Varkens eten wereldwijd tweemaal zoveel vis als alle Japanners in een heel jaar en zesmaal zoveel als alle Amerikanen. Om een kilo kweekvis te verkrijgen is er tussen de 2 en 6 kilo wilde vis nodig. Doordat het visvoer bestaat uit visolie en vismeel, ontstaat in het voer een opstapeling van gifstoffen afkomstig uit het vet. Kweekvis was ooit bedoeld om de oceanen te redden van de ondergang, maar nu is precies het tegenovergestelde het geval.

Hoe vetter de vis, hoe meer gifstoffen die bevat. Veel gifstoffen zijn namelijk lipofiel, hetgeen betekent dat zij zich het liefst in vetweefsel nestelen. Inmiddels begint het langzaam door te dringen dat het meer dan 100 jaar gebruiken van de oceanen als de grootste vuilnisbak ter wereld, gevolgen heeft voor de dieren die in dat vervuilde water leven. Uit verschillende recente studies blijkt dat vis van alle voeding het meest vervuild is. Het probleem is dat er door Europa wel maximaal toegestane hoeveelheden dioxines, pcb, methylkwik en andere gevaarlijke stoffen worden aangegeven, maar dat de combinaties van de toegestane hoeveelheden gifstoffen in veel gevallen verschillende gezondheidsrisico´s met zich meebrengen. Zie ook de recent gepubliceerde GIF-vis-wijzer.

Ook mangrovebossen staan onder enorme druk. Deze unieke natuurgebieden en kraamkamers van honderden vissoorten worden gekapt om plaats te maken voor garnalen- en viskwekerijen. Niet alleen de vissoorten, die veilig tussen de welig begroeide mangrovewortels groot kunnen worden, worden bedreigd door het verdwijnen van deze ecosystemen, ook onder andere diersoorten die heel specifiek in mangrovegebieden voorkomen vallen volop slachtoffers.

Tot slot misschien wel de belangrijkste reden om te stoppen met vissen en vis consumeren: de oceanen verzuren in een veel hoger tempo dan wetenschappers ooit gedacht hadden. Deze verzuring is het gevolg van de veel te hoge broeikasgasemissies. De oceanen nemen 50% van alle CO2 op, maar kunnen dat nauwelijks nog bolwerken. Het gevolg is dat het water verzuurt, waardoor alle organismen die kalk bevatten langzaam, maar vooral zeker, oplossen. Volgens wetenschappers zullen alle koraalriffen tegen 2050 verdwenen zijn. De kalken huisjes van de poliepjes zijn dan opgelost. Datzelfde geldt voor heel veel soorten plantaardig en dierlijk plankton die ook heel vaak een kalkhoudend skeletje hebben. Plankton is nu net de basis van al het leven op aarde. Net als de steeds sneller verdwijnende en CO2-opnemende en O2-afgevende regenwouden – ten gunste van soja- en maïsplantages waarvan de opbrengst dient als veevoer – verdwijnt nu ook het  plankton in de oceanen. Het plantaardige plankton (fytoplankton) is niet alleen de belangrijkste CO2-opnemer, maar zorgt voor circa 70% van alle zuurstof op aarde. Zonder zuurstof gaat alles dood – zo simpel is het. In vissenpoep zit calciumcarbonaat, een prachtige buffer voor CO2. We halen echter dankzij ruim 22 miljard euro subsidie op jaarbasis, wereldwijd alle vis uit het water, waardoor de verzuring niet gestopt kan worden. Hoe meer vis in de zee en hoe minder CO2 wij produceren, hoe langer de Homo sapiens op aarde zal rondlopen. Hoe lang dat nu nog gaat duren is onbekend. Er zijn al gerenommeerde wetenschappers die zeggen dat de mens het eind van volgende eeuw niet zal halen. Toch zijn wij als Sea First vzw ook hier optimistisch; er verschijnen steeds meer studies over de oceaanverzuring en voor het eerst was het een belangrijk onderwerp op de klimaattop in Cancun in december 2010.

Een kort filmpje over de verzuring van de oceanen vindt u hier.

Inmiddels zijn er nog verschillende klimaatconferenties geweest, de laatste in Parijs, december 2015. Daar is een belangrijk akkoord gesloten over de beperking van fossiele brandstoffen, maar NIET gesproken over onderwerpen als oceaanverzuring, ontbossing en vlees- en visconsumptie.

Gelukkig is Sea First Foundation zeer actief en samen met inmiddels 125 andere Europese organisaties wordt er gesproken met de EU-commissaris Visserij en verschillende Europarlementariërs over vermindering van de visserijdruk en andere oceaanbedreigingen.  Als iedereen meewerkt kan het tij nog gekeerd worden.

Gezondheidsorganisaties bevelen ten onrechte nog steeds vette vis en visolie aan maar de zeeën raken uitgeput. De Britse wetenschapsjournalist Charles Clover reisde over de hele wereld om te laten zien hoe “het groteske mismanagement van de visbestanden zich als een besmettelijke aandoening heeft uitgebreid.” In de verfilming van zijn boek The End of the Line wordt dit op schokkende wijze zichtbaar.

Monbiot (2006): Overheden helpen hun vissers om de lokale visbestanden uit te roeien en betalen hen dan met ons belastinggeld om grotere en sterkere boten te bouwen, zodat ze verderop hetzelfde kunnen doen. Wanneer ze hun eigen continentale plat hebben leeggevist, worden ze dus door de belastingbetaler betaald om andermans voorraad te plunderen. Zo heeft bijvoorbeeld de Europese Unie voor onze verwende vissers het recht gekocht om de eiwitten van de ondervoede mensen van Senegal, Ghana, Mauretanië en Angola te stelen. Deze visbestanden staan er nu net zo belabberd voor als de Noordzeekabeljauw en de tonijn van de Middellandse Zee”.

Zie voor meer informatie:
George Monbiot, Not Enough Fish in the Sea – We need Omega-3 oils for our brains to function properly. But where will they come from? The Guardian, 2006

Drie jaar nadat Ransom Myers en Boris Worm in 2003 hun studie in het vermaarde tijdschrift Nature publiceerden, waarin zij aantoonden dat de wereldvoorraad van roofvissen met 90% was gedaald, is er nog steeds niets veranderd: de visverkopers verkopen nog steeds de charismatische fauna van de oceanen – zwaardvis, haai en tonijn – ondanks het feit dat hun beschermingsstatus in veel gevallen gelijk staat aan die van de Siberische tijger.

De vraag ‘hoe gezond zijn vis en visolie’ is hiermee voor een deel al beantwoord, namelijk zeer ongezond als het over de gezondheid van de oceanen en hun bewoners gaat. Dat de gezondheid van de oceanen de gezondheid van het leven boven water bepaalt is inmiddels genoegzaam bekend. De oceanen zijn dus de werkelijke longen van de wereld. Deze longen zijn nu al behoorlijk ziek en het is dus zeer hard nodig dat er vanuit de politiek dwingende maatregelen genomen worden om het verdere sterven tegen te gaan.

Nu ook visolie als ‘massamedicatie’ geïntroduceerd is betekent dat vrijwel zeker het ultieme recept voor de complete collaps van de visbestanden van alle wereldzeeën. En er zijn maar heel weinig mensen die beseffen dat we geweldig in het ootje genomen worden. Veel van de claims die op de verpakkingen van visoliecapsules staan zijn door Europa verworpen en toch blijft men roepen dat visolie goed is voor allerhande kwalen, terwijl dat pertinent onjuist is. De European Food Safety Authority (EFSA) heeft de meeste van de gezondheidsclaims die op visolieverpakkingen staan als zijnde onjuist afgewezen.

Omega-3 (Alfalinoleenzuur, afgekort ALA = Alpha Linolenic Acid) is een zuiver plantaardig vetzuur dat essentieel genoemd wordt omdat het lichaam het niet zelf maakt. ALA wordt in het lichaam omgevormd tot eicosapentaeenzuur (EPA), dat op zijn beurt weer omgevormd wordt tot docosahexaeenzuur (DHA). Dit zijn de twee lange-keten vetzuren die in vis zitten, maar die niet door vis zelf worden gemaakt, maar, zoals in de eerste aflevering van deze serie artikelen reeds genoemd, die vissen binnenkrijgen met hun voeding (planktonalgen) en ademhaling.

De EFSA, het heeft de volgende gezondheidsclaims van EPA en DHA (de Omega-3 derivaten in visolie) afgewezen voor:

  • visuele ontwikkeling
  • kalmerend effect op kinderen
  • mentale ontwikkeling van kinderen
  • sereniteit
  • leercapaciteit en denkvermogen
  • behouden van normale HDL-cholesterolconcentraties
  • behouden van LDL-cholesterolconcentraties
  • behouden van normale gewrichten
  • anti-oxidante werking van cellen
  • visuele, neurale, hersen- en cognitieve ontwikkeling van babies.

Bovenstaande claims mogen dus niet op verpakkingen van visoliecapsules staan.

De enige goedgekeurde gezondheidsclaim voor DHA is:

  • heeft positieve invloed op de ontwikkeling van de visuele functie (ogen) van babies. Hierbij wordt echter vermeld dat bij een gebalanceerd dieet voldoende DHA wordt geconsumeerd.

Gezondheidsclaims van het moederproduct Omega-3 (Alfalinoleenzuur/ALA) voor ‘bijdrage aan hersenontwikkeling’ en ‘normale groei en ontwikkeling bij kinderen’ zijn goedgekeurd. Hoewel ook hier wordt gezegd dat bij een normaal dieet voldoende ALA wordt geconsumeerd en dit niet extra hoeft worden toegevoegd. Zelfs een tekort aan ALA zou volgens het panel van de gezondheidscommissie van de EU niet tot verminderde hersenfunctie leiden. Gezondheidsclaims van ALA voor normale neurologische functies en het behouden van een normale bloeddruk zijn afgekeurd. Verhoogde inname van ALA zorgt niet voor verbetering hiervan.

Gewoon gevarieerder eten, regelmatig bewegen en niet roken is voldoende om een goede gezondheid te behouden en te verkrijgen. De inname van meer plantaardige Omega-3 en minder (eveneens plantaardige) Omega-6 (Linolzuur en evenals ALA een essentieel vetzuur) maakt deel uit van het verstandige eetpatroon.

De minuscule algjes die EPA en DHA bevatten kan men perfect kweken. Deze zuiver plantaardige vetzuren uit algen zijn te koop voor wie ondanks alles toch extra Omega-3 nodig denkt te hebben.

De gigantische subsidies (wereldwijd 22 miljard euro per jaar) die nu naar de visserijen gaan, zouden ten goede moeten komen aan ex-vissers die bereid zijn algen en andere Omega-3-rijke gewassen te kweken. De politiek moet snel ingrijpen en de visserij drastisch veranderen, want anders is het ‘einde verhaal’ voor de zeeën en hun bewoners.

Vis bevat van alle voedingsmiddelen verreweg de meeste gifstoffen. Toch blijven gezondheidsinstanties zoals de WHO, vele – meestal onwetende – artsen, maar ook diëtisten, apothekers en onwetende politici, het consumeren van vis en visolie aanmoedigen. Volgens het Nederlandse Productschap Margarine, Vetten en Oliën (MVO), wordt per jaar wereldwijd 1 miljard liter visolie geproduceerd. Hiervoor is circa 35 miljard kilo vis nodig – ongeveer een derde van alle visvangst – zoveel vis moet dus het leven laten om visolie te maken.

Visolie wordt vooral gebruikt voor menselijke consumptie. Dit gebeurt echter vooral indirect: ongeveer 50% van alle visolie wordt namelijk samen met vismeel (ook van wilde vis afkomstig) gebruikt als… visvoer voor kweekvis. En dat terwijl kweekvis juist bedoeld was om de zeeën te ontlasten! Het komt er op neer dat tussen de 2 en 6 kilo wilde vis nodig is om 1 kilo kweekvis te krijgen… Nog eens 25% wordt gebruikt voor varkensvoer en van de overige 25% wordt het grootste deel gebruikt voor kippenvoer en een paar procent om visoliecapsules van te maken, zogenaamd voor onze gezondheid.

Inmiddels is in veel onderzoek aangetoond dat we niet zonder ALA kunnen. De vraag is echter hoe het precies zit met de mate van omvorming tot EPA en DHA. Vele studies vermelden dat die omvorming in onvoldoende mate zou gebeuren en daarom zouden we vooral vis moeten eten. Een nieuwe lichting wetenschappers betwijfelt dit, daar onderzoek bij vegetariërs – die geen vis eten – heeft aangetoond dat deze juist minder hart- en vaatziekten krijgen en vaak tot op hoge leeftijd helder van geest blijven… En dat, terwijl in hun bloed de hoeveelheden EPA en DHA lager zijn dan bij wel-viseters. Men gaat er van uit dat vegetariërs een veel betere verhouding tussen Omega-3 en Omega-6 (linolzuur) hebben, en dat er kennelijk ook compensatiemechanismen bestaan die echter nog niet helemaal duidelijk zijn. Wel duidelijk is dus dat men om gezond oud te worden geen vis nodig heeft. Dat komt de natuurbeschermers heel goed uit, want er is al veel te weinig vis in de zeeën over. Voor wie geen vis eet en toch twijfelt: eet vooral voldoende plantaardige producten waar ALA in zit, zoals in sommige plantaardige oliën, met name lijnzaadolie. Verder komt ALA van nature voor in linzen, sojabonen, groene bladgroenten (zoals spinazie) en noten – vooral walnoten.

De omzetting van ALA naar EPA en vandaar naar DHA wordt geremd door een ander essentieel vetzuur, namelijk linolzuur (Omega-6). Dit vetzuur komt in onze moderne voeding in veel te grote hoeveelheden voor. Het zit in alle plantaardige oliën, behalve in lijnzaadolie en koolzaadolie (Omega-3). Vooral zonnebloemolie en maïsolie zitten tegenwoordig overal in en zo ontstaat er een disbalans tussen Omega-3 en Omega-6. De verhouding zou ongeveer 1:4 moeten zijn, maar is 1:12 en vaak zelfs 1:20 bij veel consumenten. Veel belangrijker dan vis eten is dus het verminderen van Omega-6, linolzuur dus, teneinde een betere omzetting van ALA naar EPA en DHA te verkrijgen. Vegetariërs hebben meestal een goede verhouding tussen de beide vetzuren, met alle gezondheidsvoordelen van dien. Inmiddels zijn er al heel wat merken algenolie, die rechtsreeks uit de algen gehaald wordt waar ook de vis het vandaan haalt. Deze algen worden in steriel water in bakken op het land gekweekt, bevatten GEEN gifstoffen en zijn daardoor nog eens een pak gezonder dan visolie, die altijd verontreinigd is, zelfs de zogenaamd farmaceutische visolie.

Zie ook de webshop van Sea First: www.seafirst.nl